Klan

In 1957 bij de fotograaf, met achter mij zus Toos om mij overeind te houden, anders kukelde ik om.

Een denkbeeldig vriendje, dat had ik toen ik klein was, ik denk zo tussen mijn eerste en vierde jaar.

Ik zeg dat ik het weet, maar ik heb geen goed geheugen. Het kan dus best zo zijn, dat ik het gehoord heb van mijn moeder of van mijn oudere zussen. Toch heb ik er een beeld bij. Luister maar.
Ik zit te spelen in een hoekje van de kleine huiskamer in de Gentiaanstraat in Rotterdam-Schiebroek. Daar wonen we met z’n zevenen in een vrij klein huis. De asla van de kolenkachel is zojuist door mijn moeder geleegd. Mijn zus Marianne heeft in opdracht verse kolen geschept in de schuur. Ik spreek, nou ja brabbel, met Klan (ik denk dat de naam met een K begon, niet met een C). Klan is meer een wezentje dan een mensenkind. Is Klan een engel? Is Klan een elf of kabouter?
Ik zou niet durven beweren dat het een geheel denkbeeldig ‘kind’ was, waar ik mee sprak en speelde. Hij luisterde altijd naar me. Want ik was wel even stil als ik hem een vraag had gesteld. Op een reactie moet je wachten, geduld hebben. Niet gelijk doorgaan met kakelen, zoals veel mensen doen. Ik leerde al vroeg dat je ‘mensen uit moest laten praten’. Dus Klan mocht ook zijn verhaal doen.
Maar wanneer verdween Klan uit zicht? Hoe kwam het dat het spelen en praten met hem ophield? Ging Klan weer naar zijn eigen wereld? Een holletje in het bos? Of voegde hij zich weer bij de andere engelen? Ik weet dat ik me toen, in die eerste jaren, meer geborgen voelde dan in de jaren daarna, toen Klan waarschijnlijk al vertrokken was. Het zou eigenlijk een goed idee zijn hem weer ’s aan te roepen. Wie weet heeft hij wel zin in een goed gesprek na al die jaren. We zullen zien.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *