‘Als je met honden omgaat, moet je vooral geduld en inlevingsvermogen hebben.’

Janneke van Gemert
Janneke van Gemert

Onlangs mocht ik meekijken hoe het eraan toegaat als je met een groep honden gaat wandelen. Ik liep mee met Janneke van Gemert, die sinds februari 2014 eigenaar is van Uitlaatservice Zuid-Holland. Ik vond het al een belevenis om mee te rijden in de geavanceerde auto – Janneke ontwierp samen met haar vader het interieur – waarin de honden worden vervoerd. Met een groep van zeven, waaronder Janneke’s hond Vigos en mijn hond Ruby, reden we naar een recreatiegebied met bomen en struiken, plassen en grasvelden en liepen we daar een uur lang rond.

Je komt ze wel eens tegen: een of twee personen met grote groepen honden. Ik weet nog dat ik het confronterend vond als ik met mijn vorige hond Mozart op zo’n grote groep stuitte. Mozart was niet voor een kleintje vervaard maar in zulke situaties leek het haar toch het beste de groep nederig te passeren. Gelukkig ging het altijd goed maar ik vroeg me wel eens af of het verantwoord is om in je eentje vijftien honden uit te laten. Voor mensen die aan het werk zijn of om andere reden niet zelf met hun hond naar buiten kunnen, is het een uitkomst. Maar weet je aan wie je je hond toevertrouwt? En kunnen ze wel lekker spelen? Janneke begrijpt mijn gemengde gevoelens. Iedereen kan een uitlaatservice beginnen en dat pakt niet altijd goed uit.

Lekker dollen
Onze eenjarige Witte Herder Ruby wordt sinds september vorig jaar een paar keer per week door Janneke opgehaald. Ze ligt dan steevast voor de deur te wachten. Want niets is leuker dan een uurtje dollen met soortgenoten. Ik werd wel nieuwsgierig hoe dat nu werkt, iedere dag door weer en wind buiten lopen met honden in allerlei soorten en maten. Dus nodigde ik Janneke uit voor een interview. Ze vertelde mij dat ze het al van jongs af aan gewend is om honden om haar heen te hebben.
“We hadden vroeger thuis drie Berner Sennen-honden. Toen ik acht jaar was, deed ik al een kindercursus waarbij je honden leerde hoe ze moeten gehoorzamen.”

Rechtenstudie aan de wilgen
Janneke (27) deed eerst eens studie ‘industrieel ontwerpen’ maar vond de opleiding te technisch. Daarna koos ze voor een rechtenstudie totdat ze ontdekte dat haar hart meer lag bij het werken met honden.
“Toen ik mijn bachelor had gehaald dacht ik: zou ik dit mijn hele leven willen doen, in de advocatuur? Daar twijfelde ik nogal over. In het laatste jaar van mijn studie kwam er een hulphond in opleiding in huis. Zippo was toen een Labrador van zeven weken oud die werd opgeleid om mensen te assisteren die afhankelijk zijn van een rolstoel. Bij mij kon hij dingen leren zoals socialiseren en het aanleren van commando’s. Heel erg leuk, maar ja, toen hij ruim een jaar was moest ik hem weer afstaan.”
En toen kwam Vigos (een Labrador Retriever van thans 3 jaar oud) in haar leven.
“Vigos was afgekeurd bij de hulphondenstichting omdat hij de commando’s niet goed kon opvolgen. Ik ben erachter gekomen dat hij lichamelijk niet in orde is want hij begint beter te luisteren als je hem pijnstilling geeft. Wat het precies is weet ik nog niet maar het gaat nu gelukkig stukken beter. Ik ben erg blij met hem, hij is heel lief en sociaal.”

Kynologische cursussen
Tijdens haar wandelingen met Zippo kwam Janneke wel eens een vrouw tegen die een uitlaatservice had, toevallig ook iemand die tien jaar als advocaat had gewerkt en nu weer voor het bedrijfsleven wilde kiezen.
“In 2014 nam ik haar uitlaatservice (en de naam) over. Ik ben toen zo snel mogelijk kynologische cursussen gaan volgen. Haar klanten bleven en er kwamen nieuwe bij, zo gaat het nog steeds. Ik loop dagelijks met twee groepen van 5 a 6 honden, soms 7. Vigos gaat altijd mee. Daarnaast doe ik 2 a 3 individuele wandelingen.”
Janneke heeft nooit een moment spijt gehad van haar keuze. “In het bedrijfsleven zou er meer stress in mijn leven zijn geweest. Ik ben nu altijd buiten en geniet van de spelende honden en hun blijdschap.”

Lichaamstaal
“Als je met honden omgaat moet je vooral geduld en inlevingsvermogen hebben, maar dat heb ik al van nature. Je moet je niet ergeren. Het is belangrijk om eerlijk te zijn naar een hond toe. Niet boos worden om iets wat hij (nog) niet heeft aangeleerd, maar het geduld hebben ze het gewenste gedrag aan te leren. Dit doe je door het gedrag dat je wilt zien te belonen. Je lichaamstaal is belangrijk, net zoals je die van de honden leert ‘lezen’.”
Janneke heeft altijd goed gekeken naar mensen die haar inspireren en waar ze iets van kan leren. “En vooral ook mensen die met honden werken en uitstralen dat ze over actuele kennis beschikken. Wat betreft methodes en basisopvoeding, heb ik ook erg veel gehad aan mijn gastgezinbegeleidster.”

Karakters en gedrag
Als ik tegen Janneke zeg dat zij de roedelleider van de groepjes honden is die zij uitlaat, zegt ze: “Ik weet niet of ik voor hen de roedelleider ben. Ik observeer hun gedrag en ik corrigeer als dat nodig is. Zit, snackje geven, doorlopen, aanlijnen, dat soort dingen moeten soepel gaan. Ik moet voortdurend mijn aandacht erbij houden. Als ik stil blijf staan of iemand begint een gesprek met mij, kan er onrust ontstaan in de groep. Dan is er ook kans op steviger stoeipartijen want door spanning worden ze ruwer in hun gedrag.”
Voor de groepjes honden maakt Janneke vooraf een selectie. “Ik schat in of de karakters en het gedrag van de honden bij elkaar passen. Jonge honden kunnen leren socialiseren met oudere honden dus mijn groepjes zijn gevarieerd qua leeftijd. Ook de groottes zijn gevarieerd maar ik let er daarbij uiteraard op dat de kleintjes niet platgewalst worden, ze moeten wel een beetje in de groep passen. Ik investeer veel, zowel financieel (nieuwe auto) als de energie die ik erin steek. Nu ben ik gezegend met honden die fijne, redelijk denkende baasjes hebben, dat is erg fijn.”

Baasjes begeleiden
Het werk dat Janneke doet betekent niet alleen het lopen met de honden.
“Als iemand gebruik wil maken van mijn uitlaatservice, ga ik eerst kennismaken en laat ik formulieren invullen met informatie over de hond en bepalingen die ik heb ingesteld om de service zo goed en soepel mogelijk te laten verlopen. In de toekomst zou ik het leuk vinden om mijn service uit te breiden. Veel mensen hebben wel eens wat moeite met hun honden qua gedrag en ik vind het juist leuk om hun baasjes te begeleiden. Als ik dat erbij ga doen, heb ik helemaal veel variatie in mijn werk. Ook geef ik les bij de kynologenvereniging in gehoorzaamheidstraining, vooral voor pups en adolescente honden dus ik heb er al enige vaardigheid in.”
Wel, daar kan ik ondertussen over meepraten. Ruby loopt al veel beter naast mij als ik haar uitlaat aan de lijn. Dit dankzij de begeleiding die ik op een zaterdagochtend kreeg van Janneke.IMG_7691

Tevreden geknor
Tijdens de uitlaatsessie waar ik bij ben is het gelukkig niet zulk slecht weer. Want of het nu stormt of regent of ijskoud is, Janneke laat het nooit afweten. Honden trekken zich daar immers ook niets van aan, althans: de meeste honden. Ruby rent om de groep heen.
“Er zijn vandaag geen jonge honden bij die met haar willen spelen,” legt Janneke haar gedrag uit.
Dat mijn hond het naar haar zin heeft, is duidelijk. Het is leuk om te zien hoe ze het doet in zo’n groep. Als we bij de auto komen, worden de honden die zichzelf een beetje vies hebben gemaakt, op een uitschuifplateau voor hun hokje schoongeveegd met een handdoek. Daarna gaan ze zonder enige moeite met een snackje hun hok in. Als de deuren dichtgaan, floept het licht aan in de hokjes. Als we wegrijden, hoor ik vooral tevreden geknor.

“In eenvoudige woorden ligt een grotere kracht”

Paul Liekens
Paul Liekens

Paul Liekens is een begaafd en bekend NLP(Neuro Linguïstic Programming*) -trainer die boeken schrijft, lezingen geeft en spreekt op symposia en congressen. Regelmatig laten oud-cursisten Liekens weten dat NLP zo goed werkt en het hun leven heeft veranderd. In zijn Anker-boek ‘Gevangen in de taal’, mét NLP-oefeningen, beschrijft hij hoe je bewust met taal om kan gaan. Het leek me een interessant onderwerp voor het magazine Genoeg en de redactie ging akkoord.  

Helaas is het verhaal nooit gepubliceerd in Genoeg. Bij nader inzien vonden ze het toch niet bij de stijl van het blad passen. Ik vond dat vreemd en erg onaardig, maar ja, wat doe je er aan? Er stond niets zwart op wit. Tijdens het reorganiseren van mijn mappen stuitte ik onlangs op dit verhaal. Wat jammer eigenlijk, dacht ik, dat niemand dit heeft kunnen lezen. Maar gelukkig heb ik nu een weblog en wat Liekens zegt, blijft actueel.

Bij Liekens thuis in een dorp nabij Gent maak ik kennis met een vriendelijke, bevlogen en bijzondere man die in het verleden als bedrijfseconoom werkte en functies bekleedde in het topmanagement. In zijn vrije tijd deed hij jarenlang onderzoek naar de werking van de piramide. Nadat hij in 1986 door Anné Linden van het New York Training Institute met NLP in aanraking kwam, bleek het hem op het lijf geschreven en werd hij binnen de kortste keren een succesvol trainer die in 1994 startte met het organiseren van NLP-opleidingen.
Liekens is tevens sjamaan. In 2004 rondde hij zijn opleiding af en in de jaren daarna ontving hij diverse inwijdingen.

Ik ben reuze benieuwd hoe u over zuinigheid denkt.
“Zuinigheid is een kwestie van een bewuste keuze waar jij je geld aan besteedt. Je wilt minder van het een en meer van het ander. Dat betekent eigenlijk dat je besparingen doet op het ene gebied om op een ander gebied meer te kunnen uitgeven. Zuinigheid is een kwaliteit die je leven kan redden in bepaalde omstandigheden (water in de woestijn) of die je kan beletten volop te genieten in andere omstandigheden (naar de kermis gaan en nergens aan meedoen). Zuinig omspringen met zaken die je dagelijks gebruikt kan ik alleen maar toejuichen. Je laatste beetje koffie geven aan onverwacht bezoek is een blijk van naastenliefde. Zuinig omspringen met kritiek en royaal zijn met ondersteunende aanmoedigingen, dat kan alleen maar goed zijn.”

De Nederlander staat gelijk aan zuinigheid, de Belg wordt geassocieerd met fijn geld uitgeven. Is het nog steeds zo, denkt u?
“De Nederlanders worden door de Belgen en Italianen (NL= no lire) beschouwd als zuinig. Mijn ervaring als Belg met Nederlanders is heel anders. De reden voor die mening ligt in het verschil in criteria, en waarden. Een Belg heeft ‘lekker eten’ hoog in het vaandel staan. Je bent wat waard als je je geld besteedt aan lekker eten en bonbons. Een Nederlander is anders ingesteld. Die heeft meer aandacht voor efficiënte tijdsbesteding tussen de middag, eet snel een broodje. Dat is wat de Belg ziet en de snelle conclusie is dat een Nederlander te gierig is om uitgebreid te gaan lunchen. Nederlanders vinden andere dingen belangrijk, dat is het verschil. Bij grote inzamelacties voor een goed doel zijn jullie meestal veel royaler dan wij. Trouwens, de laatste jaren is de kwaliteit van het eten in restaurants en de hoeveelheid toprestaurants in Nederland aanzienlijk gestegen en ik kan het weten want ik ben een graag lekker etende Belg, die niet op een eurootje kijkt als het daar op aan komt.”

Wat vindt u van een levensstijl die zich kenmerkt door eenvoud?
“Ik kan intens genieten en dankbaar zijn met een takje in een aparte vorm die ik vind in het bos. Ik kan eindeloos genieten van een speciale vorm in de wolken en het voortdurend veranderende spel van wind en wolken. Dat is eenvoud voor mij en ik zie deze zaken als een soort metafoor voor het leven zelf.
Eenvoud is het meest krachtige en mystieke woord dat er is. Het omvat het hele geheim van de schepping. Er is één bewustzijn waaruit alles ontstaan is en de rest is een voud (veelvoud) van dat ene. Eenvoud is voor mij de kern van alles. Als iets niet eenvoudig gezegd kan worden, is het waarschijnlijk niet waar, denk ik. Ik schrijf iets graag eenvoudig op. Volgens de uitgeverij is dat ook mijn kracht: ingewikkelde zaken eenvoudig maken.”

Als we met elkaar praten, zou eenvoudig taalgebruik dan bevorderend zijn voor het gesprek?
 “Ook als je spreekt, ligt in eenvoudige woorden een grotere kracht dan in ingewikkelde of gekunstelde vormen. Als een woord ingewikkeld is, moet het verstand er aan te pas komen en dat gaat ten koste van het gevoel dat je er bij hebt. Eenvoudige woorden als ‘vrij’ en ‘liefde’ raken je direct. ‘Ongeconditioneerd’ en ‘interactie tussen mensen’ bedoelt ongeveer hetzelfde, maar heeft niet hetzelfde effect.”

En de nieuwe woorden die er de laatste jaren zijn bijgekomen?
“Wat ik net zei, geldt zeker voor nieuwe woorden zoals ‘consuminderen’. Je dient het woord eerst met je verstand uit elkaar te rafelen, eer je de zin ervan begrijpt. Voordeel is, dat het mensen onbewust aanspoort om beter naar het geheim van woorden die ze al lang kennen te kijken, zoals eenvoud, of diepgang, of getrouwd of belasting die echt een last is want –daar komt de belastingdienst eerlijk voor uit- ze noemen hun briefwisseling een ‘aanslag’.
Nieuwe woorden hebben naar mijn mening weinig kans om op korte termijn ingeburgerd te raken. Meestal is het een soort jargon dat gebruikt wordt in beperkte kringen. Wat wel sneller ingeburgerd raakt zijn woorden die door gebruiksgewoonten een nieuwe betekenis hebben gekregen zoals een muis, een programma, een virus, een web, een netwerk, een schijf.”

In uw boeken vindt u telkens een nieuwe insteek om mensen meester te laten worden over hun eigen leven. Waar haalt u die inspiratie vandaan?
“Uit de ontmoetingen die ik heb. Ik ben erg gepassioneerd door het leven. Mijn passie voor mensen uit zich in alles. Ik zie het als mijn roeping mensen te laten zien dat wat je gelooft, zich zal manifesteren. Je krijgt altijd gelijk want je filtert weg wat er voor jouw gevoel niet bij hoort. Je ziet wat je gelooft en handelt daar naar. NLP werkt via het onderbewustzijn en laat je de dingen in een breder perspectief zien.”

Had u van jongs af aan vertrouwen in uzelf?
“O nee, ik dacht dat ik het nooit goed deed. Ook al presteerde ik uitmuntend, ik was toch vaak angstig en zenuwachtig. Toen ik met de piramides bezig was, werd mijn bewustzijn verruimd en begon dit te keren maar de angst dat ik niet goed genoeg was, bleef. Ik had capaciteiten maar geloofde er zelf niet volledig in dus ik kom van ver. Later, door steeds meer met spirituele dingen bezig te zijn, is mijn vertrouwen gegroeid. Door NLP is de bal sneller gaan rollen, omdat je dan daadwerkelijk dingen in je leven kan laten transformeren. Zodanig, dat je niet beperkt of neergedrukt wordt door je verleden maar er juist door wordt ondersteund.”

In 1984 nam u een bedrijf over dat verlies leed. Daar moet je lef voor hebben!
“Ik nam die beslissing aan de hand van een regenboog en een droom. Het management van het bedrijf waar ik werkte ging inkrimpen en wilde deze zijtak aan mij geven als uitbetaling. Zo sloegen ze twee vliegen in een klap, want ze wilden mij kwijt en ook het verlieslatend bedrijfje. Op het moment dat de general manager mij dit slechte nieuws bracht, verscheen daar een regenboog aan de hemel. Dat vond ik bijzonder dus ik wees het voorstel niet direct af. Ik vroeg de kosmos om een verklaring en kreeg een formidabele droom waarin het succes werd geopenbaard. Ik heb toen letterlijk een deal met God gemaakt door mij op hem af te stemmen en hem voor te leggen: ‘Als u voor het dagelijks bestuur voor mijn zaak zorgt, ga ik me bezig houden met bewustwording waarmee ik later dan weer mensen kan helpen.’ Binnen 3 jaar tijd groeide het bedrijf spectaculair van 300.000 euro omzet naar 6 miljoen. Slechts een dag per maand zat ik achter mijn bureau, het liep eigenlijk als vanzelf. Ondertussen hield ik me bezig met cursussen en verdiepte ik me in dromen en karma, en gaf tot 70 lezingen per jaar, in Nederland en België en Noorwegen. Na 4 jaar verkocht ik het bedrijf en had ik genoeg verdiend om de rest van mijn leven niet meer te hoeven werken.”

Bent u zelf al klaar met NLP?
“Eén van mijn diepe overtuigingen is dat ik een kind van het universum ben en dat het mijn geboorterecht is om gelukkig te zijn. Dit manifesteert zich, omdat ik het echt geloof. Hoe meer je hier mee bezig bent, hoe meer je beseft dat je de bron van je eigen leven bent. Dat neemt niet weg dat ook ik nog steeds stuit op emoties waar ik eerder geen weet van had. Daar ga ik dan mee aan de slag.”

Hoe denkt u over de vrijheid van meningsuiting?
“Vrijuit je mening geven vind ik belangrijk omdat je daar iets van kan leren. Het is door de verschillen in de wereld dat je iets leert, het is nodig om te kunnen evolueren. Als we allemaal hetzelfde zouden denken en doen, stonden we stil. Het is echter nuttiger als die mening is gebaseerd op wederzijds respect. Elk woord heeft zijn impact en woorden hebben niet in elk land een gelijke betekenis. Ze wekken niet dezelfde emotie op. Nederlanders en Vlamingen bij voorbeeld, willen nog wel eens zelfde woorden gebruiken maar met een heel andere betekenis. Ik heb 60% Nederlanders in mijn opleidingen zitten, dus maak ik het continu mee. Die taalverwarring kan tot hilarische situaties leiden.”

www.paulliekens.be
http://munay-ki.be/

*NLP beschrijft de dynamiek tussen ons brein (neuro) en taal (linguïstiek) en hoe deze dynamiek (hun interactie) ons lichaam, onze emoties en ons gedrag beïnvloedt (programmering). In een NLP-opleiding onderzoek je oude gewoonten en gedragingen die je doorgaans in de weg zitten. Door middel van NLP leer je oude patronen te vervangen door een nieuwe benadering. Zo associeer je bepaalde gebeurtenissen niet langer met ervaringen die voorheen pijn, boosheid, verwarring of eenzaamheid veroorzaakten. Door jezelf anders te programmeren, reken je af met oude patronen.

Emmy Fons – april 2006

 

 

 

 

‘Ik zal nooit als een dichter door de stad dwalen’

Eddy Posthuma de Boer
Foto Eddy Posthuma de Boer door Eddy Posthuma de Boer

‘Nee, in al die jaren is er niets veranderd’, zegt de Amsterdamse fotograaf Eddy Posthuma de Boer, thans 83 jaar. ‘Manhattan heb ik nog steeds niet goed gekregen.’

Het was 1978 toen Martin Ruyter hem interviewde voor de Volkskrant. Het verhaal – dat de titel ‘Fixaties van Eddy’ droeg – verscheen daarna in de uitgave ‘Beeld in Zicht’, een boek met foto’s van Eddy en teksten van Simon Vinkenoog.
Ik was benieuwd naar het vervolg. Eddy had immers de moeite genomen een brief naar ons te schrijven naar aanleiding van het VPRO-radioprogramma Labyrint, waar wij in de studio over onze gave hadden zitten praten. Die gave houdt in dat wij alles op twee manieren kunnen zien. Niet dat gans de wereld ineens een gedaanteverandering heeft ondergaan, nee, het heeft meer met richting, dimensie te maken. (zie ook ‘Frisse Kijk’ bij Neuroosje)
De wetenschappers die actief deelnamen aan dit gesprek in de VPRO-studio, konden aan het eind van de uitzending niet meer volhouden dat het bij ons om een mankement zou gaan. Daar is Eddy ook duidelijk over: ‘Het is absoluut een plus. Wij kunnen net iets meer dan een ander.’

Wie kent hem niet, zou ik denken. Maar het is best mogelijk dat de jongste generatie niet geheel op de hoogte is. Daarom een korte introductie.
Eddy Posthuma de Boer (Amsterdam, 1931) reisde zich rot, zou je kunnen zeggen want hij deed wel zo’n tachtig landen aan. Daar maakte hij foto’s van de inwoners en hun dagelijks leven, in zijn eigenzinnige en originele stijl. Want wat voor opdracht Eddy ook kreeg, zijn eigen visie en inzichten kwamen altijd op de eerste plaats. Dit leverde mooie, interessante beelden op. Hij werkte voor bekende Nederlandse- en internationale kranten en tijdschriften.
Al dat eigenzinnige en ijverige leidde onder meer tot de publicatie van een groot aantal fotoboeken. En natuurlijk waren er foto-exposities die zijn naam droegen. Onlangs was hij nog in het nieuws omdat hij in zijn archief foto’s had gevonden die hij gemaakt had toen de Beatles in 1964 Nederland bezochten.

Padvindersgevoel
Eddy groeide op in de Amsterdamse stadionbuurt. Hij keek eerst het vak af bij doorgewinterde fotografen, maar met zijn talent kon hij al snel zelf aan de slag als freelance-fotograaf. In die tijd ontmoette hij Henriette Klautz (zangeres en musicologe) waar hij in 1961 mee trouwde en met wie hij twee dochters kreeg (Tessa en Eva).
Met dat draaifenomeen, zoals wij het eerst noemden, word je geboren. Niemand van ons overkwam het zomaar ineens, we kennen het allemaal al vanaf onze kindertijd. Bij Eddy was dat geen uitzondering en ook hij kwam nooit iemand tegen die dezelfde ervaring kon beschrijven. Ook niet nadat zijn verhaal in de Volkskrant had gestaan.
“Al was ik in mijn jeugd niet bij de padvinderij omdat mijn ouders tegen dat soort zaken waren, ik heb wel een goed padvindersgevoel, dat wil zeggen: gevoel voor richting. Toen ik journalistiek voor dagbladen deed, bestond er nog geen navigatie-Tom Tom. Je kreeg een adres mee en je keek op de kaart waar je moest zijn. Ik ging dan op mijn gevoel af. Het is ook een kwestie van weten en intelligentie, dat je ergens terecht kan komen. Ik kijk bijvoorbeeld altijd waar de zon staat.” Het klinkt mij niet onbekend in de oren. Ook ik heb een goed richtinggevoel en dat geldt eveneens voor de anderen met wie ik in contact ben gekomen. Maar toch raken we gedesoriënteerd. Hoe kan dat?
“Mijn beeld draait en dat is dan altijd 90, 180 of 45 graden,” zegt Eddy. “Het is nooit 36 graden, het is altijd haaks. Vaak is het een kwartslag of 90 graden.”

West en oost
Zoals in het verhaal uit 1978 is te lezen, was hij de eerste keer dat hij in Manhattan kwam, direct gedesoriënteerd. Dit is nooit meer goed gekomen, las ik daar. Zou het hem in zijn latere leven toch nog gelukt zijn?
“Nee, dat krijg ik mijn leven lang niet meer goed. De zon blijft daar voor mij in het westen opkomen en in het oosten ondergaan. Ik probeer het wel eens, het terugdraaien, en dan lukt het eventjes. Bij de volgende straat is het alweer mis. Hoe het kwam? Er zijn twee instinkers waardoor je op het verkeerde been wordt gezet: als je ’s nachts met het vliegtuig in het donker aankomt, met de taxi naar de stad gaat en je weet op dat moment niet hoe het met de zonnestand zit, is het maar net hoe je er dan terecht komt. Bij daglicht merk je dan dat het niet klopt. De tweede instinker is een ondergronds metrostation. Je komt ergens aan, in een buitenwijk van Parijs of zo, je loopt de trappen op en eenmaal op straat loop je dan volgens de kaart de verkeerde kant op. Ik moet het dan weer terug zien te draaien. In Parijs lukt me dat nog wel. Dan draai ik die knop om in mijn hersens en dan floept het weer goed.”
Hoe krijg je de juiste zonnestand terug? Als ik aan Eddy vraag of hij denkt aan een straat die volgens hem dezelfde richting heeft, bijvoorbeeld zijn eigen huis (zo doe ik het), moet hij even nadenken.
“Het hangt van de plek af. Dat heb ik wel op de Ceintuurbaan, dan weet je ‘zo hoort het niet’, maar ik kan het ook heel goed op de andere manier. Het is heel vreemd. Er zijn in Amsterdam zeker een dozijn plekken die ik naar willekeur kan omdraaien als ik daar ben.”

Optische plus
Al dat heen- en weergedoe met de richtingen kost hem geen extra energie, hij wordt er niet moe van en hij lijdt er niet onder. Dat heeft hij wel met zijn hoogtevrees.
“Ik weet niet of het er ook mee te maken heeft, met de gave, maar ik meld het maar even. Ik heb nogal veel gereisd dus dan kom je vanzelf in situaties dat je een weg hoog door de bergen moet rijden. Enorme ravijnen, potverdorie. In mijn jeugd beangstigde een hoge stoep mij zelfs. Gek he, hoogtevrees. Maar of het er iets mee te maken heeft, geen idee.”
Eddy heeft die desoriëntatie binnen dat goede oriëntatie-gevoel nooit als een gebrek gezien. “Het is absoluut geen gebrek, het is een extra, een optische plus! Een gebrek is het als je iets niet kunt, wat anderen wel kunnen. Wij kunnen juist iets meer dan andere mensen.’
Net als dieren, eigenlijk, denk ik hardop. Die hebben een perfect oriëntatiegevoel. Maar dan zonder dat mankementje.
“Ja, de vogels ook natuurlijk,” lacht Eddy. “Vogels vliegen van Afrika naar Kopenhagen en dan moeten ze niet behept zijn met onze gave want dan komen ze toch nog bij de Zuidpool terecht.
In zijn vak als fotograaf maakt Eddy geen creatief gebruik van zijn gave. Nadat ik hem vertel dat ik dat zelf wel doe, in allerlei situaties zelfs: “Ik kan er verder niks mee. Maar het is wel interessant om daarover na te denken. Ik heb trouwens nog een voorbeeld. Ik logeer nogal eens in hotels en hotels zijn identiek maar ze zijn links/rechts verschillend. In kamer 101 ligt de badkamer links en in kamer 102 rechts. Als ik dan eerder al eens in zo’n hotel was en ik had kamer 101 en nu kamer 102, denk ik: hij is omgedraaid. Want dan draait de kamer dus om in de richting van kamer 101. “
Bang dat nu hij ouder wordt, eventuele vergeetachtigheid hem in de greep van de foute noord-zuidrichting zal houden, is hij niet. “Wat de fotografie betreft werk ik alleen maar optisch. Ik heb twee geheugens: mijn eigen geheugen en mijn archief. Die hebben een heel grote samenwerking. Dat is een uitwisseling die zo profijtelijk is voor wat ik doe. Ik heb foto’s gemaakt en ik weet waar, wanneer en hoe, dus die kan ik opzoeken. Maar soms kom ik een foto tegen waarvan ik niets meer weet en dan gaat er ter plekke een luikje open. Een wisselwerking. Dat heeft niets te maken met mijn optische plus hoor. Althans, dat geloof ik niet.”

Esthetiek en compositie
Eddy’s geheugen is in ieder geval uitstekend, als ik het zo hoor. Maar zo’n extra dimensie binnen het oriëntatie-vermogen, hoe komt een mens daar aan?
“Tja, het zit ergens in je cellen, denk ik. Maar er zit zoveel in je cellen. En sommigen dingen komen er niet uit en sommigen dingen wel. Ik geloof niet dat je het kunt bedenken. Het heeft toch te maken met richtinggevoel en kijken vooral ook, veel zien. Daarom ben ik ook fotograaf geworden, denk ik. Ik ben mij altijd bewust van mijn positie. Zelfs als ik van mijn huis naar de supermarkt loop, kijk ik altijd om mij heen. Ik neem telkens weer iets anders waar: de nieuwe auto van de buurman of een hond die ik niet ken, of een verbouwing. Ik ben voortdurend aan het kijken en mij bewust van mijn gang. Ik zal nooit als een dichter door de stad dwalen, dat ik loop te dromen en niet meer weet waar ik ben. Terwijl ik heus wel een romanticus ben hoor, daar niet van.
Mijn broer was heel muzikaal, die had een absoluut gehoor. Ik heb een ander talent waarmee ik geboren ben, namelijk een heel sterk gevoel voor esthetiek in compositievermogen. Dat kun je ook leren, je kunt van de gulden snede leren en de diagonale composities, maar bij wat ik zie, voel ik automatisch aan hoe iets mooi gemaakt kan worden. En wat niet deugt, verander ik.

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op www.orientatiedraai.wordpress.com
copyright EF – september 2014

 

‘Je hebt een vrouw nodig om een idee inzichtelijk te maken’

 

Voor alles is een oplossing, is Johan Boswinkel’s overtuiging. Omdat hij heeft geleerd problemen in het lichaam op te lossen, kan hij het op elk vlak, zegt hij, en is het ook toe te passen op landen, steden en bedrijven. Het gaat immers om dezelfde structuren.

Vanuit dit uitgangspunt ontwikkelde hij zich tot een echte troubleshooter en dan ook nog een die beweert dat als hij de oplossing voor een probleem heeft gevonden, hij er zéker van is dat het zal werken. Dat is een boute uitspraak. Maar eerlijk is eerlijk, Johan (Rotterdam, 1950) heeft al heel wat successen geboekt. De biofotonentherapie is zijn grootste succes. De belangstelling groeit, de honderden therapeuten in achttien landen kunnen de vraag nauwelijks aan. Er zijn opleidingsinstituten in Nederland, Zwitserland, Noorwegen, Japan, Singapore en de Verenigde Staten.

‘Denken is een psychologische ziekte’ is een van Johan Boswinkels favoriete uitspraken die hij regelmatig herhaalt. Nu schatte ik de functie van de grijze massa tamelijk hoog in en leefde ik met het idee dat je dit ingewikkelde orgaan van ruim 1300 gram zo vaak als je kan moet zien te trainen om het in een topconditie te houden. Maar Johan helpt me resoluut uit de droom.
‘Wat de mens het meest in de weg zit, is het hoofd. Hersenen moet je zo min mogelijk gebruiken,’ zegt hij doodleuk tegen me als ik hem interview in zijn appartement in Rotterdam met een magnifiek uitzicht op de stad en de Maas. ‘Intuïtie is vele malen belangrijker,’ voegt hij daaraan toe.
Ik probeer het panorama van de stad in mij op te nemen zonder er een gedachte bij te hebben. Dat valt om de donder niet mee. Want ik bedenk ondertussen dat wat Johan mij nu vertelt, mooi is als kop boven het verhaal of dat het zich uitstekend leent voor de lead.

Denken is zenden
Ik ben benieuwd hoe hij dat voor elkaar krijgt.
‘Observeren, voelen, doen; in die volgorde ga ik te werk.  Ik stel een vraag en wacht op het antwoord. Dat antwoord dient zich meestal binnen tweeënzeventig uur aan.’
Dan heeft hij steeds mazzel, denk ik. Maar nee, het is een kwestie van de juiste positie innemen. Hij is ervan overtuigd dat we daar allemaal toe in staat zijn.
‘Wij mensen zijn zend- en ontvangststations,’ legt hij uit. ‘Het is de bedoeling dat we informatie ontvángen. Denken is zénden dus als je dénkt kan je niet ontvángen. Mijn tactiek bij een probleem is: gewoon blijven zitten, niets doen maar wel alert zijn. Zeer alert.’
Hij gebruikt de krokodil als metafoor om zijn stelling te verduidelijken. Een krokodil ligt in het water, doodstil. Je ziet alleen zijn ogen en die ogen zien alles. Dan komt er een eend voorbij. Best een lekker hapje. Maar nee, daar laat hij zich niet door verleiden. Want als hij de eend pakt, worden alle prooidieren gemobiliseerd, die slaan op de vlucht. Dus, gedisciplineerd als de krokodil is, wacht hij op iets groters. Want hij wil kwaliteit, laten we zeggen een hert. Ondertussen spaart hij zijn energie, hij verspilt niets. Hij wacht af tot zijn favoriete gerecht nietsvermoedend bij ‘m in de buurt komt badderen. Dan grijpt hij zijn kans.

Terwijl de gemiddelde mens zijn brein onderdompelt in vreugdeloos getob, gebruikt Johan voor vijftig procent zijn intuïtie, doet hij vijfenveertig procent op gevoel en zet hij slechts een klein percentage hersenwerk in om te bereiken wat hij wil. Die percentages weet hij nog van een psychologische test die een keer bij hem werd afgenomen. Om zijn geheugen maakt hij zich ook niet druk.
‘Ik houd wel een lijstje met afspraken bij maar verder noteer ik nagenoeg niets. Op het moment dat het nodig is en er één laatje opengaat, worden alle registers automatisch geopend en weet ik alles weer wat met het onderwerp te maken heeft.’
Goh, ik heb nog een hoop te leren, denk ik ondertussen. Of ben ik er te rusteloos voor? Maar dan blijkt dat Johan –gelukkig, zou ik bijna zeggen- óók een onrustig type is. Dat is schijnbaar inherent aan creatieve mensen.
‘Ik kan maar tien minuten stilzitten of met iets bezig zijn,’ bekent hij. ‘Daarna ga ik dan weer iets anders doen. En als ik, bij voorbeeld, meer e-mailberichten ontvang dan ik tijd heb ze te beantwoorden, blijf ik daar ook niet helemaal ontspannen bij.’

Zelf uitzoeken
Johan groeide in de jaren vijftig op in het centrum van Rotterdam. Als kleine jongen liep hij het hele eind in z’n eentje van huis naar de kleuterschool en vice versa. Op de terugweg ging hij dan altijd bij zijn oma langs. Het was de plek waar hij met zijn familie woonde tijdens de eerste drie jaren van zijn leven.
‘Ik ben eigenlijk opgevoed door mijn oma. Toen we gingen verhuizen, was ik mijn thuis kwijt. Want mijn thuis was bij mijn oma. Als ik problemen had, kon ik altijd bij haar terecht.’
Verder was Johan vanaf zijn peutertijd al van mening dat hij alles zélf moest doen.
‘Ik vroeg nooit om hulp. Wie vraagt wordt overgeslagen, zei mijn moeder altijd. Als een kind dat dagelijks hoort, houdt hij vanzelf wel op met vragen. Omdat ik thuis altijd kritiek kreeg op veel van wat ik vertelde of deed, hield ik op een gegeven moment mijn mond dicht. Ook had ik de ervaring dat het meeste dat beweerd werd, door wie dan ook, niet waar bleek te zijn. Ik dacht ‘weet je wat, ik zoek het zelf wel uit.’
Johan voegde de daad bij het woord en is zijn besluit van toen altijd trouw gebleven.
‘Doorgaans heeft niemand ons geleerd om naar onszelf te luisteren. En toch ben je zelf de énige die weet wat je moet doen en wat goed is voor jezelf. Dus vertrouw ik geheel en al op mijn gevoel.’

Dat alles op eigen houtje doen heeft naast veel voordelen toch ook nadelen, ondervond hij.
‘Samenwonen of samenwerken met mij is niet makkelijk, want ik wil alles zelf doen. Ik accepteer moeilijk hulp.’
Op mijn vraag of er dan helemaal geen mensen in zijn leven waren –leermeesters, goeroes- die hem tot voorbeeld diende, antwoordt hij opgewekt doch resoluut: ‘Nee, die vertrouwde ik ook niet. Ik heb geleerd dat je moet waarnemen, invoelen en dan handelen. Alles wat de zogenaamde leermeesters je leren, is theorie. Wat je waarneemt, is realiteit. En wanneer iets goed voelt, moet je het doen. Denken komt er niet aan te pas. Denken leidt bijna altijd tot negatieve zaken.’

Pad zonder obstakels
En de wetenschap dan? Dé religie van de laatste eeuwen, vol met denkers die hersenwerk als het grootste goed zien?
‘De wetenschap ís geen wetenschap. Het is hooguit een kénnisschap. Alles wat je van een ander leert, is kennis. Door het zelf uit te zoeken en te doen, vergaar je ervaring en ervaring maakt alles tot weten. Wetenschap functioneert uitsluitend op dood materiaal. Wetenschap heeft niets te maken met realiteit.’
Zo, die zit. Door schade en schande wijs worden, maar dan heb je ook wat: je eigen wijsheid. Het is wel belangrijk hier een kanttekening bij te plaatsen, vindt Johan.
‘Mijn levensinstelling schept veel vrijheid. Dat is goed, maar vrijheid betekent niet dat je geen rekening moet houden met anderen. Als je, zoals ik, alles zelf onderzoekt en luistert naar jezelf, hoor je daar altijd twee dingen aan toe te voegen: verantwoordelijkheid en respect. Je moet de volledige verantwoording nemen voor wat je doet én je dient alles en iedereen met respect te benaderen en behandelen. Ik voel me van jongs af aan altijd en voor iedereen verantwoordelijk. Dat zit in mij.’ In het kader van respect voor andermans levenspad voegt hij daar als belangrijk element aan toe: ‘En ik oordeel niet.’

Ik zie de jonge Johan voor me, nieuwsgierig naar de wereld. Welke gebieden betrof die leergierigheid van hem?
‘Van nature zit ik zo in elkaar dat ik álles wil weten! Daarom zat ik vol met vragen. En zoals ik al zei, was klakkeloos accepteren niets voor mij. Zelf testen, dat was mijn werkwijze. En ik gaf nooit op.’
Het kwam daarom goed uit dat Johan in zijn jeugdjaren een experimentele lagere school en een HBS bezocht, waar het stellen van vragen juist werd gestimuleerd.
‘Op de HBS kregen we zelfs tien procent extra punten op de volgende repetitie als we met intelligente vragen kwamen. Daarom had ik soms cijfers die boven een tien uitkwamen. Ook als ik mijn huiswerk maakte, paste ik de methode van vragen bedenken toe. Zo kwamen vanzelf de antwoorden! Maar er was ook een tijd dat ik veel onvoldoendes haalde. Ik was toen erg bezig met studeren en wilde het zo graag goed doen. Maar dat werkte helemaal niet. Door het verwachtingspatroon blokkeerde ik. Als er geen druk op zit, gaat het perfect.’
Johan gelooft niet in het doorploegen van moeilijkheden om sterker uit de strijd te komen.
‘Ik zoek altijd naar de weg eromhéén, dat is voor mij een wetmatigheid. Als je obstakels op je weg vindt, is dat blijkbaar niet de juiste richting want op het juiste pad zijn geen obstakels. Dus als je daarop stuit, kies dan een ander pad en kies die vooral met je hart, niet met je hoofd.’

Maximale resultaten
Allemaal mooi en aardig, maar toen Johan op de HBS zat, wist hij niet hoe moeilijk hij het zichzelf moest maken!
‘Ja maar dat was eigen keuze. Ik koos voor de B-vakken omdat ik voor de A-vakken altijd negens en tienen haalde. Zo saai! De B-vakken gingen mij minder goed af maar daarin lag dan weer een uitdaging. Je hoeft niet geblokkeerd te raken als iets je niet helemaal ligt of als er een probleem is dat om een oplossing vraagt. Blokkades ontstaan meestal omdat mensen geneigd zijn over alles te gaan nadenken. Er wordt veel energie verspild met het najagen van dingen. Dus zorg er eerst voor dat je energie hebt, benoem dan het probleem op basis van je gevoel, negeer het niet. Als je efficiënt en economisch bezig wil zijn, wat wil zeggen: met weinig inspanning maximale resultaten boeken, wacht dan je kans af en pak ‘m.’
En zo zijn we dan weer bij het verhaal van de krokodil beland.

Over de werking van biofotonen is inmiddels al veel geschreven. Maar hoe het ontstond, daar in Nieuw-Zeeland in 1982, blijft een interessante geschiedenis want op dat moment kwam zijn levensfilosofie hem goed van pas. Hij gaf niet op, nee, hij zocht en hij vond.
Als kind was hij vaak ziek en dat bracht bij hem het verlangen naar boven om arts te worden. Dat zijn weg via allerlei kronkelwegen –zonder obstakels!- naar de mens en zijn gezondheid leidde, is dus niet zo verwonderlijk. Hij kwam met biofotonen in aanraking nadat hem was gevraagd Duitse artikelen over biofotonen naar het Engels te vertalen. Hij werd direct gegrepen door deze wonderbaarlijk intelligente materie. Op de universiteit volgde hij een basiscursus natuurkunde. Daarnaast besteedde hij een groot deel van zijn tijd aan het onderzoek naar de werking van deze lichtdeeltjes en aan het ontwikkelen van de apparatuur waarmee inmiddels veel mensen/dieren geholpen zijn. Sinds die tijd draait zijn leven om de biontologie. Een scheiding tussen werk en privé is er niet, zegt hij.
‘Het gaat eigenlijk altijd over biofotonen. Dat is mijn missie. Over dat thema wil ik alles weten. Ik let goed op, neem waar en ben goed in het leggen van verbanden. Ik heb een enorme drive om nieuwe dingen om te zetten in nieuwe handelswijzen.’

Vrouw & uitvinding
Ik vraag hem waarom de Willie Wortels van deze wereld meestal mannen zijn. Maar dat ontkent hij.
‘Vrouwen doen net zo goed uitvindingen. Die uitvindingen worden vaak niet omgezet in daden omdat ze geen vertrouwen in zichzelf hebben. De vrouwelijke energie is ontvangend dus de ideeën komen binnen bij vrouwen, niet bij mannen. De mannelijke energie is het uitvoerende principe. Als er niets met een idee van een vrouw gebeurt, ligt het probleem vaak bij het niet kunnen communiceren van het idee naar de man toe.
Vrouwen hebben veel betere antennes, kunnen goed invoelen en zijn opener. Maar het patriarchaat heeft vrouwen eeuwenlang afgevoerd en dat is nog steeds niet voorbij. Ik denk dat vrouwen uitstekende ideeën hebben en dus goede ontdekkers en uitvinders zijn. De ideeën van mannen zijn vaak technisch. Je hebt een vrouw nodig om het inzichtelijk te maken.’
Hij wijst mij op het feit dat ruim tachtig procent van de biofotonentherapeuten vrouw is.
‘Jullie hebben meer contact met het lichamelijke en het emotionele. De inspiratie komt bij de vrouwelijke energie vandaan.’
De vraag rijst of Johan zelf geen vrouw nodig had om zowel het idee als de uitvoering op een mooie manier samen te voegen.
Hij denkt even na, zegt dan beslist doch bescheiden: ‘Ik kan goed luisteren én ontvangen. Ik denk dat de vrouwelijke en de mannelijke energie bij mij in balans zijn.’

Korte uitleg biofotonen (bio=leven, fotonen=licht) : Levende organismen/cellen zenden impulsen uit. Deze cellen hebben allemaal hun eigen specifieke signalen. De lichtimpulsen zorgen voor de aansturing van biochemische processen in het lichaam. Een perfect functionerende cel straalt harmonisch licht uit maar als er een verstoring in de cel/het systeem is, verzwakt het licht en is er sprake van chaos. Met meetapparatuur kan de energie van het lichaam (en van ieder levend wezen) zichtbaar gemaakt worden.

 

 

 

 

 

 

“Nu China zich als concurrent manifesteert, krijgen organisaties steeds meer interesse in het individu”

 

Gerard Endenburg

In 1998 interviewde ik in opdracht van Europoort Kringen Gerard Endenburg in zijn Sociocratisch Centrum te Rotterdam. Tot op dat moment zei het begrip ‘sociocratie’ mij weinig. Om een gedegen artikel te schrijven, bezocht ik de professor/doctor/ingenieur twee maal. In het kader van deze jubileumuitgave vroeg ik Endenburg naar de laatste stand van zaken.

Drie jaar terug maakte ik een sterk staaltje sociocratie mee. Ik nam deel aan het door organisatiedeskundige/leraar Jan de Dreu georganiseerde driedaagse seminar ‘Werk, een goed deel van je leven’. Onze groep had er anderhalve dag opzitten en we hadden een grote hoeveel informatie op ons af gekregen. Ik was hard toe aan verwerking en zag op tegen de middag met opnieuw een programma dat veel van het intellect vergde. Aan het eind van de ochtend maakte ik dit aan De Dreu kenbaar en meldde mij voor de middag af om op mijn kamer te gaan rusten. Toen ik mij na deze pauze enigszins schoorvoetend weer bij de groep voegde, hoorde ik dat de middag was besteed aan meditatie en ontspanningsoefeningen. Toen ik De Dreu daar verbaasd over aansprak zei hij: “Het was mij duidelijk dat ik iets moest veranderen aan het programma.” Ik was verbijsterd. Dat ik op deze manier serieus werd genomen, nee, dat had ik nog nooit mee gemaakt. Het gaf me een goed gevoel. De derde dag was ik helder en energiek en zat ik vol ideeën.

Twijfelen is okay

Endenburg legt mij uit hoe het komt dat het gekend worden zo’n creatieve uitwerking heeft op de mens.
“In de traditionele machtsstrijd is creativiteit een bedreiging. Iemand die meer in zijn mars heeft, kan een ander voorbij streven. Terwijl de competitie en de kwaliteit van het leven alleen maar verbeterd kunnen worden als je elkaar aanspreekt op creativiteit. Dat is ook de reden dat je moet uitgaan van een veilige basis. Het unieke van een individu kan alleen tot z’n recht komen als hij zich veilig voelt, zichzelf kan uitvinden. Competitie is noodzakelijk, het stuwt je naar beter. Maar gebruik je competitie om te overwinnen door de ander te ontkennen, dan ga je de verkeerde kant op. De ontkenning bestaat bij besluitvorming op hoog niveau zonder medeweten van werknemers. De ontkenning is aanwezig in de communicatie en sociale omgang. Als mens word je niet gekend, maar ontkend, en dat grijpt diep in. Op alle fronten is het aanwezig en het maakt ons heel boos. En of het nu met woorden of met wapens is, uit frustratie slaan we terug.”

Twijfelen, ook zoiets. Het wordt over het algemeen niet geassocieerd met iets positiefs. Maar twijfel is juist goed, vindt Endenburg. “Je moet je altijd afvragen of het beter kan. Ook van iets wat zich ooit als juist aandiende. Dat is ontwikkeling. De waarheid bestaat niet, je moet er iedere keer weer een vraagteken achter kunnen plaatsen.”

Bestuurbare organisatie noodzaak

Bij de oprichting van het centrum dacht hij te kunnen volstaan met het neerzetten van een organisatie. Hij had toen nog niet door dat het een lérende organisatie moest zijn. “De sociocratisch manier van omgaan met elkaar moet je wel degelijk leren, jezelf bewust maken.”
Endenburg schreef een aantal boeken over dit onderwerp en reist de hele wereld af om zijn sociocratische kennis in te brengen, daar waar nodig is. Als hoogleraar is hij aan de universiteit van Maastricht verbonden met de lerende organisatie als leeropdracht en dan in het bijzonder de sociocratische kringorganisatie.

“Ik vind het een fascinerend gegeven dat wij in ons rijke Nederland van nu nog steeds praten over werkgelegenheid vanuit schaarste. Het is niet een kwestie van meer wérk, het structureel formeel ontbreken van stuurmogelijkheid is het probleem. Informeel doen we het, maar de formele kant koestert nog steeds de ontkenning. Die twee staan op gespannen voet met elkaar. Het bedrijfsleven, dat hier als eerste last van heeft, bezit in ieder geval de capaciteit er iets aan te doen. Nu China zich als concurrent manifesteert, krijgen organisaties sowieso steeds meer interesse in het individu. Willen bedrijven de competitie aankunnen, dan zullen ze niet alleen moeten zorgen voor veiligheid en creativiteit binnen hun onderneming, maar is een bestuurbare organisatie noodzaak.
Binnen de politiek en de overheidsinstanties zie je dat het begrip schaarste wordt gebruikt om minderheden te laten bestaan en daar autoritaire macht over uit te oefenen. Zo produceren wij zelf onze criminelen en onze drugsverslaafden.”

Op speelse wijze

Als je op het internet gaat surfen, lijkt het er sterk op dat de visie van het sociocratisch gedachtegoed de laatste jaren is uitgewaaierd. Er is zelfs een hele sociocratie-startpagina. En ga je websites eens nader bekijken dan blijkt dat er zelfs sociocratische familieberaden worden georganiseerd. Bij management centrum De Baak doen ze aan ‘Learning Lane’ waarbij je kennis kan maken met de sociocratische wijze van werken. En in het Sociocratisch Centrum kon men onlangs op speelse wijze kennismaken met sociocratische besluitvorming via een consentspel-avond.
Endenburg is realistisch en weet dat het een lange weg is voordat een andere manier van denken en werken is geïntegreerd.

“Als organisatiemodel is de sociocratische wijze van besturen redelijk geaccepteerd, maar nog steeds niet geïntegreerd. Binnen ondernemingen voelt men wel aan hoe het moet, maar weet niet hoe dit vorm te geven. Je moet aan de top beginnen. Voor hen is het ontkenningsverhaal niet nieuw. Als de leiding op hoog niveau de kwaliteit bezit om hier doorheen te kijken en ruimte in hun denken creëren om naar een andere manier van samenwerken te gaan, kunnen we er op sociocratische wijze mee aan de slag. Die paar procent van de ondernemers die deze kwaliteiten bezitten en bovendien de power uitstralen het proces met elkaar op gang te brengen, kunnen voor een wérkelijke verandering in de arbeidsverhoudingen zorgen.”

Gepubliceerd in Europoort Kringen
© Emmy Fons 2006

 

 

‘Het grootste probleem in onze huidige maatschappij is fraude’

Fraude, het oplichten van verzekeringsmaatschappijen, het stelen van goederen. Helaas worden organisaties en bedrijven steeds frequenter geconfronteerd met criminaliteit en de daar uit voortvloeiende (civielrechtelijke) problemen. Vaak complexe situaties, waarbij op z’n zachtst gezegd de voortgang van een bedrijf in het geding raakt. Het politieapparaat inschakelen lijkt een logische actie. Toch boek je dan niet altijd de gewenste resultaten door de vele regels waaraan de politie zich moet houden en de hoeveelheid zaken die zij hebben af te handelen. Een particulier recherchebureau kan uitkomst bieden. NoRisk Recherchediensten B.V. belooft een snelle, accurate en discrete aanpak.

No Risk Recherchediensten B.V. (NRR) maakt deel uit van het in 1990 opgerichte NoRisk Beheer (NR), een maatschappij die diensten verleent op het gebied van beveiliging en bewaking, recherche, opleidingen en beveiligingstechniek. NR Recherchediensten B.V. heeft samen met NR Opleidingen haar hoofdkantoor in Pijnacker. Verder zijn er kantoren in Rotterdam, Berkel en Rodenrijs, Zwolle, Voorne Putten, Haaglanden en de Drechtsteden. Daarnaast zijn er twee installatiebedrijven en verhuurt NRR ook camera’s en aanverwante apparatuur of een observatievoertuig aan collega recherchebureaus of ondernemers.

Theo Bakx (manager NRR) en Arie Stam, beiden voormalig politierechercheur, deden op divers gebied ruime recherche-ervaring op. Doorgewinterde mannen met een kalme, alerte houding. Onontbeerlijk overigens in dit beroep waarbij je van alles kan tegenkomen. Zo worden Bakx en Stam behalve bij fraude, oplichting en diefstal ingezet bij onder meer letselschade, moraliteitsonderzoek, verduistering, overtreding van een concurrentiebeding, opsporing van personen en goederen, afpersing, merkvervalsing, zedendelicten, vreemdelingenzaken, letselschade en medische rechtszaken. En dit zijn nog maar enkele voorbeelden.

Hoe lang zitten jullie al in het vak en wie doet wat in jullie huidige betrekking?

Theo: ‘Ik zit nu meer dan twintig jaar in het vak. Omdat we veel opdrachten krijgen vanuit de vervoer- en transportsector komt mijn ervaring die ik opdeed bij de rivierpolitie goed van pas. In het havengebied weet ik van de hoed en de rand. Ik ken de vervoersstromen en heb inzicht in vervoersdocumenten. Voordat een container van het terrein afgaat, wordt alles gecheckt. Het volgen van de vervoersstroom gebeurt in stapjes. Dan kan je goed onderzoek doen.’
Arie: ‘Ik heb veel gedaan in de transportsector. Nagenoeg al onze recherchemedewerkers zijn afkomstig uit de marechaussee- en politiewereld.’
Theo: ‘Arie is technische rechercheur en ik ben tactisch rechercheur. Mijn werk is onder meer de tactische uitvoering van een onderzoek. Observeren en volgen maakt een belangrijk deel uit van de werkzaamheden van een rechercheur, dus van al onze medewerkers.’

Als iets een politiezaak wordt, is er vaak een wachtlijst. Hoe is dat bij jullie?

‘Wij zijn snel inzetbaar. 24 Uur per dag kun je een beroep op ons doen en ieder onderzoek kunnen wij binnen 24 uur na het verstrekken van een opdracht aan. Zo zijn we eens op kerstavond in allerijl naar Griekenland afgereisd. Soms moet je snel bijstand verlenen.’

Werken jullie ook voor particulieren?Moet je wel eens een overspelige man of vrouw volgen?

‘Doorgaans niet, al glipt er wel eens een zaak tussendoor en ja, dat kan in de relationele sfeer liggen. Maar de opdrachtgevers waar wij het meest voor werken zijn het bedrijfsleven, de advocatuur en de verzekeringsmaatschappijen.’

Waarin verschilt jullie werk met dat van een politierechercheur?

‘Bij ons is iedereen klant. Nagenoeg elke zaak komt voor behandeling in aanmerking. Wel maken wij een afweging van de integere bedoeling van een opdrachtgever. Zo weigerden wij enige tijd terug een opdracht omdat de opdrachtgever onze onderzoeksresultaten als chantagemiddel wilde gebruiken.
In feite doen wij niets anders dan de politie. We volgen dezelfde procedure: confronteren, ondervragen, bekentenissen. Wij hebben niet de bevoegdheid die de politie heeft, kunnen geen proces verbaal opmaken. Overigens word je voor het werk dat wij doen gescreend en ben je volgens de Wet op de Particuliere Beveiligingorganisaties en Recherchebureaus verplicht een legitimatiebewijs bij je te dragen. Wij moeten aan diverse eisen voldoen en hebben allen het diploma Particulier Onderzoeker. Dit, om te voorkomen dat mensen denken ‘dit lijkt me wel leuk werk’ en dan gaan lopen freewheelen. Wij gebruiken gelijke opsporingstactieken maar hebben echter meer vrijheid van handelen. De politie moet voortdurend voor al hun acties toestemming vragen aan de officier van justitie. En er zijn zoveel zaken, dat ze prioriteiten stellen. Wij beginnen gewoon. Het is geen onwil van de politie. Door de talloze regels waar ze zich aan moeten houden zit er vaak geen schot in de zaak. Zo was er eens een geval waarbij een werknemer een stapel cheques had gestolen. Je kan met een speciaal badje vingerafdrukken zichtbaar maken op papier, dus dat was gebeurd. Toch kon de politie er niet verder mee, er moest meer bewijsmateriaal komen. Wij zijn die zaak nader gaan onderzoeken en kwamen er achter dat de verdachte de cheques over de grens had verzilverd. De politie kreeg geen toestemming van het Openbaar Ministerie om in het buitenland onderzoek te doen. Wij kunnen zonder problemen grensoverschrijdend onderzoek verrichten. Voordat de politie toestemming krijgt gaat soms kostbare tijd verloren. Wij kunnen à la minuut afreizen. En ons rapport werkt dan als een getuigenverklaring. Bij NRR bepaal je als opdrachtgever de regie over de uitvoering van het onderzoek en bepaal je wat er met de resultaten gebeurt.’

Met welke criminele daad worden jullie het meest geconfronteerd?

‘Het grootste probleem in onze huidige maatschappij is fraude. Wij bestaan bijna van door anderen gepleegde frauduleuze praktijken. In bedrijven zijn het soms de hooggeplaatsten die ruim stelen van het bedrijf. Ze werken er meestal al jaren, kennen het klappen van de zweep en komen dan tot een bewuste keuze van zelfverrijking. Zo was er een vestigingsdirecteur die samen met zijn secretaresse twee ton had verdonkeremaand. Bij het ondervragen bleek dat hij dit deed omdat hij financieel in de problemen dreigde te raken. De inkomsten van zijn vrouw waren sterk teruggelopen. Zijn gezin wilde echter wel de luxe levensstandaard die het gewend was, voortzetten. Kinderen willen vaak het nieuwste van het nieuwste. Aanvankelijk begon hij zijn actie alleen. Totdat zijn secretaresse hem door had en hem voor de keus stelde. Zij wilde graag mee delen in het plan, zo niet dan zou ze het in de openbaarheid brengen. Zo werd het een duo-actie. Onze hulp werd ingeroepen omdat de winst wel erg terugliep. Wij trokken alles na, maakten opnamen met de camera en hadden zelfs in beeld hoe de secretaresse vakkundig en geraffineerd de buit verdeelde.’

Kun je zeggen dat zo’n man dan al een criminele inslag heeft?

‘Nee, dat is zeker niet altijd het geval. Het klinkt misschien gek, maar veel mensen zijn opgelucht als ze gepakt worden. Ze zitten zo intens in het gebeuren, met alle spanning vandien en kunnen zich er moeilijk van losmaken. Deze man had een status hoog te houden. Hij wilde die twee ton even ‘lenen’ en het later terugbetalen als alles weer goed op de rails stond maar dat terugbetalen gebeurt natuurlijk niet. Uiterlijk vertoon van het materiële is iets dat sterk speelt in deze tijd. Je ziet dat mensen daardoor tot vreemde praktijken komen.’

Doet een organisatie of bedrijf doorgaans aangifte van een misdrijf?

Zo’n vijftig procent van de bedrijven geeft er de voorkeur aan om het binnenskamers te houden. Je hebt natuurlijk niet graag dat je onderneming op zo’n manier in de picture komt. In zo’n geval doen wij actief aan schadebemiddeling. In het voorbeeld dat ik schetste kwam men overeen dat de man het geld terug zou betalen, na ontslag uiteraard. Wij kennen ook een bedrijf waar iedereen is ontslagen omdat ze allemaal fraudeerde. Deze onderneming is er aan onderdoor gegaan. Je komt bizarre, trieste en ingewikkelde zaken tegen. Zoals het overtreden van een concurrentiebeding. Er zijn ondernemers die een werknemer in dienst laten treden bij een concurrent, zodat hij inzicht krijgt in de handelswijze van het bedrijf. Wij gaan zelf ook wel eens ‘undercover’. Als werknemers grote diefstallen plegen, werken wij een tijdje mee in het bedrijf. Zo kom je aan je informatie.’

Komt het ook voor dat mensen jarenlang hun criminele daden kunnen uitvoeren voordat ze worden betrapt?

‘Jazeker. Vaak zit een werkgever heel lang in de ontkenningsfase. Dat neemt steeds ernstiger vormen aan. We zitten economisch gezien in een gunstige periode. Personeelsgebrek is aan de orde van de dag. Men is al blij dat men personeel kan krijgen, de mentaliteit heeft dus een lagere prioriteit. Gevolg is dat frauderen en stelen wordt ingecalculeerd. Een werkgever zegt: “Ik aanvaard het risico. Ik heb nu vijf miljoen omzet, er wordt voor een ton verdonkeremaand maar als ik het tegen elkaar afweeg, wordt er wel gestolen maar heb ik nog steeds zeven ton winst. Zonder personeel haal ik dat niet.” Zo ver gaat het. Men loopt voorbij aan het feit dat er een gedoogsfeer wordt gecreëerd. En op den duur kun je daarmee klanten kwijtraken want het werkt ongetwijfeld door. In een supermarkt waren een collega en ik getuige van een geval waarbij een caissière geld uit de kassa aan haar vriendje gaf. Toen ik de manager daarvan op de hoogte bracht en voorstelde de daders in de kraag te grijpen, zei hij: “Laat maar zitten.” Hij vreesde het geweld van de jeugd en de mening van zijn meerderen. Totdat bleek dat het structureel en op verschillende terreinen gebeurde. Toen werd onze hulp alsnog ingeroepen. Overigens is de winkel thans opgeheven. Van de ruim twintig jaar dat we bij de politie en het particuliere recherchebureau werken, merken we dat qua moraal het niveau is gedaald en dat mensen een bepaalde status erg belangrijk vinden. Dit zijn mede oorzaken van de toename van criminele daden binnen de organisatie- en bedrijfssector.’

NR Recherchediensten beschikt eveneens over een specialistische afdeling

‘Ja, de Dienst Speciale Opdrachten, oftewel DSO. Daarin houden we ons specifiek bezig met de uitoefening van specialistische taken die professioneel inzicht vergen en gestuurd en gecoördineerd worden vanuit een recherchematige invalshoek. De DSO houdt zich bezig met begeleiding van (waarde)transporten, gericht op het voorkomen van enige criminele actie tegen goederen en personen die met het vervoer hiervan belast zijn. We beschikken over geavanceerde apparatuur. We hebben een volgsysteem waarmee we vanuit de meldkamer lading van voer- en vaartuigen kunnen volgen. Ook heeft het systeem een opsporingsfunctie. Op afstand kan het bijvoorbeeld koeltransporten in de gaten houden. We kunnen de temperatuur regelen en er zit een alarmfunctie op waarmee we de brandstoftoevoer kunnen stoppen. Het is eveneens mogelijk een technische storing te simuleren door een maximumsnelheid aan te geven. Het wordt voor een crimineel dan moeilijk om te vluchten als hij slechts met 60 kilometer per uur over de snelweg kan. Bij bepaalde zaken zetten we observatievoertuigen in die zowel bemand als onbemand functioneren en doen observatie naar bepaald gedrag. Zo kan je de misdaad voor zijn. De politie kunnen we met dit soort informatie voeden. We leveren onze rapportage in, soms vergezeld van videobanden. Een van de kerntaken binnen de DSO is Vipbegeleiding.’

Heeft ‘preventief’ optreden enige zin?

‘Jazeker. Criminelen opereren graag in de anonimiteit dus als je het op het moment zelf aanpakt, werkt het. Bij zaken als mensensmokkel vinden we het vooral interessant om de organisatie erachter in kaart te brengen. Zo hadden we binnen anderhalve maand een schuilplaats ontdekt waar een criminele organisatie mensen onderbracht die van deze smokkel slachtoffer waren. Wij troffen daar onder meer totaal vernielde identiteitspapieren aan. De organisator sneed uit het dak van een trailer een mooie winkelhaak waardoor een hele reeks verstekelingen zich naar binnen kon laten zakken. De havenmeester en beveiliging dachten dat alles in orde was want over het algemeen  wordt er niet boven op trailers gekeken. Het geeft een goed gevoel de organisatoren van zo’n onderneming op heterdaad aan te houden.’

Nooit bang of gespannen?

Theo: ‘Nee, bang ben ik niet. Wij zijn redelijk door de wol geverfd. Maar ik zal nooit iemand zomaar vertrouwen. Ik ga mensen wel open tegemoet maar een zekere reserve is aanwezig. Nu werken wij altijd als team en zijn als zodanig goed op elkaar ingespeeld. De voorbereiding is belangrijk. Voordat we tot actie overgaan zijn we al weken bezig en zorgen wij dat we bewijzen in handen hebben.’
Arie: ‘Ik heb wel voelsprieten voor gevaar. En een zekere spanning is er ook wel, vooral bij achtervolgingen. Je moet constant alert zijn.’’

Lijden jullie aan beroepsdeformatie?

Arie: ‘Als ik in een winkelcentrum loop, kan ik het niet laten om op te letten. Soms komt het goed van pas. Dan grijp ik er een bij z’n kraag.’
Theo: ‘We lijden er niet onder. Het is een stuk levenservaring waar we veel aan hebben.’

Gepubliceerd in Europoort Kringen
© Emmy Fons

De toekomst van stad en land

In het Nederlands Architectuur instituut (NAi) zijn twee tentoonstellingen te bezoeken die bijdragen aan de actuele discussie over de invulling van stad en land. Voor dit  grensgebied tussen agrarische en stedelijke activiteit, waar bedrijvenparken oprukken, is de term ‘tussenland’ bedacht. De kritiek op de inrichting van het tussenland is dat een harmonisch samenspel der elementen ontbreekt. Wie zich verdiept in het foto- kaart- en beeldmateriaal van ‘Stad noch land’ (tot 28 januari 2007) krijgt een goed beeld van de ontwikkeling van dit tussenland. Over hoe stad en buitengebied er in de toekomst uit zouden moeten zien, zijn de meningen verdeeld. De expositie van foto’s onder de naam ‘De spectaculaire stad’ (tot 7 januari 2007) laat hier alvast een voorproefje van zien.

Voor wie beide tentoonstellingen wil bezichtigen, verdient het aanbeveling om met ‘Stad noch land’ te beginnen. Deze tentoonstelling concentreert zich op drie gebieden die representatief zijn voor de verschillende vormen van tussenland: De Liede in de Haarlemmermeer, De Locht in Limburg en Dorst in Brabant. Het zijn van die gebieden die mensen tijdelijk of voor een langere periode in beslag nemen. De toeschouwer staat er oog in oog met het bewijs dat ons land op de grens van het stedelijke en het agrarische steeds vaker bestaat uit onsamenhangend ingerichte gebieden die niet bepaald een lust voor het oog zijn.

Verrommeling
De term ‘verrommelen’ rukt op. Het is een nieuw woord, nog niet gesignaleerd in de Van Dale of het Groene Boekje. Dat het thans gehanteerd wordt, zegt iets over het actuele karakter van de betekenis van het woord.
Misschien bedacht Aaron Betsky het. Het was immers een van zijn stokpaardjes. Betsky, die de afgelopen vijf jaar directeur was van het NAi, verhuisde onlangs naar Ohio in de Verenigde Staten voor een nieuwe uitdaging. Het gebrek aan aandacht voor de openbare ruimte was hem een doorn in het oog. Hij wees op het ontbreken van een centrale regie en de schrijnende gevolgen hiervan op het platteland, dat dichtslibt met woonwijken en bedrijvenparken. Schrikbarend zelfs, noemde Betsky de verrommeling van stad en land. Hij vond het onderwerp in ieder geval belangrijk genoeg om er een tentoonstelling aan te wijden en er zo de aandacht op te vestigen.

Project tussenland
Dat aanmodderen in het buitengebied begon al in de jaren tachtig. De laatste jaren echter is de beer los en verslapt de aandacht voor onze directe leefomgeving met toenemende mate. Sinds enkele jaren is het gemakkelijker geworden voor gemeenten om de buitenruimten naar eigen inzicht in te richten. Omdat economische belangen voor alles gaan, krijgen bedrijven de ruimte die zij wensen. Gemeentes laten zich hierin meestal leiden door korte termijnbelangen. De stichting Natuur en Milieu vond het daarom hoog tijd worden het fenomeen verrommeling en alles wat daar mee samenhangt onder de aandacht te brengen. Zo startte zij onlangs een campagne voor het behoud van de open ruimte met de slogan ‘Hoe ver laten we het komen’.
Zij staat daarin niet alleen. Gelijktijdig met de tentoonstelling ‘Stad noch land’ in het NAi wordt in Kasteel Groeneveld in Baarn de film ‘Locatie tusseNLand’ van Ben van Lieshout vertoond. De tentoonstelling is namelijk onderdeel van een groot project over tussenland waarin het NAi, Staatsbosbeheer, het Ruimtelijk Planbureau en Kasteel Groeneveld samenwerken. Met de publicatie ‘Stad noch land’ hoopt Staatsbosbeheer een discussie op gang te brengen met politici, beleidsmakers en milieuactivisten.

Goedkoper
Natuur en Milieu onderzocht de huidige staat van bedrijventerreinen en kwam tot de conclusie dat op deze vaak rommelige terreinen leegstand, verval en moderne dienstverlening naast elkaar leven. Van de terreinen is 28.000 tot 40.000 hectare (40%) verouderd, 8.300 hectare bedrijfsruimte staat te koop of is te huur en tot 2015 komt er ruim 32.000 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen bij. Omdat de te huren ruimtes goedkoper zijn dan in het centrum, verhuizen de sportschool, het kinderdagverblijf en de tandarts steeds vaker naar een bedrijfsterrein. Het argument dat nieuwe bedrijventerreinen zorgen voor een flinke toename van de werkgelegenheid, kan onmiddellijk worden weerlegd. Na een onderzoek bleek dat de banen slechts met zes procent toenemen.
Omdat nieuwe bedrijventerreinen modern ogen en er betere voorzieningen zijn, verlaten ondernemingen hun oude stek om zich in een nieuw gebouw te vestigen. Zo ontstaat leegstand en verval.

Bestaande terreinen opknappen, de beschikbare ruimte intensiever gebruiken en functies combineren zal de behoefte aan nieuwe bedrijfsruimtes doen verminderen, denkt Natuur en Milieu. Soms investeert een bank in de herstructurering van bedrijfsgebouwen, zoals de ASN Bank, die onder meer de Badcuyp in Amsterdam financierde. Daar is nu een restaurant en een muziekcentrum gevestigd. Ook Watertoren Buitenlust in Dubbeldam kreeg op die manier een tweede leven met onder meer een fietsenmakerij, een restaurant en een winkel. De ASN is overigens een van de weinige banken die investeert in het opknappen van vervallen bedrijfspanden.

Nieuwe inzichten
Hoe denkt de politiek over de invulling van onze leefomgeving? Binnen de PvdA ergert men zich ook aan de verrommeling en versnippering in het landschap, evenals Groen Links. De ChristenUnie vindt het verontrustend dat door de ongunstige omstandigheden in de landbouw veel boeren stoppen met hun bedrijf. Zij zijn de hoeders en verzorgers van het landschap, die het verrommelen kunnen tegengaan, aldus deze partij. Bij het CDA overheerst juist de trots over het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren waarin er diverse maatregelen werden genomen die betrekking hebben op het buitengebied. Toch is er bij de VVD enige erkenning over het feit dat het aan zorgvuldigheid heeft ontbroken en dat dit inderdaad heeft bijgedragen aan de verrommeling van het landschap.

“Als het aan de SP ligt, draaien we nog in december alle shit van de laatste jaren terug: de Nota Ruimte, nieuwe industrieterreinen en de Tweede Maasvlakte.” Aldus Krista van Velzen van de Socialistische Partij tijdens een interview met Terra.
Ondertussen weten projectbureaus en ondernemers die gebruik maken van het tussenland zich telkens te ontrekken aan de gangbare Nederlandse ideeën over ruimtelijk ordening. Toch biedt dit tussenland ook nieuw perspectief, vindt het NAi. Voor het ruimtelijke beleid kan het nieuwe inzichten, ideeën en concepten opleveren.

Confrontatie
Wat brengt de toekomst ons? Hebben we straks iets gedaan met deze nieuwe inzichten en ideeën of gaan we op dezelfde voet door? Daarover kun je fantaseren en dat deed een groot aantal fotografen dan ook. Het resulteerde in een mooie verzameling al of niet gemanipuleerd werk van Nederlandse en internationale fotografen die hun wereldwijde visie op de stad van de toekomst vastlegden.
Na alle opgedane kennis bij ‘Stad noch land’ is het tijd om in het NAi af te dalen naar de begane grond waar de tentoonstelling ‘De spectaculaire stad’ je direct bij de lurven pakt. Confrontatie, dat is het voor wie de ruimte doorkruist en zijn blik laat rusten op de kunstwerken. Aan de wanden, die in doolhofstijl in de ruimte geplaatst zijn, hangen sterk uitvergrootte foto’s met –ja- spectaculaire voorstellingen, afgewisseld door indrukwekkende staaltjes fotografische kunst van een kleiner formaat.
Woorden zijn hier niet op hun plaats, het is vooral een kwestie van zien, voelen, verwonderen en ervaren. Een belangrijk uitgangspunt voor de tentoonstelling was het oeuvre van Andreas Gursky, die de realiteit door middel van digitale technieken naar zijn hand zet. Hij kneedt op deze manier een nieuwe werkelijkheid, waarbij stedelijke structuren een hoofdmotief vormen. Voor de tentoonstelling verzamelde het NAi de beste werken van 29 internationale en Nederlandse toonaangevende fotografen en kunstenaars die het voorbeeld van Gursky volgden en situaties op beeld vastlegden, deze bewerkten, manipuleerden en zelfs (her)construeerden. Zij gunnen ons een blik op iets dat (nog) niet zichtbaar is, maar wel latent aanwezig in onze snelveranderende omgeving.

Bronnen: Terra/Natuur en Milieu; NAi; Dagblad Trouw
Gepubliceerd in Europoort Kringen
© Emmy Fons 2007

“Wij zijn gemakkelijk te conditioneren, maar even gemakkelijk te de-conditioneren’

NLP, oftewel Neuro-Linguistic-Programming, is in het bedrijfsleven geen nieuwe term meer. Maar wat is nu eigenlijk de kern van NLP? En wat kun je er mee bereiken? “NLP is een benadering, een manier van denken. NLP is niet probleemgericht maar oplossingsgericht. Je neemt een andere houding aan en daarvoor is er een hele reeks technieken,” aldus de Vlaamse psycholoog, filosoof en NLP-trainer Eric Schneider. Als adviseur en counselor had hij vaak de ervaring dat managers hun personeel ‘op cursus’ stuurden. “Dat heeft weinig zin. Zij hebben dan veelal het gevoel weer iets te moeten. Terwijl er bij mensen vaak al een gebrek aan zingeving is. Het geven van trainingen aan managers is effectiever. Zij kunnen dan op basis van samenwerking op een coachende manier hun medewerkers motiveren.”

Eric Schneider studeerde psychologie en filosofie aan de Rijks Universiteit Gent. Na het bestuderen van diverse therapeutische benaderingen kwam hij in 1983 in aanraking met NLP. Hij werd direct enthousiast en volgde een aantal opleidingen. In 1988 richtte hij Arcturus op, een van de eerste Nederlandstalige NLP-centra in Kessel/Vlaanderen waar jaarlijks opleidingen in NLP worden georganiseerd. Door zijn reputatie als internationaal erkend NLP-trainer wordt hij vaak gevraagd voor lezingen, trainingen en workshops in binnen- en buitenland. Zo doet hij ook regelmatig het Tarázát Instituut in Rotterdam aan om daar een deel van de opleidingen te verzorgen. In ons land wordt NLP al veel gepraktiseerd terwijl men in Vlaanderen nog de kat uit de boom aan het kijken is.

Imago
Schneider: “De eerste opleiding in de U.S.A ging in 1978 in New York van start. In Europa is NLP aan het begin van de jaren tachtig geïntroduceerd en wel in Nijmegen en Brussel. In Nederland is men altijd iets sneller dan hier. Als er nieuwe trainingen geïntroduceerd worden, zijn er eerst groepen mensen die het in Nederland volgen en daarna gebeurt dat pas in Vlaanderen. In het Franstalige gedeelte van België en in Frankrijk stonden ze er eerder voor open. Nu is het in Frankrijk zo, dat bedrijven verplicht zijn hun werknemers opleidingen te bieden. In Parijs en Bordeaux wordt dan vaker voor een NLP-training gekozen. NLP wordt echter zeer veel gebruikt zonder het bij de naam te noemen. Dat komt mede door het imago dat het –voornamelijk in het begin- had. NLP kreeg een slechte naam door de manier waarop het soms werd gelanceerd; dan ging het in veel gevallen vooral om geld verdienen; dat geeft een nare bijsmaak.”

Neutraal
Neuro Linguistic Programming is de studie van de structuur van de menselijke ervaring en –meer specifiek daarin- de communicatie. Het is aan het begin van de jaren zeventig in Amerika ontstaan door nauwkeurige observaties en diepgaande interviews door gestalt-therapeut en wiskundige Richard Bandler en professor in de linguïstiek John Grinder. NLP baseert zich op de studie en de analyse van het werk van niet de eerste de beste therapeuten en van mensen die ieder op hun eigen terrein succesvol zijn in hun leven en communicatie. Schneider: “Bandler en Grinder ontdekten dat elk van deze ‘meesters in communicatie’ een zelfde weg volgden in hun manier van denken en handelen. In theorie verschilden ze van elkaar, terwijl ze in het hoe van hun denken en handelen merkwaardige overeenkomsten vertoonden. De studie hiervan leidde tot een reeks principes en strategieën die de basis vormden voor een succesvolle communicatie, ongeacht het terrein of theoretische invalshoek. NLP maakt de kern uit van elk veranderingsproces. En het is neutraal, dat maakt het toegankelijk. Verder is het een voordeel dat je het makkelijk inhoudelijk kan toepassen. Bij bedrijven met een specifieke problematiek kan je een bepaalde aanpak in een NLP-vorm gieten zonder het expliciet NLP te noemen. Op die manier staan mensen er onbevangen tegenover.”

Verrijking
In het bedrijfsleven is men tegenwoordig steeds meer bezig met de identiteit en missie van een onderneming. Op vragen als ‘wie zijn we eigenlijk?’ en ‘hoe vertalen we dat naar de buitenwereld?’zoekt men een antwoord.

“Dat is puur NLP,” zegt Schneider. “Zo kan je in korte tijd grote veranderingen bewerkstellingen. Het veranderende potentieel is zeer groot. Je kan het zowel individueel als collectief in je organisatie brengen. Het meest effectief is het geven van opleidingen aan managers; medewerkers zijn vaak niet zo gemotiveerd. Logisch, want het grootste probleem binnen bedrijven is dat directie en personeel geen zingeving meer in hun leven hebben. ‘Waar zijn we mee bezig?’, vragen ze zich af. Als je geen motivatie voelt bij het werk dat je verricht, wil je ook geen moeite meer doen. Dat is een terecht gevoel. Dus moet je contact maken met jezelf en je missie. En dat wil niet zeggen dat als er weer zingeving in je leven is, er geen problemen meer zullen zijn. NLP pretendeert niet problemen altijd op te lossen, het reikt iets aan, een andere manier van denken. Als je de moeilijkheden in je leven binnen de zingevingcontext bekijkt, is dat een verrijking en een fundamentele stap naar een gezonde oplossing toe.”

Gezonde reacties
Bij negen van de tien mensen die Eric Schneider coacht, bemerkt hij dat gebrek aan zingeving. Vaak mondt dit uit in een burnout of depressie. En als je zo diep in het dal zit, ga je je wel afvragen wat je met je leven wil. Die vraag kan je niet meer voor je uitschuiven; hij ontstaat juist vanuit de leegte en de confrontatie met jezelf.

“Tot op heden heeft het bedrijfsleven geen antwoord op deze problematiek, terwijl daar een grote verantwoording ligt. Het grootste gedeelte van de tijd brengen mensen immers op hun werkplek door. Als die belangrijke tijd geen betekenis heeft, overheersen lethargie en stress. Het kan allemaal veel rendabeler worden als je werknemers het naar hun zin hebben en het gevoel hebben dat ze het ergens voor doen. Overigens begint de top daar steeds gevoeliger voor te worden, merk ik. Dat is een goede zaak.

Psychiaters zien die zingevingproblematiek heel duidelijk. Maar eigenlijk valt er therapeutisch niets aan op te lossen. Het zijn namelijk geen afwijkende maar gezónde reacties. En gezonde reacties zijn soms pijnlijker dan ziek zijn.
In het Westen zijn we er trots op dat we ons hebben losgemaakt van religieuze zaken. Maar wat is er voor in de plaats gekomen? Men voelt zich leeg. In onze huidige maatschappij gaat het om bezit, kopen en oorlog voeren. Zolang je geen nieuw antwoord hebt op zingeving, is er die leegte. Overigens is NLP niet religieus gebonden; dat maakt de drempel lager. En de taal is duidelijk. Het is gewone, Europese taal.”

Emotionele intelligentie
Volgens Schneider leert NLP ons dat succes in communicatie, zowel met jezelf als met anderen, afhankelijk is van hoe je communiceert en niet wat je communiceert. De inhoud is ondergeschikt aan de vorm. “Je bereikt eerder resultaten als je weet hoe je met de dingen om kunt gaan. Als we wijsheid definiëren als het goed kunnen omgaan met kennis en kunde, dan zouden we NLP kunnen definiëren als een moderne weg tot wijsheid. Want wat is wijsheid? Dat is een toenemend innerlijk evenwicht. Dat bereik je niet zonder een emotionele ontwikkeling. Wijsheid impliceert emotionele intelligentie, vandaar dat een gedegen NLP training leidt tot een fundamentele ontwikkeling van ons emotioneel functioneren. Het besef dat er altijd nog te leren valt en de wetenschap hoe dit te doen, is een van de belangrijkste kenmerken van wijsheid en emotionele intelligentie. Het leven gaat er heel anders uitzien als je het vermogen hebt te leven en op te treden met een gevoel van zinvolheid en doelgerichtheid. De integratie van de kennis is een belangrijk element in onze opleidingen. Zo leer je, hoe je voor jezelf een succesvol leven kan realiseren. Dan is het niet meer uitsluitend iets waarvan we dromen.”

Zeer effectief
In NLP zit niet voor niets het woord linguïstiek; het benadrukt namelijk sterk de functie van taal. Communicatie kan zo op een prettige, efficiënte manier verlopen. “Met taal kun je uitstekend uitdrukking geven aan zowel onze individuele als collectieve levenswereld”, weet Schneider. “Het helpt je je denken, voelen en ageren te verbeteren, te verdiepen en te integreren. Het is zeer effectief, mits het door een adequate communicator wordt toegepast, niet alleen door een therapeut. Daardoor wordt het interessant want je komt altijd in confrontatie met dezelfde communicatieprincipes. Kenmerkend voor een probleem is het onvermogen tot communiceren. Met intuïtie kom je er dan niet; intuïtie is abstract. Daarom is een van de belangrijkste aspecten binnen NLP het vermogen tot concretiseren. Dat werkt veel effectiever.”

Kort en inspirerend
Het geheel illustrerend met een paar voorbeelden, komt Schneider op het mission statement van een onderneming. “Het mission statement moet kort en inspirerend zijn. Het hoort iedereen in het bedrijf emotioneel aan te spreken, tot aan de poetsvrouw toe. Zo is het een rechtstreekse vertaling van de actieplannen. Het mission statement is de creativiteit van een bedrijf. Een missie heb je niet voor het bedrijf zelf, maar voor de maatschappelijke context. En dat betekent: vanuit de klant denken. Bij Black & Dekker was het niveau van de activiteiten alleen gericht op het product. Totdat ze het eens gingen bekijken vanuit het standpunt van de consument. Want waarom koopt hij een boormachine? Toen was er iemand zo slim te zeggen: ‘wij maken gaatjes. En waar maken wij gaatjes? Meestal daar, waar geen stopcontacten zijn.’ En voilá, de draadloze boormachine werd geboren. Dat nieuwe product kwam er, omdat ze in de huid van de cliënt kropen.

Er was eens een Engelse gordijnenfabriek aan het begin van de 19e eeuw met een werknemer in dienst, die begreep wat missie is. Hij zei: ‘we helpen met licht en schaduwbeheersing’ en daardoor ging hij bijvoorbeeld lampenkappen produceren en alles wat met lichtschakeringen te maken had. Het is een groot bedrijf geworden; dat is een mission statement. Honda zegt: ‘wij verpakken motoren’. Dat is een statement op vlak van identiteit. Naar de klant toe zou dat kunnen betekenen als missie: ‘we helpen u bewegen!’ Fietsen, vliegtuigen, bussen, auto’s, alles wat beweegt kan dan in principe in productie gebracht worden. Daar profileert de onderneming zich mee; het is wat het bedrijf voor het cliënteel betekent. Het ‘we make things better’ van Philips gaat in die richting. Mankement nog is dat vergelijken: better; dat is tricky.”

Manipulatie
“Jazeker, in de reclamewereld gebruikt men ook NLP. Maar dan om mensen te conditioneren, te programmeren. Je zou kunnen zeggen, dat zij daar de banale zaken van NLP hebben overgenomen. Met veel jolijt wordt dit toegepast in reclameboodschappen. Nu zijn wij makkelijk te conditioneren, maar even makkelijk te deconditioneren. Je moet er zelf greep op krijgen en de reflexie uitschakelen. Zolang er nog reflexie is, is er nog geen conditionering.”

Er wordt mij wel eens gezegd: NLP is manipulatie. Dat is juist, maar ik zeg liever: manipulatie is behandelen met voorzichtigheid. Het manipuleren is niet het probleem, het misbruik van manipulatiemogelijkheden geeft onplezierige en verwarrende situaties. NLP legt sterk het accent op de manieren van communiceren die je mogelijk kan gebruiken in het belang van de ontwikkeling van de ander. Misbruik is een populaire mentaliteit die zich vroeger of later wreekt.”

Gepubliceerd in Europoort Kringen
© Emmy Fons


 

 

 

 

“Als het aan mij lag, gingen de decibellen op de bon”

Vlieg-, weg- en waterverkeer, landbouwmachines, groenonderhoudattributen en fabrieken produceren dagelijks een enorme hoeveelheid geluid. Decibellen, voortgebracht door elektronische muziek, zijn vaak van een gewelddadig volume: discotheken, concerten met torenhoge geluidsboxwallen, de ‘boomingsystems’ die over de weg dreunen en de stereo-installatie van de buurman. Kortom: een leven, vergezeld door lawaai. Veel mensen lijden daar onder. Muzikant/zanger/componist/tekstschrijver/artiest Joost Belinfante is daar een van. Zo ontstond het idee voor zijn tiendelige serie cd’s ANTILAWAAI, een organische resonantiecompensatie.

Terwijl ik over de snelwegen raas, op weg naar de woning/studio van Belinfante, mijmer ik over stilte. Ik denk aan mijn laatste vakantie op die rustige camping in Frankrijk, waar slechts de koeien af en toe een tevreden loei lieten horen, de krekels er lustig op los tjirpten en de vogels ieder hun eigen lied zongen. Op een dag werden al deze natuurgeluiden overstemd door een hels kabaal. De grasvelden waren aan een beurt toe en dat hebben we geweten. Dagenlang. De tijd van de zeis, in een perfecte cadans voortbewogen door sterke, gebruinde armen, is voorbij. Schriele personen, getooid met levensgrote gehoorbeschermers, chaufferen het maaivoertuig.

Kwelling
Joost Belinfante (56) weet er alles van. Eens woonde hij heerlijk afgelegen op een boerderij. Totdat men er in de buurt een nieuwe weg aanlegde, toen werd het al minder fijn. Maar pas echt rustverstorend was zijn buurman, een boer die vergroeid was met zijn tractor. Nu woont hij aan een stadse laan die een paar jaar terug als doorgangsweg werd aangewezen.

Op zijn website geeft Belinfante regelmatig zijn visie op actuele zaken of is er een klein verslag van iets wat hij zojuist heeft ervaren. Het thema ‘geluid’ komt regelmatig aan bod. Zo trachtte hij onlangs een dagje bij te komen in het stiltegebied rondom het Drielandenpunt. Daar werd hij geconfronteerd met recreërende, lawaai producerende motorrijders die zich door ditzelfde stiltegebied begaven. Op zijn site vind je deze kwelling terug in een reeks foto’s van diverse motoren en het bord ‘Stiltegebied’. Zo doet hij iets creatiefs met zijn ergernis en kan hij de ervaring delen met de lezers van zijn digidagboek.

Reeks instrumenten
Als muzikant maakte hij op het podium mee hoe het geluidsniveau toenam. Belinfante richtte in de jaren zestig de akoestische band CCC Inc. op die op Nederlandse wijze folk en country muziek speelde. Tot die band behoorden onder meer Henny Vrienten en Ernst Jansz, die in de jaren tachtig Doe Maar oprichtten. Belinfante was onafhankelijk medewerker van Doe Maar. Hij schreef songs voor de groep –wie kent niet zijn ‘Nederwiedewiedewiet’-, speelde mee tijdens grote concerten en verleende zijn medewerking aan lp’s. Verder zat hij nog in diverse andere bands, speelde met bekende popmusici, trad op met theater- en dansgezelschappen –voorstellingen in de USA met goede recensies- werkt mee aan tv-programma’s als Klokhuis –waar hij muziekinstrumenten voor bouwde- , gaf masterclasses neusfluit en leverde zijn bijdrage aan kindertheater- en poppenkastvoorstellingen. Hij bespeelt een hele reeks instrumenten en is daar zeer bedreven in.

Als er dus iemand weet wat het hele spectrum aan geluiden voorstelt, ben jij het wel.
“Geluiden doen iets met een mens. Als je plotseling met lawaai te maken krijgt, heeft dat iets angstaanjagends. Wat dat betreft reageren wij net als dieren. Je hoort iets en je wilt eigenlijk wegrennen. Dus span je je spieren. En raak je gespannen omdat er niets te rennen valt.
Voor muzikanten is er op het podium nogal wat veranderd in de loop der jaren. Er zijn steeds meer decibellen bijgekomen. Vroeger had je het als band zelf in de hand; je draaide aan de knopjes van de versterker en dat was het. Het geluid wordt nu verzorgd via het public adress system. In de zaal zit een techneut en die regelt het volume. Op het podium heb je geen idee hoe het in de zaal overkomt. Techniek en muziek zijn van elkaar losgekoppeld. Vaak is het een pokkenherrie. Ikzelf ga nooit naar popconcerten en als ik op een feestje verkeer en de band gaat spelen, ben ik weg.”

Wat bracht jou tot het creëren en produceren van de ANTILAWAAI serie?
“Van al het lawaai dat in onze wereld wordt geproduceerd, heb ik veel last. Het is voor mij heel moeilijk om te werken, mij te concentreren en mijzelf te ontspannen in een omgeving waar ik met harde geluiden –voor mij lawaai- wordt geconfronteerd. Ik ben dus op zoek gegaan naar een manier om de herrie te kunnen reduceren. Daarvoor moest ik iets maken wat er gewoon is, zonder structuren, zonder dat het een emotie oproept. Het is er, meer niet.”

Dat klinkt mij niet als muziek in de oren.
“ANTILAWAAI is géén muziek. Het bevat geen structuren en het deelt noch de tijd, noch het hoorbare spectrum in afgepaste eenheden in. De serie cd’s die ik in gedachten had, moest aan een aantal eisen voldoen maar verder is het een toevalskwestie. Het eindresultaat is voor mijzelf een verrassing. Door de toets steeds iets anders aan te slaan, ontstaan er variaties. Ik maak hem zeer aanslaggevoelig en op die manier kan ik een toon hoger of lager laten klinken; dit eveneens om geen patronen te creëren. De tijdsduur van een bepaald geluid varieert ook; door hier verschuivingen in aan te brengen, klinkt het telkens anders. Ik stel de cd’s samen met speciaal geprogrammeerde elektronische geluiden op basis van de kennis der organische resonantie.”

Organische resonantie?
“Wij bestaan voor negentig procent uit water. Water geleid geluid en water wordt door geluid in trilling gebracht. Dat geldt ook voor ons. Ons lichaam, het organisme, reageert gedeeltelijk autonoom op die trillingen. Waarbij de geruststellende geluiden ontspannend werken en op geluiden die het organisme als bedreigend ervaart, reageert het lichaam met een verhoogde spierspanning. De bedoeling van ANTILAWAAI is om die spanning veroorzakende buitengeluiden op te nemen in een geruststellend geluidsdecor.”

Maar hoe kom je aan die kennis? Hoe wist je dat je het zo moest aanpakken?
“Ik heb veel nagedacht over geluid, mij daarin verdiept en erop gestudeerd. De gelijkzwevende stemming van de piano is in de tijd van Johan Sebastiaan Bach bedacht. Deze componist was de eerste die voor ‘das wohltemporierte klavier’ componeerde. Een octaaf wordt daarbij in twaalf gelijke stukjes verdeeld.

Het is zo dat iedere toon is opgebouwd uit een grondtoon en in meeklinkende boventonen. Het karakter van een toon –het verschil in klank tussen een viool en een klarinet bijvoorbeeld- wordt bepaald door het harder of zachter meeklinken van verschillende boventonen. Bij een muziekinstrument als de alpenhoorn worden alleen de boventonen tot klinken gebracht. Maar die boventonen houden zich niet aan de indeling in twaalf gelijke stukjes, de ‘mi’ en de ‘si’ zijn iets lager, de ‘fa’ is iets hoger. Een klavier dat op die manier ‘natuurlijk’ is gestemd, zweeft niet, maar je kan er maar in één toonsoort op spelen. Het menselijke lichaam resoneert net als alle andere materie op de ‘natuurlijke’ tonen. Met het gelijkzwevende klavier heeft men dus het directe resoneren, de onderbuikbewogenheid van de natuurlijke tonen, vervangen door de verstandelijke vervoering van de onbeperkte modulatie. In die zin zie ik het als het muzikale grondplan van de Verlichting.”

Dat klinkt nogal theoretisch allemaal.
“De natuurlijke tonen vond ik terug toen ik eens een stel oude mannen op de fiddle hoorde spelen. Ik dacht dat ze per ongeluk vals speelden maar toen ik er eens goed naar ging luisteren, merkte ik dat ze altijd hetzelfde doen, het hoort zo! Toen ik in een bandje zat met een Koerd en een Marokkaan, maakte ik kennis met de kwarttoon, die ze in de Arabische muziek gebruiken. De kwarttonen, die ik mij eigen heb gemaakt, ervaren wij in eerste instantie als ‘valse’ tonen.

In het Moatatal in Zwitserland zingt de bevolking volgens de préchorale traditie. Dit stamt uit de tijd van vóór Bach. Zij brengen slechts natuurlijke tonen voort met hun stembanden, één toon tegelijk. Zoals het geluid dat een alpenhoorn voortbrengt door de resonantie in deze buis. Zo’n toon is niet gelijkzwevend. Wij mensen resoneren ook niet gelijkmatig maar ‘vals’. Door natuurlijke harmonieën worden we veel dieper geraakt. Die vind je bijvoorbeeld in Russisch orthodoxe gezangen, ze spreken een mens lichámelijk aan. De twaalf grondtonen doen dat niet. Microtonaliteit is een mooi woord voor de niet gelijkgestemde geluiden die ik door middel van mijn computer maak.”

Er gaat een ontspannende werking uit van de ANTILAWAAI serie. Had je dit vooraf bedacht?
“Ik heb de cd’s ontwikkeld om mij af te kunnen sluiten voor lawaai. Het is een leuke bijkomstigheid dat het ook nog eens ontspannend blijkt te werken.”

De cd’s hebben mooie titels als ‘de kolonie’, ‘de branding’, ‘de steppe’ en ‘het oerwoud’, op de hoes vergezeld van een poëtische beschrijving. Bedenk je de thema’s vooraf?
“Nee, dat doe ik daarna. De geluiden die ontstaan inspireren mij tot een titel. ‘Het oerwoud’ bijvoorbeeld, is een algemeen warm geluidsmasker. ‘De steppe’ is goed tegen bonk- en dreunlawaai. Volume 8 is net klaar. Het is een aflevering van elektrostemmen. Het was mijn idee om geruststellend gebabbel te laten klinken. Als je het hoort, zou je zeggen dat het menselijke stemmen zijn, maar dat is het toch niet. Het was een heel gepuzzel om ze geruststellend karakter mee te geven.”

Hoeveel ANTILAWAAI’S ben je nog van plan te maken?
“Er komen er nog twee en daarna denk ik dat ik specifieke situaties ga behandelen. ANTILAWAAI speciaal tegen overlast van kraaiengekras of windmolengeraas, bijvoorbeeld.”

Denk je dat de mens zijn leef- en werkomgeving ooit weer eens stiller zal worden?
“Ik weet het niet, ik hoop het. Men heeft er niet echt belangstelling voor. Het lijkt wel alsof mensen geen stilte meer kunnen verdragen. Overal hoor je achtergrondmuziek. En als je de natuur opzoekt, is er ook altijd wel weer iets dat de stilte overstemt. Er hangt een grauwsluier over de meest idyllische plekjes. Ik ben er zeker van dat lawaai slecht is voor een mens. Als het aan mij lag, gingen de decibellen op de bon.”

Gepubliceerd in Europoort Kringen

GEEN VLUGGERTJE UIT DE AMERIKAANSE SCHOOL

 

DeVoorde, destijds in Laag-Zuthem

Jan de Dreu (bedrijfskundige) runde gedurende twintig jaar een organisatie- en adviesbureau in Rotterdam. Hij kwam in die tijd bij tal van ondernemingen waar de boel was vastgelopen en trad daar op als interim-manager, projectleider of reorganisator. Jaar in jaar uit was De Dreu bezig met het invoeren van systemen, iets waar hij op een gegeven moment niet meer achter kon staan omdat de werkende mens als individu in dit verhaal ontbrak. Aan het begin van de jaren negentig – een nieuwe tijdgeest deed voorzichtig zijn intrede- verliet hij Rotterdam om op deVoorde groepstrainingen aan particulieren te gaan geven en sinds kort ook bedrijfstrainingen.

DeVoorde is Laag Zuthem (gemeente Heilo) is een team van stafleden dat programma’s aanbiedt waarbij aan zingeving gewerkt wordt. Deze zijn ontwikkeld door oprichter en inspirator Marcel Derkse die deVoorde in 1990 in Limburg startte. In 2000 verhuisde de hele staf naar Overijsel. Op landgoed Den Alerdinck, gelegen tussen bossen en landerijen, richt men zich op ontwikkeling en ontplooiing van mensen die een hoge kwaliteit van leven willen nastreven, zowel privé als op het werk. Iets, dat het hedendaagse individu aanspreekt want de inspiratieweken en jaarprogramma’s zitten binnen de kortste keren vol. Het viel De Dreu op dat er onder de bezoekers regelmatig (personeels)managers waren die het geleerde op de werkvloer in praktijk wilden brengen. Afgelopen jaar werd de stap gezet tot het ontwikkelen van een speciaal bedrijfstrainingprogramma.

Uniek wezen
De Dreu: ‘Het is de tijdgeest. Tot voor kort floreerden de collectieve systemen. Deze trend werd na de bezettingsjaren ingezet. Ook het runnen van een bedrijf gebeurde door middel van systemen. Op zich niet zo erg, maar het begrip is men ook gaan toepassen op de mens, zodat die ook in een systeem is gestopt. Jarenlang kon je daar geen vinger tussenkrijgen. Door ergens een systeem van te maken kreeg je er meer greep op en dat is efficiënt, zo dacht men.

Het rendement valt echter heel erg tegen. Mensen zijn geen systemen en willen niet als zodanig behandeld worden. Ik sprak eens met een bedrijfsarts, nog zo’n echte oude dokter. Binnen die onderneming was alles heel modern geregeld, vonden ze zelf. Er was een enorm protocol, van het moment van ziek worden tot aan de WAO toe, alles tot in de finesses geregeld. Echt iets waar de werknemers geweldig blij mee moesten zijn. Ik zat zo te luisteren en voelde me langzaam wegzakken; het deed allemaal zo kil aan. Op een gegeven moment kon ik me niet meer inhouden. “Wat erg voor die mensen”, reageerde ik. “Hoe ziet u het dan?” vroeg de dokter. Dus ik kwam met mijn verhaal dat de mens een uniek wezen is en dat hij bij ziekte niet behandeld wil worden als ‘iets’ maar als ‘iemand’. “Want als iemand ziek wordt, zit daar meestal van alles achter en dat kan je daar niet los van zien. Er is een lichamelijke klacht, maar je voelt aan je water dat er een hele wereld achter zit”, zei ik. Ik zag de man al een beetje opklaren. Want, zoals het een echte dokter betaamt, had hij een zesde zintuig voor dit soort dingen en voelde hij aan als er meer aan de hand was met een werknemer. “Ik dacht dat je dit in deze tijd niet meer mocht gebruiken,” zei hij. Het ambachtelijke in zijn vak mocht er ineens weer zijn.
En dat is wat ik bedoel met een bepaalde tijdgeest. Op een gegeven moment kwam er de schaalvergroting, kwamen de fusies. Dat is olie op het vuur van de systemen. Nog groter en abstracter. En over drie jaar zijn ze wéér anders gefuseerd.

Ook door de invoer van flexibele arbeid werk je tegenwoordig niet meer je hele leven bij één bedrijf. Dat brengt onzekerheid met zich mee. Het werkveld is zo groot en anoniem geworden, dat er geen houvast meer is. Daardoor worden mensen erg teruggeworpen op zichzelf. Je hoort nergens meer bij. Het is de ziekte van onze tijd, kun je zeggen. Als je denkt dat je ergens bij hoort, komt er een reorganisatie.
Hoeveel mensen zien pas een leven voor zich na hun pensionering? Werken is afzien, was het idee tot voor kort. Het is nodig, maar een opgave. Maar zo willen we het niet meer ervaren. Dat is het mooie van een tijdgeest; dan is het alsof de wind plotseling keert.

Coaching
‘In Rotterdam deed ik in de jaren tachtig een omvangrijk project met het Havenbedrijf, in samenwerking met een aantal containerbedrijven. De technologie werd nu eens niet als uitgangspunt genomen.We gingen het bedrijf vanuit een sociale benadering organiseren Dat was een doorbraak van je welste Daar kon je al aan voelen dat het tij aan het keren was. Voor het management was dit een hele ommekeer. Het ‘de mens moet zich maar schikken’ werd ter discussie gesteld door die sociale benadering.

Het project is gedeeltelijk geslaagd. Uiteindelijk was het niet vol te houden want ook een sociaal systeem is weer een systeem. Op de arbeidsmarkt houdt men zich gedeisd maar dat wil niet zeggen dat de mens zo is. Wij zijn er niet om ons te schikken naar de techniek. Daar is ook geen lol aan. Men loopt dan de kantjes ervan af. Iemand, die zijn werk met spirit en creativiteit doet, is beter dan de minimumvariant

De zwakte achter het project was, dat het sociale als een ontwerpgedachte werd gebracht. ‘Social Engineering’ heette het ook. Het was echter positief dat het idee van ‘de mens moet zich maar schikken’ werd doorbroken. Dat was een eerste stap in een andere richting. De bedrijfskundige en universitair docent Friso den Hartog heeft op dat gebied veel betekend. De twee universiteiten van Rotterdam en Amsterdam waren een krachtige stimulans in deze grote projecten, die met dit sociale ontwerp in de automatisering en haven werden ingezet. Het heeft het denken in managementsferen duidelijk veranderd, maar het zette niet alles op zijn kop.
In de Europoort leeft dat heel sterk, dat zoeken naar arbeidsproductiviteit via technologie. Er is echter een groot onderzoek in de procesindustrie geweest waarbij de factoren zijn gemeten die de productiviteit verhogen. Kenmerkend is, dat het welbevinden van de mens hoog scoort, niet de technologie. Iemand die slecht in zijn vel zit, produceert minder. Zorg dus dat die persoon het naar zijn zin heeft! Het hele begrip ‘coaching’ komt nu enorm op en dat is terecht.

Delicate manoeuvres
‘Hier op deVoorde werken we met de mens als individu. En dat is echt nieuw. De tijd is er nu rijp voor. Alles, waar we de afgelopen vijftig jaar mee zijn geconfronteerd en in zijn geconditioneerd veroorzaakt grote anonimiteit. De werknemer kan zich niet meer identificeren. Dat is tegennatuurlijk. Bedrijven redden het ook niet meer met het collectieve systeem. Je moet het nu hebben van de persoon, dus moet je je werknemers anders gaan opleiden en trainen.  Omdat we het echter zo gewend zijn, is het ook weer een enorme stap om over te schakelen. Want als je als individu wordt gezien, moet je gaan nadenken over wat je wilt. Vroeger gaf het bedrijf zin aan je bestaan. Je ging met z’n allen aan module 6 werken en dat was het. Nu moet je zelf zin geven aan het bedrijf. Wat wil ik? Waar sta ik? Wat is goed voor me? Dat soort vragen moet je je zelf stellen.

Het is voor beide partijen een grote klus, vergis je daar niet in. (Personeels)managers zitten met de uitdaging dat ze moeten leren kijken naar de persoon, wat inhoudt dat ze zelf ook niet meer anoniem kunnen blijven managen. Het is een gevoelige stap om het individu als ingang te nemen, want de manager moet zelf uit zijn façade breken.  Een directeur heeft doorgaans een groot ego en neemt dat heel serieus. Ik heb daar begrip voor; het zijn hele delicate manoeuvres. Daar moet je geduld mee hebben.
Het woord ‘loopbaan’ is iets van het individu geworden. Je moet je eigen loopbaan maken. Nu is het zo dat je meestal in teamverband werkt. Niet alleen op het werk maar ook thuis is er vaak een team. Daarin kun je ‘ik’ in ‘wij’ brengen. Je komt met je eigen persoon het team binnen. Eigenlijk zijn we het andersom gewend: wij doen het zo en de restpost is voor het ‘ik’. De neuzen allemaal dezelfde kant op. Gelukkig worden de verschillen groter, in plaats van ‘één pot nat’. Mensen worden ongelukkig van ‘één pot nat’. En ziek. Het is niet meer vol te houden. Het past niet meer in de geest van onze tijd. Kenmerk van onze trainingen is dat je begint bij het ‘ik’ en vandaaruit naar ‘wij’ gaat. Dat is omgekeerde teamvorming. Een bedrijf moet het  tenslotte hebben van het individu die heel zijn ziel en zaligheid verbindt met de onderneming.

Het feit dat een mens werkt, is buitengewoon gezond. Mits hij zelf verantwoording kan dragen, initiatieven kan nemen en zijn creativiteit kan gebruiken. Het proces omkeren zal veel tijd vragen. Want het is tenslotte ook fijn om in een hokje te zitten en geen risico te lopen. Het is eng om daar uit te komen. Toch zullen werkgevers wel moeten, want werknemers die in een hokje zitten, zijn defensief. Daar verdien je geen centen mee op den duur. Het inventief zijn heeft de mens in zich. In een team heeft ieder zo zijn eigen kwaliteit waarmee je elkaar aanvult.

Therapeutische mankementen
‘Toen ik voor mijn bureau in Rotterdam werkte en diverse ondernemingen van binnen en buiten zag, miste ik telkens weer het individu. Ik kon bakken met geld verdienen door systemen in te voeren maar op een gegeven moment kon ik dat niet meer. Ik wilde dit niet nog eens twintig jaar doen. Ik zag bij managers dat ze er ook niet gelukkig van werden. Ze waren opgevoed met de kwestie van de techniek. Maar het is mensenwerk. Hun aard was eigenlijk heel anders. Daar wordt iemand ongelukkig van.
Uit de macht der gewoonte was ik de eerste jaren directeur van deVoorde. Gezien mijn achtergrond liep dat zo. Maar eigenlijk kwam ik daar niet voor. Met veel moeite heb ik mij losgewurmd uit die functie. Want het trainingsaspect, dat was en is mijn lol. Daar zit ik nu helemaal in en daar ga ik niet meer uit. Nu probeer ik mensen te leren dat je vroeg of laat moet gaan doen wat je essentiële talenten zijn.

Het idee van de lerende organisatie is zo gek nog niet. Er is veel onzin uit Amerika gekomen maar wat dit betreft is het wel okay. Omdat je uit het hele idee van leren veel winst kan halen. De macht was vroeger verdeeld vanaf de top, met allemaal een eigen territorium en altijd gezeur. Als je zelf je eigen leven gaat ondernemen, verandert er veel. Als het om veranderingen gaat, geeft het bedrijfsleven de toon aan. De politiek moet vanzelf mee.

De lerende mens heeft eveneens zijn tekortkomingen. Maar dat hoef je niet als een therapeutisch mankement te beschouwen. Want dan krijg je weer dat geforceerde, met die assertiviteitstrainingen en survivalweekenden. Een leerproces gunt iemand zijn eigen tijd, in zijn eigen tempo, om zijn eigenheid te ontdekken.

‘Hoe gaat het met je?’
Ik gaf laatst een college voor een zaal vol managers. Daar mocht ik vijftig minuten vullen met mijn ‘het gaat om de mens, niet om de functie’ praatje. Ik raakte lekker op dreef. Nu bestaat het leven van die mensen voor een groot deel uit vergaderen dus ik zei op een gegeven moment: “Houd daar nu eens mee op”. Want het is een soort rituele dans, ze kunnen bijna niet anders meer. Het kost echter een hoop tijd en moeite, zonder veel rendement. Nu begreep ik zelf ook wel dat dit een te rigoureuze maatregel zou zijn dus opperde ik om de vergadering eens te beginnen met de vraag ‘hoe gaat het met je?’ Nou, dat sloeg in als een bom. De ene helft werd kwaad. Hier en daar stond iemand op om de boze reactie te beargumenteren. Maar er was ook een manager die zei: “Wat fijn dat u dit zegt. Ik doe dat zelf al heel lang zo. Maar omdat het geen managementtool is, durfde ik er niet mee naar buiten te komen.” Ze kreeg nu het gevoel dat het gelegitimeerd was wat ze deed. Ze vertelde dat de vergaderingen sinds deze aanpak half zo lang duurden. En daar geloof ik in. Omdat iedereen dan de kans krijgt even zijn sores te ventileren, of het nou over het werk of de privé-situatie gaat. Als je dit niet doet, proberen mensen toch via andere wegen aandacht op te eisen en gaan ze bijvoorbeeld tijdens de rondvraag een heel betoog houden.’

Trainingsprogramma
De leergang die deVoorde voor ondernemingen op locatie Den Alerdinck aanbiedt, bestaat uit zeven blokken van twee dagen. De opbouw van het programma is als volgt: de situatie, de individuele mens in de situatie en samen aan de slag met de situatie. In ieder blok staan inzicht, een instrument en een vaardigheid centraal.

De Dreu: ‘Je moet daar een jaar voor uittrekken en dit werkelijk aangaan. Het is nogal een foute gedachte dat men denkt dat een training verloren tijd is. Want wie rekent die andere post uit? Al die privé-sores die iemand heeft en dan tijdens een vergadering net doet of het allemaal okay is? Die persoon blijft toch met de frustratie zitten en dat kost een hoop productiviteit. Dit trainingsprogramma is niet één van de vluggertjes uit de Amerikaanse school. Het is een leerproces, dus er is een leervorm. Het gaat om een cultuuromslag binnen een bedrijf en daar gaan een paar jaar overheen. Dat doe je niet slechts in enkele maanden, dat weten managers zelf ook wel. ’t Leuke is, dat de verandering al intreedt vanaf de eerste dag. Want input-denken is iets heel anders dan output-denken. Leerprocessen beginnen bij vragen, niet bij de conclusies.’

Gepubliceerd in Europoort Kringen© Emmy Fons