“De beestjes moeten ook iets aan onze tuin hebben’’

Carla Wilhelm
Carla Wilhelm

Carla Wilhelm

Heeft de tuin samen met haar man Paul en hun twee zoons Jeroen en Valentijn ( 10 en 7 jaar) en haar moeder An Wilhelm.
Carla is eigenaar van Bladgeritsel Tuinontwerp- en advies.

Sinds wanneer huur je de tuin?
Sinds 2007. We hebben anderhalve tuin dus ruim 300 vierkante meter.

Heb je thuis een tuin?
Ja, een van 9 bij 14 meter.

Waarom begon je met een volkstuin?
Ik zag een advertentie in de plaatselijke krant van een geheel nieuw volkstuinencomplex. Het leek me helemaal het einde om iets wat nog helemaal kaal was, in te richten.
Ik besloot om samen met mijn moeder te gaan kijken. Mijn idee van volkstuintjes was dat ze langs de snelweg en/of het spoor lagen. Maar toen we hier kwamen, zagen we hoe mooi dit gebied is. Mijn moeder was gelijk enthousiast. Toen moest ik het thuis nog even bespreken. Uiteindelijk heeft de tuin-overbuurvrouw mij over de streep getrokken. Want ik voorzag eerst heel veel werk en vroeg me af hoe dat allemaal moest. Maar het was allemaal niet zo ingewikkeld, zei zij. Bovendien wilde mijn moeder ook graag meewerken dus toen hebben we het gewoon gedaan. Geen moment spijt gehad.

Hoe vaak werk je in de tuin?
Ikzelf niet zo vaak, in het zomerseizoen gemiddeld 1 tot 2 keer per week. Maar mijn moeder is er bijna iedere dag. Als zij er niet was, zou het onkruid drie meter hoog staan. Wij vormen een ideale combinatie: ik maak de plannen, koop de zaden, kweek de planten, zet alles in de grond en An onderhoudt het. In de winter kan ik eindeloos in zo’n plantengids bladeren, heerlijk.

Hoe heb je je tuin ingedeeld?
Voor mij is onze volkstuin een proefveld waar ik van alles uitprobeer. We hebben een stukje moestuin en de kinderen hebben daar hun eigen vierkante metertuin. Verder een boomgaard, de bloementuin en een wild stuk waar veel struiken staan zoals vlierbes, kornoelje en boerenjasmijn. Er zijn twee grasveldjes, de kinderen kunnen er lekker spelen. In dat speelgedeelte hebben we een heuveltje gemaakt met gras erop. Naast het tuinhuis staan de bessenstruiken. Heel strak hoeft het voor mij allemaal niet. Als de beestjes er ook maar iets aan hebben, dat vind ik belangrijk.
We telen alleen de zogeheten makkelijke gewassen, onder meer bonen, sla, aardbeien, aardappelen, knolvenkel en aardpeer. En als je dan toch groente kweekt, moet het er wel iets anders uitzien dan wat je in de winkel kan kopen. Dus de bietjes zijn niet rood, maar roze met wit. Al die mooie bloempjes van de verschillende bonenstruiken vind ik ook zo mooi.

Wat doe je om de bodem op peil te houden en/of deze te verbeteren?
We gebruiken onze eigen compost. Dit jaar hebben we voor het eerst een beetje schapenmest toegevoegd maar ik ben daar voorzichtig mee want die dieren krijgen vaak allerlei medicijnen. Bij Welkoop kochten we biologische zaai- en oogstgrond, dat werkt ook goed.

Koop je zaden of jonge plantjes?
Zaden. Die zijn vaak al zo mooi! Vooral die van de bonen. Ik kweek alles zelf en dat vind ik ook het leukste wat er is! Thuis hebben we een kasje en dan ben ik de hele tijd in de weer met de zaailingen. Je hebt er een stel kindjes bij want ik moet toch iedere dag in de gaten houden hoe het met ze gaat. Of ze het niet te koud of te warm hebben of controleren of ze alweer water moeten hebben. Ik heb het er dus druk mee. Er gaat een heel proces aan vooraf voordat de jonge plantjes de volle grond ingaan. Dat is best eng, dat moment van overplanten. Ik knip wel kantelen in plastic potten om de slakken te weren maar verder moet ik het loslaten.

Ruil je zaden met medetuiniers of wissel je met hen stekjes uit?
Ik heb dat zelf nog niet gedaan maar mijn moeder krijgt wel eens wat.

Deel je je oogst met anderen?
Daar telen we niet genoeg voor. We zijn blij als we een maaltje uit eigen tuin hebben. Alles gaat op. En soms vergeet ik te oogsten.

Kan je spreken van goede en van slechte oogsten?
Het hangt heel erg af van het weer, heb ik gemerkt. Je wordt een beetje zoals een boer. Je leert aanvoelen wanneer het tijd is om te zaaien en je leeft met de seizoenen en de verschillende weertypen. En als het tijdenlang droog is, denk ik: Jeetje, wij hebben maar een paar gewassen, maar hoe is dat voor een kweker die velden vol heeft staan? Ik kan me daar nu in inleven. En ook de moeite en de energie die het kost een gewas te begeleiden tot het is volgroeid. Dat valt nog niet mee, is mijn ervaring. Ik heb echt respect gekregen voor tuinders.

Kan je het hele jaar rond van je tuin eten?
Nee, dat lukt niet. We hebben wel spruitjes en kolen geprobeerd te verbouwen maar dat lukte niet zo goed. En we hebben niet zo veel groente in de tuin staan.

Wat vind je het leukste om te doen? En welk karwei besteed je liever uit?
Ik ben heel blij dat mijn moeder zich met het onderhouden van de tuin bezighoudt. Ik ben van de plannen en het verzorgen van de babyplantjes. Ik zit ook graag in de tuin, gewoon een beetje te dromen en te kijken. Dan verwonder ik me over alles wat er groeit en volg ik het gedrag van de beestjes.

Heb je contact met medetuiniers?
Ik maak wel eens een praatje, zo in het voorbij gaan. Dat gaat altijd over plantjes. Ik stel dan ook vragen, je kan van elkaar leren.

Wat leert tuinieren je?
Zoals ik al eerder zei: loslaten. Als de jonge plantjes de grond ingaan, bij voorbeeld. En ik leer meer met de seizoenen te leven. Ik kan nu blij zijn met regen, zo van hé, dat is goed voor de plantjes! Ik heb nu het besef dat het een heel proces is, de weg van zaadje naar plant. Ik begrijp dan ook niet waarom groente en fruit zo goedkoop is in de doorsnee winkel.

Is het van belang voor je dat dit een ecologisch volkstuinencomplex is?
Ja! Ik waag me zelfs niet aan ecologische bestrijdingsmiddelen zoals slakkenkorrels van Ecostyle. Het gaat volgens mij altijd om de balans in je tuin. En alle beestjes hebben daarin ook hun nut.

Heeft de volkstuin je aangezet tot een gezondere levensstijl?
Ik weet nu dat eigen geteelde biologische groente en fruit lekkerder is. En de kinderen zijn ook meer buiten, ze kunnen hier hun gang gaan in de natuur en zien van alles, dat is goed voor ze.

Wat zijn je tuinplannen voor volgend jaar?
Het staat hier al een beetje door elkaar maar dat wil ik nog meer gaan doen (permacultuur). Ik wil toewerken naar een mooi evenwicht van bloemen, planten en groente en dat het er mooi uitziet, want daar kijk ik ook altijd naar. Wat er in de tuin groeit moet om te eten zijn, leuk zijn voor de dieren zoals egels en dergelijke, en ook voor thuis, bloemen voor in de vaas. Ik blijf doorgaan met experimenteren, daar leent deze tuin zich helemaal voor.

© Emmy Fons, oktober 2013

”Vooral blijven schoffelen”

Ronald Hessels
Ronald Hessels

Ronald Hessels 

Sinds wanneer heb je de tuin?Vanaf het begin, in 2008.

Heb je thuis een tuin?
Ja. Mijn vrouw Ineke doet daar het meeste werk, ik werk een beetje mee.

Waarom begon je met deze volkstuin?
Ik wilde iets erbij in mijn vrije tijd. Ik dacht aan golfen of aan een tuin. Ik verdiepte me in golf en kwam er achter dat het een dure sport is en dat je vooraf een afspraak moet maken om te kunnen golfen. Toen was de keus snel gemaakt. Daar komt bij dat mijn vader vroeger een lapje grond had waarop hij boontjes, radijs en zo verbouwde. Dat vond ik als kind heel leuk. Je eigen groente kweken, zien hoe de dingen groeien, hoe een klein plantje uitgroeit tot een enorme bloemkool of broccoli, dat vind ik bijzonder. Het zit ook een beetje in de familie, mijn oudste zus heeft ook een tuin.

Hoe vaak werk je in je tuin?
Meerder keren per week. In de lente en zomer ben ik er uiteraard vaker dan in de herfst en winter. In het najaar ben ik vooral bezig met spitten.

Hoe heb je je tuin ingedeeld en wat verbouw je?
Ik heb een kas waarin ik onder meer tomaten, bloemkool, koolrabi, komkommers, andijvie en sla teel. Vooral dus de groenten die buiten worden aangevreten. Bij sla heeft het ’t voordeel dat de bladeren veel zachter zijn dan als de sla buiten groeit. De meeste zaden laat ik eerst in potjes ontkiemen, niet rechtstreeks in de grond.
Buiten de kas heb ik de tuin verdeeld in vier vakken met een middenvak waarin bloemen staan. Ik heb een vak voor bonen, een vak voor pompoenen, een vak voor kolen en een vak voor aardappelen. Verder zijn er framboos- , aalbes- en gojibesstruiken en een aardbeienbed. Ik heb een appelboom staan en een perenboom. De vijg die middenin het bloemenvak stond heeft de afgelopen strenge winters gelukkig net overleefd.

Wat doe je om de bodem op peil te houden of deze te verbeteren?
Met uitzondering van het bonenvak bemest ik de tuin met schapenmest van een half jaar oud. Ik voeg daar wat compost bij van mijn eigen composthoop. Dat doe ik aan het eind van het jaar. Soms gebruik ik mestkorrels, zoals bij het aardbeienbed. En kalk waar het nodig is.

Koop je zaden of jonge plantjes?
Ik koop zaden bij Vreeken en ook wel eens impulsief, als ik iets interessants tegenkom. En je hoort wel eens wat, dat wil ik dan ook proberen.

Deel je je oogst met anderen?
Nou, als ik bij voorbeeld  teveel andijvie heb, geef ik dat weg. Meestal aan collega’s. En soms geef ik ook wel eens iets aan een van de andere tuiniers.

Kan je spreken van goede en slechte oogsten?
Of een oogst goed of slecht is wisselt per jaar. Het eerste jaar was een goed jaar, herinner ik mij.

Teel je bijzondere gewassen?
Ik heb in het begin bijzondere bonen geteeld en geoogst, zoals gele en paarse. Ziet er heel exotisch uit maar het smaakt hetzelfde en paarse bonen worden tijdens het koken toch groen. Bovendien groeien ze minder hard dan gewone bonen. Bijzonder in mijn kas zijn de zwarte vleestomaten. Die zijn heel lekker.  Van pompoen- en courgetteplanten eten we ook lang. De kolen doen het altijd wel goed, de koolrabi wil niet zo, vooral buiten niet.

Kan je het hele jaar rond van de tuin eten?
Ja. Er gaat veel de diepvriezer in. Van de tomaten maken we saus dus als we pasta eten, hebben we die altijd bij de hand. Bietjes en rode kolen vriezen we ook in, de rode kool maken we met appeltjes. Uiteraard kan ik de aardappelen bewaren, maar daar heb ik er niet zo veel van.
Van frambozen, die vriezen we ook in, maken we een lekkere smoothy.

Wat vind je het leukste om te doen en welk karwei zou je liever uitbesteden?
Het planten en oogsten vind ik leuk. Schoffelen is minder spannend werk maar ik vind het niet erg. Het geeft voldoening als het gedaan is. Het is lekker om na mijn werk, waarbij ik vooral mijn hersens moet gebruiken, gewoon dom te schoffelen, buiten te zijn en me fysiek in te spannen.

Heb je contact met medetuiniers?
Ja. Met jou en Wilke en met mijn tuinburen. We geven elkaars planten water. Ik heb hier ook familie met een tuin. Ik merk dat de sloot wel een hindernis vormt als het om contacten gaat met de mensen aan de andere kant. Die zie je toch minder.

Wat leert tuinieren je? (op diverse gebieden)
Nou ja, leerzaam, ik verwonder me en ik verbaas me. Met verwondering kijk ik naar de tijd die een bloemkool nodig heeft om te groeien en de zorg die de plant behoeft. Met verbazing zie ik dan dat een bloemkool in de winkel 89 cent kost. Hoe kan dat? Ook begrijp ik de verspilling niet van groente en fruit dat er anders uitziet dan men gewend. Wij eten van de tuin kromme komkommers en paprika met deuken. Die zie je nooit in de winkel.

Is het van belang voor je dat dit een ecologische tuinvereniging is?
Ik zou zelf nooit gif gebruiken. Maar ik koop niet speciaal biologische groente.

Heeft de tuin je aangezet tot een gezondere levensstijl?
Nee, die had ik al. We aten altijd al vers, geen kant- en klaar producten.

Wat zijn je tuinplannen voor volgend jaar?
Ik wil een grondmonster nemen en laten onderzoeken. Want de bodemgesteldheid zal wel van belang zijn voor het groeien en bloeien in je tuin. Eens kijken of er voedingsstoffen ontbreken.

Heb je een tip voor mensen met een tuin?
Schoffel ‘m goed. Ik heb hier aan de rand Heermoes staan, dat haal ik iedere keer weg anders wordt het van kwaad tot erger. Een tuin bijhouden die is bijgehouden is veel makkelijker qua werk dan eens in de zoveel tijd erdoor heen rauzen.

 

 

“De bijensterfte moet iedereen zorgen baren”

Foto: @PTerras
Foto: @PTerras

Wat doet een imker? Een imker is iemand die bijen houdt, of specifieker: hij houdt zich bezig met de domesticatie van bijen of immen voor de verstuiving van planten of de winning van honing of bijenwas.
Henk Beugeling houdt sinds 2004 bijen.  Zijn opa beoefende het vak en ook zijn dochter is imker.

Als klein ventje stond Henk vaak over de ligusterheg te kijken hoe zijn opa met een witte kap over zijn hoofd en een sigaar in zijn mond ‘in de bijen’ werkte.
“Ik heb in mijn leven mijn grootvader als voorbeeld gesteld. Veel van wat hij heeft gedaan, heb ik ook opgepakt. Zo was hij een echt natuurmens. Hij vond het heerlijk om te vissen, hij zocht bramen en maakte er jam van en de potjes honing op de eettafel van mijn grootouders waren van zijn bijen.”

Woest stukje land
‘’In 2003 kwam er in mijn drukke agenda iets meer lucht en ben ik de basiscursus bijenhouden gaan volgen bij het Ambrosiusgilde in Rotterdam.
Na de cursus begint het pas echt. Je moet een volkje hebben en nog belangrijker, je moet een plaats hebben waar je bijen kunt houden.
In mijn zoektocht naar een geschikte locatie kwam ik terecht bij een kinderboerderij en daartegenover lag een woest stukje land, waar brandnetels en bramenstruiken bezit hadden genomen van ongeveer een hectare grond. Een normale bezoeker en zeker een stadsmens zou het niet in zijn hoofd halen zich hier ook maar een meter in te begeven.”

Risicospreiding
“Achter op het stuk grond stond een oud stalletje waar een imker zijn bijen hield. Ik raakte met hem in gesprek. Hij vertelde dat hij een andere locatie had gevonden en er geen moeite mee had wanneer ik hier een start zou maken.
De eerste jaren van bijenhouden kenmerkten zich door het maken van fouten en experimenteren . Ik kwam erachter dat je veel kunt leren op een cursus, je vaak de literatuur erop na kunt slaan, maar dat de natuur zelf uitmaakt wat ze doet. En zo doen de bijen dat ook.”
Inmiddels sta ik op meerdere plaatsen met mijn volken. Je moet dit ook zien als een soort risicospreiding. Jonge volkjes of zwermen kweek ik op in mijn eigen volkstuin. Wanneer de volkjes groot genoeg zijn, de koningin aan de leg is (zoals dat heet), vinden  de volkjes  gretig aftrek bij imkers die grote winterverliezen hebben geleden.”

Levenspad
‘’Kan een imker een band opbouwen met zijn bijen, vroeg je mij. Anders dan honden en katten hebben bijen een laag knuffelgehalte, dus van een emotionele band kan geen sprake zijn. Er is wel een grote mate van respect. Ik vind het bewonderenswaardig hoe een volk zich gedraagt en hoe het reageert op veranderende omstandigheden. Iedere bij heeft een opdracht en het levenspad is al voor de geboorte van een bij bepaald.
Het werken in de bijen vormt voor mij ook een rustpunt in mijn drukke agenda. Ga je gehaast te werk, dan merk je dat direct en zal je meerdere keren gestoken worden. Een bij offert zich makkelijk op voor volk en koningin. Ik word regelmatig gestoken maar ben er inmiddels aan gewend. Bijen gaan in kleding op zoek naar gaatjes en plooien en kunnen dan steken.”

Antieke korf
“Ik werk op de traditionele manier. Ik gebruik kunstraat en bestrijd de varroamijt. De varoamijt is een van de oorzaken van bijensterfte. Ik heb vorig jaar een bijenvolk in een antieke korf gehouden. Op zich ging dat goed, totdat in de winter een specht in zijn zoektocht naar eten de korf ontdekte en vakkundig sloopte.
Mijn kasten zijn van kunststof( piepschuim). Daar heb ik voor gekozen omdat het een betere isolerende werking heeft en het een lichter materiaal is waardoor het de rug spaart. Een volle kast weegt al gauw zo’n 25 kilo.”

Bijen Adoptie Plan
“De bijensterfte moet iedereen zorgen baren. In de praktijk zie je vaak dat de mens zich hier nauwelijks om bekommert. Soms zeggen ze dingen als: “Als er geen bijen meer zijn, eet ik wel jam in plaats van honing.” Als ik dan uitleg dat er dan ook geen jam meer is…. In China is het al zo erg dat de bestuiving van veel planten met de hand uitgevoerd moet worden omdat er geen bijen meer zijn. De mens, de overheid, de maatschappij, iedereen zou zich grote zorgen moeten maken. De oorzaken van de sterfte zijn nog niet helemaal in kaart gebracht maar een combinatie van factoren spelen een rol in dit beeld, namelijk het gebruik van pesticiden, de varroamijt en het ontbreken van biodiversiteit.

Pesticiden afzweren
Gebruik van pesticiden zou afgezworen moeten worden door mens en overheid. De varoamijt is een aandachtspunt voor de imker. Aan biodiversiteit kunnen we in de agrarische sector aandacht schenken.
Ik heb zelf een Bijen Adoptie Plan in het leven geroepen waarbij je een bijenvolk kunt adopteren. De adoptanten krijgen niet alleen honing en een certificaat van deelname; het hoogtepunt van het jaar is de inspectie van ‘hun’ bijenvolk. Enkele keren per jaar worden de mensen uitgenodigd en getooid in witte pakken helpen zij de imker.’’

Zwermen
‘’De zwermperiode is aangebroken. Het is vaak spectaculair te zien hoe een zwerm ergens neerstrijkt. Dat kan in een boom zijn, een struik, of tegen een muur of onder een stoel ( zie hiervoor de website van www.bee-me.eu onder zwermmeldingen) Zwermen is gericht op het voortbestaan van de soort en daarom een natuurlijk verschijnsel. Maar in onze verstedelijkte omgeving loopt vaak de hele buurt uit wanneer je een zwerm ‘schept’.”

“Mijn opa, mijn dochter en ik, wij hebben alle drie iets gemeen, namelijk de liefde voor de natuur en het respect voor dieren. Je weet, mijn opa was mijn voorbeeld en mijn vader was leraar biologie en bracht mij de liefde voor de natuur bij. Zelf kon ik dat vanuit mijn werk (dierenbescherming Rijnmond) weer overdragen op mijn dochter. Wie weet, zien we over 20 jaar mijn kleindochter ook in een wit pak een bijenkast openmaken!”

Wil je ook een bijenvolk adopteren? Ga naar www.bee-me.eu