Arbeid adelt

12309643_883457348419462_2365038522047366613_oSoms moet je weer eens wat schrijven omdat je maar niet toekomt aan schrijven. Ik heb zoveel ‘op de plank’ liggen dat nog voltooid moet worden. Alice & Willem III bij voorbeeld, de verhalen van Mozart en Ruby en ga zo maar door. En dan zit er nog van alles in mijn hoofd, zelfs een hele roman.

Ik heb nooit gebrek aan inspiratie, dat is het niet. Er is een drempel, een heel raar soort drempel. Daarom schrijf ik nu zomaar ineens een column. Eentje die gaat over schrijven en over niet verder gaan met schrijven. Of dat een stimulans is, weet ik nu nog niet.

Er is altijd zoveel te doen. Ook triviale dingen, die ik liever niet als triviaal zie. Bijvoorbeeld het huis schoon, opgeruimd en gezellig houden. Met een grote hond met volle vacht die graag buiten door de modder struint, is dat geen lullig klusje. En wisten jullie dat er in een nieuwbouwhuis een gigantische hoeveelheid stofdeeltjes overal op neerdaalt, dagelijks? Dat blijft voorlopig nog zo, bouwstof heb ik mij laten vertellen. Bouwstof, een woord om een tijdje mee bezig te zijn.

Alles wat je met aandacht doet is helemaal niet erg om te doen, leerde ik ooit tijdens een inspiratieweek. Of je nu een wortel raspt of aan het afwassen ben, als je aandacht volledig op de wortel of de vaat gericht is, voelt niets als corvee.
Het is nog waar ook. Ik weet dat, omdat ik hier al jaren mee oefen. Want die inspiratieweek, die was in het jaar 1999.

Toch is het een beetje halfslachtig focussen geworden. Doorgaans kan ik helemaal geen twee dingen tegelijk doen, maar denken en toch weten waar ik mee bezig ben, kan ik nu juist wel. Ik verdwijn niet helemaal in mijn gedachten, maar wortel of vaatwerk hangen er toch ook maar zo’n beetje bij. Ze trekken aan me en willen mij voor honderd procent. Daarom ga ik door met oefenen. Omdat het waar is wat ik tijdens die inspiratieweek leerde.

En nu komt het mooie: als ik schrijf denk ik natuurlijk ook, maar toch ligt het anders. Niets kan mij echt afleiden als ik er eenmaal goed inzit.
Aha! Ben ik daar soms bang voor? Hecht ik aan mijn tweeslachtigheid van aandacht op het karwei en wegdromen naar andere werelden of het dwangmatig bedenken wat ik allemaal nog moet doen? Daar ben ik nog niet uit.

Waar ik wel uit ben is dat de momenten van werken met de handen en ondertussen op ideeën komen voor het schrijven eigenlijk heel vruchtbaar zijn. Arbeid stimuleert de geest in expressieve richting.
Zo is het wel genoeg. Ik weet nu dat zomaar in het wilde weg een column schrijven om te schrijven aan kan zetten tot schrijven. Meer woorden zijn er nu niet nodig.

Eva weg, stropdas terug

Ik vermoedde al zoiets. Zag Bram ineens weer met een stropdas. Dan moet Eva weg zijn, dacht ik. En ja hoor, ze heeft hem verlaten. Bram was aantrekkelijk zolang hij aanzien genoot, maar nu daar een paar flinke kerven doorheen zijn gehaald wil zij daar niet meer mee geassocieerd worden. En zeker niet als de partner van.
Die stropdas van Bram, die zat altijd vrij strak tegen zijn -weliswaar verborgen in het nekvet- adamsappel aan. Ze waren ook niet van een onopvallende snit, nee, vooral roze was favoriet bij de veroordeelde strafpleiter. Toen ‘ie met Eva ging, verdwenen die dassen niet meteen. Ze heeft even gewacht voordat ze hem verleidde tot het opengooien van het boordje. Want zoiets doe je niet aan het begin van een relatie, je wacht tot je zeker weet dat je op rozen zit en dan ga je zo’n vent subtiel trachten te veranderen. Toen het echter zo ver was, ging Bram ook gelijk helemaal los. Althans, zo vatte ik het op. Maar ik wist natuurlijk toen niet wat zich achter de schermen afspeelde.  Hij deed ’s ochtends eens een knoopje open en nog eentje en soit. Maar daar kwam Eva. ‘Neeee, Braham! Zó moet het, dat is veel sexyer! ‘ En ze duwde de derde in de rij door het knoopsgat terug.
Eerst was Bram onverbiddelijk. ‘Nee Eva, nee, dit kan écht niet.’ Maar dan verrichtte Eva enkele handelingetjes en kreeg ze toch haar zin.
Ik had er moeite mee. Het combineerde niet met dat kapsel van hem, want daar was Eva nog niet aan toegekomen. Het leidde enorm af van de onzin die hij uitkraamde en die ik toch graag wilde horen.
Ja, goed nieuws dus eigenlijk wel, Bram weer met stropdas.

Kloteclown

 

Echtpaar in kliniek met, op aanraden van de behandelend arts, een dansende en schaterende cliniclown om zich heen die het succes van de ivf-behandeling moet bevorderen*. Hij is al een tijdje bezig en heeft er een vrolijk muziekje bij opgezet:

Joehoe, hahaha, lekker kindjes maken, van je hola hupsekee!’

Vrouw, dapper:
‘Ja joechei, het gaat ons lukken want cliniclown doet mee!’
Man, opgelucht:
‘Jippie, ben zo blij dat je helpt, ze was de laatste tijd nogal down.’
Cliniclown, overmoedig:
‘Hahaha, jouw zaad bij haar ei , ik ben supercliniclown!’
Vrouw, een beetje misselijk:
‘Clown, even dimmen graag, ik word een beetje moe en bang.’
Man, geirriteerd:
‘Zeg clown, je maakt mijn vrouw nerveus, misschien duurt dat jolig doen te lang.’
Cliniclown, gepikeerd:
‘Te lang? ‘k Ben net begonnen zeg, je hebt me toch besteld?’
Vrouw, vermoeid:
‘Nou en? Ik hoef toch niet te lachen met alle geweld?’
Man, vermoeid:
‘Rustig maar popje. Clown, neem jij nou effe een break.’
Cliniclown, volhardend:
‘Nee, ik blijf, tot je schatert en daarna eten we cake.’
Vrouw tot man, nerveus:
‘Schat, ik vond clowns altijd eng, als kind moest ik op schoot.’
Cliniclown, gemeen:
‘En dan moest je aan m’n rooie neus zitten en was je als de dood, hahaha!’
Vrouw tot man, ongerust:
‘Schat, ik ben bang dat we straks een kindje krijgen met zo’n gok.’
Man, meer dan geirriteerd:
‘Nee liefje, over m’n lijk. Clown, laat dat gegiechel, hou nou even op…’
Cliniclown, manisch:
‘Neeee, ik ga ervoor! Joepie de poepie, lach, mama, lach!’
Vrouw, afkerend:
‘Blijf van mijn wang af, engerd, ik raak helemaal van slag.’
Man, kwaad:
‘Nokken nou, kloteclown of ik geef je een hoek.’
Cliniclown, grensoverschrijdend:
‘Nee, niet kloteclown, ik ben een cliniclown en blijf bij jullie op bezoek!’

Even later:
Arts, bezorgd:
‘Zuster, breng deze grapjas naar behandelkamer 1 en graag een beetje snel.’
Zuster, ook bezorgd: ‘
Wat is er gebeurd en haalt ‘ie het wel?’
Arts: ‘Ik vrees voor zijn gezondheid, hij wordt nooit meer blij. Clown is diep in zijn kruis geraakt en zijn neus zit nu opzij.’

(*cliniclowns bij ivf, dat gebeurt echt in klinieken!)

 

Songmindfucken

Wil je van een oorwurm afkomen? Grote kans dat dit lukt met het vaderlandslied! Er is wel van alles over verzameld, maar onderzoek verrichten naar dit fenomeen, ho maar. Waarnaar dan? Nou, hoe het toch komt dat –meestal een deel van- een liedje de hele tijd door je hoofd blijft papegaaien. Naast de ordinaire naam oorwurm noemt men het onder medici het stuck song syndrome, oftewel liedjes die zich vastklinken in je hoofd. In mijn geval zing ik doorgaans mee, tenzij in situaties waar het niet kan, dan stelt mijn brein zich af op een stille disco.

Oorwurm. Dat dekt toch niet de lading? Er komt immers geen geluid van buiten je oor in, nee, het speelt zich af in je hoofd. Ik zie een oorwurm voor me, die zich brutaal toegang verschaft tot laten we zeggen mijn rechteroor. En dat ‘ie vervolgens doorwandelt totdat hij bij het repeteergedeelte in de hersens is beland. Dat vind ik een tamelijk bizarre gedachte. Ik vermoed overigens dat zo’n wurm niet de fysieke conditie bezit om dit tot een goed einde te brengen. En dat is dan wel weer een opluchting.

Voor sommige mensen is het zo storend, dat het hun concentratievermogen aantast. In Nederland schijnt dat vaak door De Vogeltjesdans te komen. Amerikanen zijn vaak overgeleverd aan YMCA van de Village People. Ook geen feest. Maar ik vind het toch goed nieuws, dat zoveel mensen dit hebben. Een kans van jewelste!

Want je moet wat de oorzaak betreft niet in die malle Swaabachtige hersenrichting denken, nee, je kan het met een gerust hart in de psychisch-emotionele hoek onderbrengen. Heel leerzaam. In tijden dat ik het een beetje benauwd kreeg in mijn relatie zong ik onbewust de godganse dag I want to break free van Queen. Als ik stofzuigde, deed ik het zoals Freddy het deed. Zelfs dat kwam uit het onbewuste. Om enige balans in de situatie te brengen, wrong Liesbeth List zich regelmatig tussen Queen met ‘Het gras zal altijd groener zijn, aan de andere kant van de heuvels.’ Ook dat zing ik trouw mee, want Liesbeth is een blijvertje.
Verder herinner ik mij dat toen ik de hele wereld één grote kutzooi vond en zelfs cynisch werd over het bestaan van een god, George Harrison telkens mijn mind binnensloop met My sweet Lord en dan vooral de versregels: ‘Really want to see you, Lord’ en een octaafje hoger en wanhopiger: ‘Really want to see you, Looord!’ En nu ik weer perspectief zie in mijn leven en mijn wrakke zelfbeeld is hersteld, bevestigt Stevie Wonder dit al wekenlang dagelijks met You are the sunshine of my life! Ik hoor het mezelf met volle borst meezingen, met die opwaartse swingende hoofdbeweging  erbij. Heerlijk, ik zou niet meer zonder kunnen. Ik kijk dus wel uit om het Wilhelmus te gaan zingen om van Stevie af te komen. Nee, ik blijf lekker doorgaan met songmindfucken.

Erotische meditatie bedreiging voor Chinese samenleving

Wees de wind, vrouw! Bij de tenen beginnen en zachtjes blazen, over het lijf van de man. Hij is de bamboe, waar de windvlaagjes wellustig tegenaan mogen dansen. Zomaar een oefeningetje uit een les ‘erotische meditatie’ waarbij ik aanneem dat de rollen ook omgedraaid mogen worden en dat het ook vrouw-vrouw en man-man kan. Goed nieuws dat ze hier in China zo fijn mee bezig zijn! Het bevordert de liefde, het is mooi, het is zacht, wat wil een mens nog meer? Maar de Chinese staat gooit natuurlijk weer roet in het eten. Er is speciaal voor dit verschijnsel een onderzoeksbureau in het leven geroepen dat belast is met de bestrijding van dit soort ‘cultorganisaties’, zoals ze het noemen. Bij een van de leraren werd al een inval gedaan in zijn huis. Hij wordt beschuldigd van bandeloosheid. De macht is het monopolie van de communistische partij en dat mensen door meditatieve oefeningen een krachtig zelf krijgen, dat gaan we niet doen zeg, kom nou. De seksindustrie wordt wel door de staat gedoogd, maar ja, dat is onschuldig, dat kan geen kwaad.

Dit verzin ik niet, het is echt waar. Dat is geen goed nieuws natuurlijk. Maar wat mij boeit is de verslaggever die undercover meedeed in het tantraklasje. Ze werd er loeiheet van maar ze schaamde zich ook. Ik zie het voor me.

‘Blazen meisje, gewoon blazen.’
‘Eh… tegen hem aan?’
‘Jazeker, gewoon heel zachtjes naar hem toe blazen, van beneden naar boven.’
‘Mag ik niet boven beginnen? Of in het midden?’
‘In het midden? Meisje toch, dan voer je de spanning te snel op. Dat kan Bamboe niet handelen.’
‘Maar IK kan het wel handelen. Ik ben zo geil, laten we opschieten.’
‘Je begrijpt niet helemaal waar het om gaat, meisje. Je neemt woorden in je mond die hier niet thuishoren.’
‘Ik wil iets anders in mijn mond. Ik ben zo opgewonden. Bamboe moet me nemen. Nu!’
‘Sorry meisje, maar ik moet nu toch echt ingrijpen. Bamboe wordt bang van je. Zie je wel, hij loopt al weg. Hier heb je je kleren. Trek maar snel aan. Koel even af, laat het transformeren. Lukt dat niet, ga naar de seksshop en koop een speeltje. Probeer tantra later nog ‘s.’

Zeer gevaarlijk, deze beweging, zo schreef zij in haar verslag. Meditatieleraar leert leerlingen zichzelf te beheersen en macht over eigen lijf en leden te hebben. Linke boel. Advies: ingrijpen!

Geen seks? Dan is er altijd nog drank.

Wie anders dan wetenschappers deden weer ’s een proefje. Met een vlieg deze keer, van het mannelijk geslacht. Die stopten ze in een hokje met vrouwtjesvliegen die de stukken er al van af hadden gesekst en er voorlopig even genoeg van hadden. Wilde ‘ie er op, dan wezen ze ‘m collectief keihard af. Al snel werd de vlieg Frusto genoemd door de heren wetenschap. Zelf ook man, hadden ze toch met hem te doen. Als troostmiddel deden ze een beetje drank door zijn voer. Daarnaast nog een bakje, maar dan zonder alcolhol en dat liet Frusto links liggen. Ze concludeerden hieruit dat seks dezelfde bevrediging geeft als drank. Ik interviewde de vlieg, die met een licht slingerend gangetje op ons vraaggesprek afkwam.

Frusto, heb je nog wel ’s zin in een vrijpartijtje?’

‘Nou en of! Maar ja, het gaat niet meer.’
‘Het gaat niet meer?! Je prefereert inmiddels toch drank boven seks, heb ik begrepen?’
‘Neehee! Door de alcohol ben ik impotent geworden!’ riep hij en hij zuchtte.

Die wetenschappelijke onderzoeken, ik zou ze maar niet serieus nemen.

Geef me de smoezelige vijf!

Beetje oud Goed Nieuws:
Het handen schudden moest voortaan maar achterwege blijven, bedachten de Olympische Spelen artsen en toebehoren. Al die virussen die rondwaren en vooral via handcontact worden overgedragen, een groot gevaar! En wat is een Olympische Spelen zonder deelnemers? Dat die dan collectief ziek in bed liggen? Nou dan! Afschaffen die handdruk.
Maar dat ging ze in London –waar de OS plaats gaan vinden-  toch een tikje te ver. Die overdreven preventieve maatregel stellen boven de stijlvolle Britse omgangsvormen? Nee. Dat doen we niet. Punt uit. Goed nieuws toch.

Agenten grijpen niet in bij vergrijpen

Goed nieuws! Nederlandse agenten zijn gefrustreerd geraakt. Het werd niets met de cao-onderhandelingen en nu protesteren ze. Gaan ze naar de Arena? Nee, dat niet. Ze grijpen niet meer in bij lichte vergrijpen. Nou, je begrijpt, ik grijp mijn kans. Gisteren ging ik naar het overdekte winkelcentrum. Ik zag een mooie man. Die kneep ik in de billen. Op de hoek stond een agent die zijn oog stevig toekneep. In de kledingzaak hing een aantrekkelijk truitje. Ik nam het van z’n hangertje, vouwde het op en stopte het in mijn tas. Toen de winkelbediende alarm wilde slaan, maakte de agent een sussend gebaar naar haar en schudde van nee, met zo’n geruststellend tuitmondje erbij.
‘Twee tompoucen graag’, zei ik bij de bakker. Toen ik ze had aangepakt, liep ik weg zonder te betalen. Op het ‘houdt de dief’ van de bakker, keerde de agent zich demonstratief om en liep naar buiten. Ik drentelde ‘m achterna en haalde hem in. Een boodschappenkar stond asociaal in de weg. Ik gaf het ding een harde schop. Het kwam met een vaart tegen een luxe auto aan. Schade. De agent kuchte en bestudeerde zijn schoenen. Ik vond er ineens niets meer aan.

Vinkje noodgedwongen castraatzanger

Met vogels (vinken) deden ze het experiment. Maar wat voor vinken geldt, kan voor iedereen gelden, nietwaar?
Ze komen niet meer boven het stads/verkeerslawaai uit, met hun gezang. Daarom zijn de mannetjes hoger gaan zingen. Dit kan de vrouwtjes echter niet bekoren: zo’n countertenor, nee dank je. Dat doet ze denken aan castratie en hoe kan dat nu een nestje kerngezonde pluizige jonkies opleveren? Scheer je weg, vinkenman, met je piepstem.

Het is triest allemaal, maar het goede nieuws hierin vind ik dat men nu eens gaat nadenken over die teringherrie overal. En de funeste invloed van dit gegeven op mens en dier. Want ze moeten niet alleen boven het verkeer zien uit te zingen, die vinkjes, maar ook trachten het geschreeuw van mensen, elektrische apparaten en muziek met bombardementenbeat te overstemmen. Hoe overspannen kan je daar van worden, als vogel? Ik schat dat de helft van de populatie lusteloos met een burnout in de takken van een kale boom ligt te hangen.

 

Meer privacy voor de Franse vrouw

Het mag niet meer, ongetrouwde vrouwen mademoiselle noemen. Franse feministen vochten hier tot in de uiterste linies voor. Het gaat anderen niets aan of je gehuwd bent of niet, vinden ze. Voor mannen is er toch ook geen monsieuresse of zoiets? Nou dan.
In ons land was dat toch anders. In vroeger tijden werd hier zowel van ‘jongeheer’ als van ‘jongedame’ gesproken. ‘Jongeheer’ heeft thans in de lage landen slechts een banale betekenis en ook de enigszins vertederende ‘jongedame’ is verdwenen. Laat staan dat een ongetrouwde vrouw nog met ‘jongejuffrouw’ zou worden aangesproken.
Goed nieuws dus dat de Franse feministenbeweging het eindelijk ook voor elkaar heeft. En officieel, madame! Officieel! Want nooit meer mag in een officiële brief of formulier van de overheid het woord ‘mademoiselle’ prijken. C’est fini.