Het zwaaien van mijn vader

Een zomervakantie begin jaren vijftig. Mijn vader en mijn drie oudere zussen, plus een vriendje van Janet.

‘Je vond er niets meer aan, he Pa, nadat Ma was overleden. Maar het duurde even voordat we ontdekten dat je niet dwars was maar dat je hersenen niet meer zo goed werkten. Ik wilde je eigenlijk in huis nemen, maar je ging in rap tempo achteruit en belandde op een geriatrische afdeling. Binnen de kortste keren was je nog verder heen. Contact maken was moeilijk. Je keek wel, maar je keek toch ook weer niet. Je staarde naar een horizon die voor mij onzichtbaar was. Je wilde niet drinken, zei het personeel, maar als ik geduldig naast je zat, dronk je wel degelijk. Dit was het intiemste contact dat we konden hebben: ik de beker vasthouden, jij zuigend aan het rietje. Verder bracht je je tijd door in een andere wereld, een die mijlenver van die van mij verwijderd was.

Ik kon wel een weekje vakantie houden, zei de arts. Zo slecht ging het niet met je, volgens hem. De dag voor vertrek brachten Wilke en ik je een bezoek. Je lag helemaal alleen op het zaaltje. We gingen ieder aan een kant van je bed zitten. Ik hield jouw hand vast, je lag daar maar, met je ogen dicht…
Na enige tijd vertrokken we. Wilke kwam op het idee naar de binnentuin te gaan, waar we door het raam nog een keer naar je konden kijken. Met een hand tegen ons voorhoofd tuurden we door het glas. Daar lag je, mijn lieve Pa…
En toen ineens keerde jij je naar het raam. Je zag ons! En je keek, je keek echt! En toen zwaaide je! Je zwaaide naar ons en je lachte, vrolijk, volkomen helder!
Ontroerd en blij zwaaiden we naar je terug, minuten lang. Hoe wonderlijk! We konden er niet over uit. Toen gingen we maar.
Aan het einde van mijn vakantieweek belde Ellen. Het ging niet goed met je, vertelde ze, je lag op sterven.
Je was al gestorven voordat ik bij je was. Wat een klote-gevoel.
Wilke zei dat het niet voor niets zo was gegaan. Dat mijn vader wist dat het de laatste keer was en dat hij toen nog vrolijk afscheid van me kon nemen. Ja verdomd, daar zei hij wat. Het was trouwens symbolisch voor de relatie die ik met je had, Pa: een glazen wand ertussen, toch enige afstand. Maar dat gaf niet. Je hield van me, wist ik nu. ‘

(Wilhelmus (Wim) Fons, 29-11-1914/14-6-1997)

 

 

4 gedachten over “Het zwaaien van mijn vader”

  1. wat een mooi verhaal weer Emmy! Mooi in zijn verdriet. Mooi in de puurheid van de waarheden van het leven.
    ga zo door, ik geniet altijd zo van je verhalen.
    xx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *