De daad bij het woord

Dit is heus echt waar een wortel! En een limoen. Dat ook.

Ik gluurde door de ruit van het peeskamertje van een van de dames die beroemd werden door de documentaire ‘Ouwehoeren’. De een hing haar hoerenoutfit een poosje terug aan de wilgen. De ander is echter vergroeid met de Amsterdamse wallen.
Ik tikte zachtjes op het raam. ‘Joehoe Martine, waar ben je?’ Ze had geen klant want het gordijn was opengeschoven. De deur stond op een kier dus verschafte ik mezelf entree tot het roodverlichte hokje. ‘Een klant?’ hoorde ik roepen. ‘Ik kom zo schat. Ga maar vast liggen.’
‘Nou, zo moe ben ik nou ook weer niet Mar,’ kondigde ik mezelf aan terwijl ik naar het keukentje liep.
‘Pompadourtje, kleine slettebak, wat heb ik jou lang niet gezien! Ga toch zitten. Wil je koffie?’
‘En je werk dan?’
‘Ja, da’s waar. Kom er gezellig effe bij zitten, voor het raam.’
Samen installeerden we ons achter de ruiten. Boven ons hingen de rekwisieten van Martine zachtjes te bungelen. Geroutineerd duwde zij haar borsten omhoog in het nauwe truitje dat ze omspande.
‘Je moet je haar opnieuw opsteken, Pompaatje, zo hebbie te veel pieken.’ Ik gehoorzaamde.
‘En je lippen. De lipstick zit alleen nog maar op je onderlip. Hier.’ Ze stak me haar rode stift toe en hield een spiegeltje voor. Ik vulde mijn lippen in en keek schalks opzij: ‘Rood, Martine, érg rood.’
‘Alles is hier rood kind, dus dat maakt geen meier uit. Je heb ook al rooie pumps aan, zie ik. Leg je benen maar op de vensterbank, dan kennen ze ze goed zien.’
Ik begon er plezier in te krijgen. Ik trok mijn strakke rokje een beetje op, zodat de kantrand van mijn kousen goed te zien was en liftte mijn voorgevel.
Martine tikte op het raam en wenkte een passant. ’t Zijn alleen maar kijkers vanochtend’ sipte Martine na een tijdje. ‘Werk ’s een beetje mee, Pompadour. Ik wil goed eten vanavond.’
We plaatsen onszelf in de deuropening en knipoogden naar de jonge hoeren aan de overkant die uitbundig terugzwaaiden.
Met één arm hoog aan de deurpost en de heupen tegen elkaar, lonkten we erop los. Dit trok de aandacht. Er slopen nu al zes mannen als zenuwachtige roofdieren om ons heen.
‘Jullie doen ’t sámen?’ vroeg een man met een felroze stropdas. Verschrikt keek ik naar Martine.
‘Ik trek ze naar je toe maar ik trek ze niet af, begrepen?’ siste ik in haar oor.
‘Ja hoor, als u dat wilt,’ zei dat kreng tegen haar klant. ‘Maar vandaag is het toekijkdag voor mijn collega, meneer. Als u daar mee akkoord gaat.’
Hij knikte. We deden een elegante stap naar achteren en lieten hem binnen. De geilaards in de steeg dropen af.
‘Ik blinddoek hem, dan kan jij een bakkie drinken achter. Merkt ‘ie niks van,’ fluisterde ze terwijl ze de gordijnen achter de man dichttrok.
‘Néé, nu ga ik méé ook!’ fluisterde ik terug en ik beet expres hard in haar oorlel.
Zo mag ik het horen, schat,’kneep ze me terug in mijn tiet.
De man zat op bed. Hij had alles nog aan, zelfs zijn schoenen. ‘Ik geloof dat ik impotent ben’, verklaarde hij. ‘Jij? Ben je gek, nee joh, geen enkele man is impotent als ’t er op aankomt’ en Martine begon hem uit te kleden. Toen ze na een kleine twintig minuten alles uit de kast had gehaald om hem omhoog te krijgen en dit geen resultaat had, gaf ze het op.
‘Het rode licht moet uit!’ riep hij opeens. ‘Okay dan, ook goed,’ zei ze.
‘’t Is gelijk pikdonker’, merkte ik op, want ik zag niets meer. ‘Leuke beeldspraak Pompaatje’, kon Martine niet nalaten te zeggen. ‘Waar bent u meneer? Verrek, het bed is leeg. Kan ik verdomme de lichtknop niet vinden..’
In het rode schijnsel staarden we elkaar verbouwereerd aan. De klant was weg. De roze stropdas lag er nog, geduldig en gladgestreken. Bij een nadere inspectie bleek een van de outfits van Martine verdwenen, evenals haar raamattributen. Het pak van die kerel hing over de stoel. ‘Krijg nou het lazarus, het was een travestiet. En ik had dat niet door!’Ze keek even peinzend voor zich uit en zei toen resoluut: ‘Tijd om te kappen met dit werk, Pompadour. Het is mooi geweest.’
Ze duwde me zachtjes door de deuropening, volgde mij en sloot met een diepe zucht de deur af. Zo voegde ze de daad bij het woord. De manier waarop ze me aankeek en haar hoofd met een ferme knik bewoog, deed me nog het meeste denken aan Oliver, de dikke van het Brits/Amerikaans slapstickduo. ‘Dat was dat, Olli’, zei ik, waarop Martine voorstelde: ‘Pikketanussie, Stan?’

Gepubliceerd op Your Wonderland 

Pompadour anonyme

Foto: pracze.deviantart.com

De mist overviel me, toen ik uit het etablissement kwam waar ik een genoeglijke avond had doorgebracht. Alles in de stad was met elkaar verbonden door een wolkenzachte massa die ieder geluid onmiddellijk dempte.

Zelfs het tikken van de metalen hakjes van mijn glimmend zwarte knielaarzen.
Ik probeerde aan de gevels van de panden te zien of ik de goede kant opliep, maar zelfs die waren moeilijk te onderscheiden. Op de tast probeerde ik mijn weg te vinden. Al snel had ik een arm te pakken.

‘Pardon’, verontschuldigde ik mij.
‘Geeft niet hoor,’ giechelde een vrouwenstem.
Daarna werd ik bij de schouder gegrepen.
‘Neem me niet kwalijk,’ klonk een zware bas, die ik beantwoordde met: ‘U treft geen blaam.’
Toen nog geen minuut later mijn billen werden betast, trok ik deze handen behoedzaam van mij af. Hier leek opzet in het spel.
‘Excuseer mij. Ik dacht dat ik al bij de bel was’, zei een vrouw tegen me.
‘Hang ik naast de deur dan?’ vroeg ik haar.
Een zware parfum drong dwars door de mist.
‘Ze voelen erg goed,’ klonk haar stem nu wat zwoeler.
‘Laat me die van jou dan ‘s voelen,’ reageerde ik adrem. De parfumgeur kwam dichterbij maar ik kon haar niet goed zien. Ze pakte mijn handen, trok mijn handschoenen uit en legde ze op haar glooiende achtertuintje. Ik keurde de constructie, structuur en grootte.
‘Mmm, die kunnen best concurreren met die van mij’, moest ik toegeven.

‘Als jullie nu toch bezig zijn, probeer die van mij dan even’, hoorden we ineens naast ons.
‘Een man met een hoge stem, bah,’ fluisterde de billenvrouw in mijn oor. ‘En hij hijgt raar.’
‘Meneer, ik ben altijd wel in voor het een en ander,’ redde ik de situatie, ‘maar mevrouw hier en ik voeren zojuist een ernstig gesprek. Misschien kunt u uw heil elders zoeken en een mistwolkje opschuiven?’
Dit was afdoende genoeg, want zijn schrille protestkreetjes verdwenen in de doffe akoestiek die ons omringde.

‘Mag ik dan even?’ doemde een nieuwe stem op uit de mist.
‘Deze klinkt wel sexy’, vond de billenvrouw, weer dicht bij mijn oor. ‘Mag ‘ie?’
‘Nou vooruit, eerst bij jou dan,’ reageerde ik toegeeflijk.
Al snel had ik daar spijt van. Aanvankelijk was het opwindend om te horen hoe de vrouw reageerde op de handtastelijkheden van de man en vice versa. Het duurde echter wel erg lang en de kou trok venijnig op. Daarom ging ik zelf maar op onderzoek uit. De billenvrouw en de sexy stem waren innig verstrengeld. Ik wrong mij ertussen.
‘Ik heb het koud’, klaagde ik, terwijl ik mijn handschoenen tot aan mijn ellebogen trok.
‘Ja kind, die mist is verraderlijk. Straks word je ziek. Kom maar even in ons misttentje’ zei de man.
‘Dan zullen we je warm wrijven,’ beloofde de billenvrouw.
‘Graag!’ riep ik gretig.
Ze lieten er geen gras over groeien. Ze wreven erop los.
‘Straks vat ik vlam!’ waarschuwde ik.
De sexy stem temperde mijn bezorgdheid door zachtjes aan mijn oorlel te knagen.
‘Dat blussen we dan wel weer, schattebout,’ stelde hij mij gerust.
De tijd verstreek en het werd donkerder en mistiger, maar dat deerde ons niet. Ik liet mij benevelen, zo veel als ik kon verdragen.

Het werd kroegentijd. Steeds meer mensen zochten op de tast hun weg door de mist. Ze stuitten daarbij op het trio dat ik afgedwongen had. Het duurde niet lang of we vormden met z’n allen een ballet van ineengestrengelde lijven. Er werd heel wat afgevoeld- en gewreven. De geluiden die enthousiast werden voortgebracht, klonken mij als een vernieuwende symfonie in de oren. Ik had in deze stad nog nooit zoveel tevreden mensen bij elkaar gehoord. Het ging maar door en door.

Pas toen de klok twaalf sloeg, merkte ik op dat mijn maag een beetje knorde.

‘Je mot wat eten meid, zei daarop de stem van een stevige arm die mij optilde, als een acrobaat in het circus.
‘Ik geloof het ook, ik ga er vandoor. Zet me maar neer. En geef mijn laarsje terug, stouterd.’

Met een galanterie waar menig man een puntje aan kan zuigen, liet hij me zachtjes op de straatstenen zakken. Daarna schoof hij mijn voet in de laars.
‘Wat was het heerlijk om voor een keertje in de anonimiteit onder de mensen te zijn’, liet ik me met een zucht ontvallen.
‘En wat voor een mensen!’ Hij streek mijn kleren en haar glad en wenste me een goede nacht.
Ik bedankte hem met een innige zoen. En zo ging ik op de tast, moe en hongerig maar intens voldaan, met goede zin op huis aan.

Gepubliceerd op Your Wonderland

 

Shake it

Het was in een documentaire en het ging over seks. ‘Ik kan heel goed shaken’ hoorde ik een vrouw zeggen. Ze deed het voor en draaide uitbundig met haar heupen. Het groepje vrouwen dat om haar heen zat, schaterde het uit.

Een van de vrouwen was bejaard. Zij kon óók geweldig shaken, zei ze. Ze maakte haar man vroeger helemaal gek. Daarna gaf ze een showtje. Ik begreep heel goed dat haar man helemaal gek geworden was. Van genot, wel te verstaan.

Het betrof hier geen Nederlandse vrouwen. Die hadden er nog wat van kunnen leren. Het deed me denken aan een gebeurtenis van lang geleden..
In een middelgrote stad bevond ik mij in een café. Ik nipte aan mijn drankje en lakte mijn nagels. Daarna blies ik ze droog. Dat vind ik altijd zo’n fijn karweitje. Het gaat goed samen met naar buiten staren en spannende fantasieën bezigen.

‘Wat zit je lekker te blazen met die volle rode lippen van je. En wat kleuren die mooi bij die stiletto’s van nagels van je!’
Ik ontwaakte. Naast me stond een kanjer van een donkere man, met een lijf dat tien keer kon tippen aan de personage in de fantasie die ik zojuist had beleefd.

‘Zo zeg, hallo..’ begroette ik hem. ‘Ga toch zitten.’
Hij swingde zijn soepele lijf in de stoel tegenover mij. Wat was hij uitdagend en confronterend aards. Alles aan hem wasemde sensualiteit.
‘Zijn uw nagels al droog, mevrouw eh…?’
‘Louise de Pompadour’.
‘Bernardillio’.
Ik glimlachte ondeugend naar hem en voelde even voorzichtig aan een nagelrand. ‘Nee, niet droog maar ook niet nat. Een beetje plakkerig nog. Help je mee blazen?’

Daarop pakte hij me bij de polsen, legde mijn handen in die van hem en tuitte zijn volle, doorbloede lippen. Oei. En toen begon hij te blazen, heel zachtjes. Het voelde alsof er op een loeihete zomerdag een vederlicht briesje langs mijn vingers streek. Voordat ik het wist was ik alweer aan het fantaseren. Over hoe dat briesje ook langs andere plekken van mijn lijf zou strijken.

‘Wij gaan shaken samen,’ beloofde hij mij.
Tot dan toe had ‘shaken’ voor mij de betekenis van een bepaalde manier van dansen in de jaren zestig. Er hoorde grote gebaren met de armen bij. Dat leek me vrij onschuldig.

‘Geweldig, ik houd van dansen!’ stootte ik enthousiast uit.
Hij controleerde mijn nagels. ‘Droog. Heel mooi droog, alle tien.’
‘Waar gaan we shaken?’
‘Kom’, zei hij slechts. Onweerstaanbaar.

Buiten gleed zijn gespierde arm om mijn middel. Van bovenaf zag Bernardillio met veelbelovende blik op mij neer.
‘Jij kan vast en zeker geweldig goed swingen’ zei ik, terwijl ik naar zijn wiegende heupen keek.
‘Sure. En ook goed shaken. Jij ook, baby, zeker weten.’

Voor een roodpaarse deur hielden we stil.
‘Grappig. Ziet er helemaal niet uit als een dancing.’
Je moet weten, ik was een heel jonge Pompadour. Nog niet zo door de wol geverfd als nu.

Toen ik ettelijke uren later door Bernaldillio werd uitgezwaaid, genoot ik na van de verschillende betekenissen die woorden kunnen hebben. Ik keek naar mijn nagels. De lak zag er belabberd uit. Gebutst en afgeschraapt, aan de randen zwaar gehavend. Ik trok een reepje lak los en blies het weg.

Gepubliceerd op Your Wonderland

ROUVOETS KNOOPJES

Hartstikke warm, die bakker!

Laatst op tv zag ik voormalig minister André Rouvoet. Hij werd geïnterviewd.
Zijn kapsel had nog hetzelfde model. Ook zijn colbert kwam vertrouwd over.

Maar er was iets anders aan hem. Wat was het toch? O, nu zag ik het! Hij had geen stropdas omgeknoopt. Zijn overhemd droeg hij nonchalant. Niet één knoopje, niet twee knoopjes, nee, dríe knoopjes hingen er open en bloot bij. Daar tussenin gloorde de haarloze borstkas van Rouvoet.

Dat maakte mij in de war. Als lieden van de Christenunie dit gaan doen, is het eind zoek. Toch prikkelde het ook mijn fantasie.

Een paar dagen later liep ik door Woerden. Er schoot mij te binnen dat dit de woonplaats van oud-minister Rouvoet is. Ik passeerde een warme bakker. Heerlijke geuren kwamen me tegemoet. Een minuut later stond ik op mijn beurt te wachten, want de bakker was populair. Als ik even niets te doen heb, kijk ik graag naar de mensen om me heen. Ook als ik wel iets te doen heb, trouwens. De klanten die voor mij stonden, had ik al bestudeerd. Bij de mannen veel overtollig nekhaar, bij de vrouwen ook. Ik keek wie er naast me op zijn beurt wachtte. M’n hart sloeg een slagje over. André! Ik zag het aan de knoopjes. Hij had er wéér drie open.

‘Dag meneer Rouvoet. Ik doe een tikje amicaal, maar ach, u bent nu eenmaal een bekende Nederlander geworden. Aangenaam, Louise de Pompadour.’
Hij wierp een snelle, schichtige blik over heel mijn wezen. Daarna schudde hij mij kort maar toch krachtig de hand.
‘Uw look is anders,’ viel ik met de deur in huis. ‘Dat van die knoopjes, dat is dus standaard tegenwoordig? Niet alleen voor het interview op tv?’
Hij keek me vragend aan en fluisterde daarna in mijn oor: ‘Ik wacht buiten op u, dan praten we verder.’
Het was duidelijk dat hij de aandacht niet te veel op hem wilde vestigen. De klanten in de winkel rekten hun harige nekken om iets op te kunnen vangen van het gesprek.

‘Laten we even een wandelingetje maken,’ stelde hij voor, toen ik met mijn gebaksdoosje naar buiten kwam.
‘Goed idee. Ik had zo’n trek in een tompouce en nu kocht ik er maar gelijk twee.’
Hij grijnsde voorzichtig en beende toen voor me uit. Ik volgde hem zo snel als mijn hakjes mij konden dragen. Nu kwamen we in een parkje, vol met bosschages en een vers gemaaid grasveldje.
‘Heb je er bezwaar tegen om in het gras te zitten?’ vroeg hij. Wat moest ik zeggen, met mijn minirok aan en mijn hoge hakken.
‘Nee hoor, maar ik houd niet van een graskleur aan mijn billen.’
Daarop tastte hij in de zakken van zijn colbert en haalde een schone opgevouwen herenzakdoek tevoorschijn. ‘Deze is van groot formaat. Alsjeblieft.’ En hij spreidde het katoentje in wit met blauwe strepen voor me uit op het gras. Daarna streek hij het glad. ‘Voila!’
Dat had ik hem nog nooit horen zeggen.

Zo elegant mogelijk vlijde ik mij op zijn grote zakdoek. André trok even zijn broekspijpen op en zette zich in kleermakerszit behoedzaam naast mij.
We smulden van de tompoucen. Het was een warme zomerdag, ik wuifde mezelf koelte toe met mijn waaier. De sfeer was nu zo gemoedelijk dat ik het erop waagde. ‘Zeg Rouvoet…’
‘Zeg maar André, hoor.’
‘Zeg André, dat overhemd zo, dat bevalt me wel. Maar je haar, dat is nu een vlag op een strontschuit.’
‘Pardon?’
‘Je weet toch wel wat dat betekent, een vlag op een strontschuit?’
‘Ja, dat wel. Bedoel je dat het niet matcht met elkaar?’
‘Dat heb je goed begrepen. Mag ik even?’
‘Eh, nou, goed dan, ja,’ bromde hij met tegenzin. Want hij voelde al waar ik heen wilde.

Hij zwaaide haar na, totdat ze achter de bosschages verdween..

Ik keek naar mijn handen. Aan mijn roodgelakte nagels zaten tompouceresten. ‘Heb je nóg een zakdoek?’ vroeg ik hem. ‘Ik heb ze namelijk vandaag niet in mijn damestasje zitten, sorry.’
‘Alleen een beetje gebruikte.’
‘Nou, vooruit maar.’
Hij viste ‘m uit zijn broekzak, zocht een schoon gedeelte en overhandigde mij het vodje, enigszins beschaamd. Zijn blik hield hij strak gericht op mijn bewegingen met de zakdoek.
‘Zo. Kom nou ’s hier.’
Gedwee boog hij zijn hoofd. Ik ragde even flink door zijn haar, spuugde in mijn handen en kneedde dit er door.
‘Ruig, zeg. Zo kan je tenminste weer thuiskomen.’
‘Ik weet niet of mijn vrouw dit kan waarderen..,’ stamelde hij.
‘Ach, tuurlijk wel. Dat willen vrouwen juist! Jullie hebben samen een stoot kinderen gemaakt dus activiteit in bed is er al. Kom op, geef het een nieuwe impuls! Je hebt nu tijd zat. En je bent toch een boek aan het schrijven? Sta je straks lekker hip op de cover.’ Ik knipte mijn tasje open om er mijn make-upspiegeltje uit te halen. Daarna bewoog ik het voor zijn hoofd, alle kanten op.
‘Ik weet het niet hoor…’
‘Ik weet het wel. Luister. Ik moet nu gaan, anders mis ik mijn trein. Hier is mijn telefoonnummer. Wil je nog meer adviezen, andere bril of zo, bél me.’
Hij knikte vrolijk. Dat zat wel goed.
Omdat het me moeite kostte omhoog te komen, veerde hij op en hielp me overeind. Toen mijn hakjes in het gras bleven steken, giechelden we samen. Hij zwaaide me uit, tot ik verdween achter de bosschages.

© 2011 Gepubliceerd op Your Wonderland

Beurtenboekje

Onlangs vond ik een hoerenboekje uit de 19e eeuw. Nu ben ik heel wat gewend, maar ik heb het met rode konen zitten lezen. De heren konden zowat alles krijgen wat ze wilden, zelfs de gekste dingen. Al snel droomde ik weg en was ik in de wereld van de 19e eeuwse dames van lichte zeden…

‘Ik loop op m’n wenkbrauwen. Godkolere, wat een week. Is het volle maan of zo? Die kerels zijn allemaal geil en niet een beetje, ze willen het liefst dat we alles doen wat er op de lijst staat. De andere meiden kunnen het ook niet meer bijhouden. Madame heeft zelfs hulptroepen ingeschakeld van het bordeel hiernaast. Ook daar is het drukke boel, vette hap. We verdienen er lekker aan, dat moet gezegd. Toch, lijf en leden verdienen nou wel ’s rust. Want met die vaart die ‘r nu in zit, kan ik de heren niet meer fris en vrolijk tegemoet treden. In hoogtijdagen weiger ik sommige standjes want ik moet nog wel kunnen lopen. Het oogt niet charmant als ik met netkousen aan rondtippel op kromme benen en met knikkende knieën.
Blackymacky kwam gisteren gillend de salon in gerend. Een oudere heer, met zo’n lompe knevel, strompelde achter haar aan. ‘Ik doet ’t niet met hem! Nooit meer!’ gilde ze. Madame kalmeerde haar en tingelde Goodybaggy met haar belletje op. Goodybaggy kan iedere vent aan en raakt nooit in de stress. Bovendien lust ze er wel pap van, dat heeft ze voor op ons.
Er werd het een en ander overlegd. Ik zag ze smiezen met elkaar, Madame, de knevel en ons collegaatje. Toen het leek beklonken, nam Goodybaggy hem bij de hand. Als een afgerichte hond volgde hij haar gedwee. Zijn sokophouders bungelden onder zijn grote smoezelige onderbroek. Toen hij langs me liep, zag ik kwijl in zijn snor.
Blackymacky vertelde me dat hij voor twee uur had betaald. Twee uur met die vent, ik geef het je te doen! Hij wilde vooral met de veer. Daar wilde hij hele bizarre dingen mee, met die veer. Ik zal je zeggen, ik had ook geweigerd. Vieze ouwe lul. ‘Ga d’r thuis maar aan trekken, met moeder de vrouw erbij!’ Dat had Blackymacky ‘m toegesnauwd.
We krijgen nieuwe setjes, zei Madame. Dat wordt tijd ook want ik ben uit drie slips gescheurd door al die toeren met die geilaards.
En ook onze werkruimten krijgen een verfje. Nieuw behangetje, andere gordijnen, chique lakens. Allemaal een eigen waskom. ‘Jullie hebben uitmuntend werk verricht, meiden,’ sprak ze. ‘We gaan jullie werkplekje lekker opkalefateren. En je eigen body ook,’ zei ze terwijl ze haar lippen donkerrood stiftte en haar donzen hooggehakte muiltjes instapte.
Soms doet Madam er ook nog wel ’s eentje, als het heel druk is.
‘En die lijst, daar gaan we het een en ander van schrappen,’ meldde ze, terwijl ze de klant die zijn zinnen op haar had gezet, naar een oortjesfauteuil in de antichambre verwees. Ze maakte een kom-’s-hier-gebaar en toen we dicht om haar heen stonden, zei ze op zachte toon: ‘Dat oude hoerenboekje, dat is bedacht door een vent. Daar gaan wij het morgen ’s fijn met elkaar over hebben, meiden. Het komende jaar luiden we in met een heel ander beurtenboekje. Daar zullen ze van opkijken, die kerels. Die tarieven zijn ook verouderd. We zijn geen straathoeren, kom nou. Het is hier chique de Paris. Daar zullen ze voor moeten dokken. Ja, dames, we maken een nieuwe start in het jaar onzes Heeren 1913!’

© 2010 Gepubliceerd op Your Wonderland

Hoerendreetkens

Had je niet gedacht misschien, maar ik houd van struinen in oude boeken. En dan bedoel ik echt oud. Vooral de middeleeuwen en de Renaissance spreken bij mij tot de verbeelding.

Na een fijn ‘gesprekje’ met de bibliothecaris mag ik in archieven duiken waar een ander nooit toegang verschaft wordt. Het Middelnederlands wil zo’n aardige meneer dan ook nog wel voor me ontcijferen, als ik er zelf niet uit kom.
De laatste keer dat ik huiverend van genot mijn vingers over de ruggen van dit soort boeken liet glijden, bleef mijn blik hangen bij het woord ‘recepten’. Ik trok het boek uit de kast, deed braaf de witte handschoentjes aan –voorschrift!- en legde het zware werk op een lessenaar die daar voor mij was klaargezet. Ja, service tot en met!

Na de geur van vervlogen tijden -die me bij iedere omgeslagen bladzijde in zalige vleugen tegemoet kwam- diep opgesnoven te hebben, verraste de eeuwenoude taal mij met het
recept Hoerendreetkens. Toen ik mij nader in dit 16e eeuwse Medecijn boec verdiepte, bleek het hier om gebak te gaan dat naar scheten is vernoemd. Daar wilde ik het mijne van weten.

…Oock byghevoecht, Eenen seer schoonen ende excellenten gheexperimenteerden nieuwen Cockboeck… las ik.

Hoerendreetkens zijn dus hoerenscheetjes. Het zijn kleine pannenkoekjes waarvoor geen bloem wordt gebruikt maar geroosterd en verkruimeld brood. Omdat ik het een gerechtje vind dat de lach opwekt ende de zinnen streelt, schreef ik het over en heb ik deze scheetjes van pannenkoeken thuis bereid. Vervolgens enkele personen uitgenodigd en een genoeglijke avond gehad!

Recept:
Neemt geharst wittebroot, wijn, eyeren, gengeber ende suycker. Mengelet wel ondereen ende bact hier coecxkens af in de panne met boter ende schrabter suycker op ende dientse op.

Dit zal ik even verduidelijken in 21e eeuwtaal. Laat u niet afschrikken door handelingen als ‘schraap de suiker’. Suiker kocht men namelijk niet als zakjes met van die leuke fijne korreltjes. Het waren conische suikerbroden, zo hard als een steen, waar je met grof geweld met een gigantische rasp overheen moest raggen. Wij met onze kantoorlijfjes kunnen dat niet meer en gelukkig is dat ook helemaal nergens voor nodig.

Daar gaat ie dan:
Lekker bruin roosteren, die sneden witbrood zonder korst en doe er maar een stuk of zes. Wij hebben tegenwoordig meestal geavanceerde keukenmachines om de boel klein te krijgen, maar lekker tussen je handen verkruimelen of het brood met de vijzel bewerken, is ook geen straf. Schenk er vervolgens anderhalve deciliter wijn bij (rood of wit, kies maar) en voeg een theelepel gemberpoeder toe, negentig gram (riet)suiker en drie eieren. Hier een lekker glad beslag van maken. Dat is een heel erotische karweitje waar je de tijd voor moet nemen. Roomboter in de pan laten smelten, beslag erin en hup, daar verschijnt het eerste hoerenscheetje. Ga zo door tot je een stapel hoerenscheetjes hebt. Serveer en geniet!

Waarom deze heerlijkheden hoerendreetkens heten, heb ik niet kunnen achterhalen. Misschien omdat ze er lekker uit zien en ‘in een scheet en een zucht’ klaar zijn?

©  2010 Gepubliceerd op Your Wonderland

Hey baby

Er liep een jonge man voor me in het winkelcentrum en die man liep weer achter een jonge vrouw. Ze zag er uitdagend uit met haar high heels en korte rok. Het inspireerde hem in hoge mate want hij begon te zingen.

Op de melodie van een song van Jimi Hendrix, waarvan de titel me nu even ontschoten is, zong hij: ‘Hey baby, waar komt die fijne achterkant vandaan? Ik zei hey baby, waar komt die fijne achterkant van jou vandaan? Ik zag ‘m al vanuit de verte, yeah, ik zag ‘m zachtjes tegen de winkelruit slahaan!’ De vrouw stokte even en keek over haar schouder naar de man achter haar.
De man stopte acuut met zingen en tuurde naar een etalage. Toen zij haar sexy wiegelende gang weer herpakte, vervolgde hij z’n song. Hij had een lekkere swingende soulstem.
‘O yeah yeh, hey baby, en die benen, die zijn the best of the world Ik zei hey hey baby, jouw benen zijn the best of the world Ik wil ze voelen rond mijn nek, yeah, kill me with your legs baby!’
Met een guitige blik draaide hij zich even om. Ik knipoogde naar hem. Net op dat moment zwikte de sexy vrouw door haar enkel, omdat haar naaldhak brak. De vrolijke man en ik, we hielden direct onze pas in. Zonder een spier te vertrekken, trok ze haar stiletto’s uit, haakte de riempjes achter haar vingers en gooide ze over haar schouder. Daarna vervolgde ze haar weg. Wij liepen braaf achter haar aan. De man durfde niet meer te zingen.

Bij het stoplicht hielden we alle drie halt. De vrouw draaide zich om en liet er geen gras over groeien. Ze pakte de man beet en begon hem te zoenen.
‘Hey baby, hey!’’ zong hij. ‘Niet zo snehel!’
‘Yes baby yes, dat doe ik wel!’ zong ze terug.
Het leek alsof ik in een musical beland was. Het stoplicht sprong op groen. Ik keek nog even naar ze. De vonken spatten er van af, een waar liefdesgevecht. Op het zebrapad liep voor me een aantrekkelijke man van mijn leeftijd. Wat zeg ik? Stukken jonger.
‘Hey baby, waar loopt dat mooie lijf van jou naar toehoe!’ Ik zong het zachtjes maar hij had een goed gehoor, keek om, knipoogde en hield zijn pas in…

© 2010 Gepubliceerd op Your Wonderland

Erotisch uitgaan

Het bord stond er al jaren, langs de kant van de snelweg. Erotisch uitgaan, met grote letters, en een telefoonnummer erbij.

Nu viel mijn oog op een toevoeging: Erotisch uitgaan. Voor beiden!
Het bleef een tijdje bij me hangen. Voor beiden! Voor beiden! Het klonk geëmancipeerd. Eerst zag ik bij het passeren van die reclame-uiting altijd ranzige kerels voor me, die na deze ontdekking hardop het telefoonnummer reciteerden. Zodra het kon, plantten zij hun auto’s op de vluchtstrook. En toetsten ze, gezeten op hun plakkerige stoelen, het nummer in. Het was weer ’s tijd om flink erotisch uit te gaan, beloofden ze zichzelf. Met alvast een harde in hun broek.
Maar nu is het andere koek geworden. Dit uitgaan is er thans voor beiden. Ik zie stelletjes voor me, die in de file staan en die ruim de tijd hebben zo’n nummer in te toetsen.

‘Hé Jaap, kijk eens, erotisch uitgaan voor ons tweetjes. Lijkt je dat niet leuk? Zal ik bellen?’
Jaap doet net of hij ‘t voor het eerst ziet. ‘Erotisch uitgaan? Waar dan? Ik zie niks.’ En overdreven draait hij zijn hoofd alle kanten op.
‘Kijk uit, je zit bijna op de bumper van die vent!’
‘Leid me dan ook niet af met rare voorstellen,’.
‘Ach vent, jij bent ook nooit ’s ergens voor in. Zouden het parenavondjes zijn? Of worden we dan saampjes verwend…’ mijmert zij.
‘Trees, hou er over op. Volgens mij komen daar alleen maar kerels. Niks erotische uitjes voor echtparen.’
‘Hoe weet jij dat? Ben je thuis in dat circuit dan?’
Dan begint de file op te lossen, er komt weer wat vaart in. Teleurgesteld zit Trees met haar telefoon op schoot. Haar vinger zweeft er boven.
‘Hè, ik zou wel eens echt lékker willen neuken,’ verzucht ze uit de grond van haar hart.
Jaap remt, krachtig, en stuurt naar de vluchtstrook. Zonder gordel had Trees’ hoofd nu al een heel eind door de ruit gezeten. Trees rukt het ding los, stapt uit en steekt haar duim op. Al snel stopt er een auto. Een raampje gaat open. Jaap ziet dat zijn vrouw een levendige conversatie houdt. Dan stapt ze in, maar niet voordat ze haar middelvinger opsteekt naar Jaap.

Erotisch uitgaan, voor beiden. Het klinkt geëmancipeerd, zei ik toch al.

© 2011 Gepubliceerd op Your Wonderland

Vrijpostig

 

‘Ach joh, op ieder pot past een dekselse meid.’

Ik zat in de streekbus toen dit mijn oor bereikte. Dat maakte mij nieuwsgierig. Van nature ben ik vrijpostig. Er zijn van die momenten waarin ik dit in zijn geheel niet onderdruk.

Dit was zo’n situatie.
Ik hief mezelf dus op, maakte op één voet een halve draai en landde achterstevoren op de passagiersstoel. Met mijn handen omklemde ik de hoofdsteun, al glurend door de ruimte tussen de twee stoelen die ik in beslag nam.

Een travestiet grijnsde me toe. Uit zijn grote knuist stak een felroze telefoontje. Die bracht hij naar zijn oor. ‘Momentje schat, ik heb even een leuk contactje hier in de bus. Bel je straks terug. Doei scheet.’

Hij borg de telefoon op in het zijvakje van zijn witte laktas en stak zijn hand uit. ‘Menno Horspiep, aangenaam. Maar ze noemen me meestal Hors.’
‘Louise de Pompadour. Ik word doorgaans geen Pomp of zo genoemd maar een goede vriend zegt nog wel ’s Lou. Je bent trouwens prachtig gestyled. En de make-up, doe je dat zelf?’
‘Uiteraard liefje, dat is juist de lol hiervan. Waarom hang je achterstevoren in je stoel, zoals kinderen dat vaak doen?’
‘Je zei net iets over een pot en deksel. Dat intrigeert me. Het klonk origineel. Ik vroeg me af: in welke context gebruikte je dit?’
Hors dook nu in een kanjer van een Louis Vutton-tas die de hele passagiersstoel naast hem in beslag nam. Een lange zoektocht volgde.
‘Kan jij ook nooit iets vinden in een damestas?’
‘Meid, schei uit. Maar hier heb ik het.’ Triomfantelijk stak hij een foto omhoog. Daarop was een kanjer van een vrouw te zien, met een wulpse blik in haar ogen. Voor de fotograaf stak ze haar lippen vooruit.
‘Dit is Greet, maar we noemen haar Great, op z’n Engels dus. Want die vrouw is echt groots. Maar eenzaam. Mannen doen haar niets. Ze wil iemand van haar eigen geslacht.’
‘Tjeetje’, riep ik uit. ‘Kort haar, geen make-up, ANWB-kleren, zo ken ik de potten. Maar dit is andere koek.’
‘Is het wat voor je? Je zou goed bij haar passen, Lou.’
‘Mannen doen mij nét ietsje meer. Maar voor haar zou ik wel een uitzondering maken.’
Voordat ik er erg in had, hing Hors alweer aan zijn telefoon.
‘Great, dear. Luister! Ik heb hier de dekselse meid gevonden, die naadloos op jou aansluit. Van haar achternaam word je al heet, dat weet ik zeker. Pompadourtje, kom je even aan de telefoon? Hé, waar ben je nou? Lou!!! Pompadouuuur!!!’
Ik stond naast de chauffeur. ‘Excuseer mij, mag ik er alstublieft uit? Ik heb zojuist mijn halte gemist,’ verklaarde ik.
‘Tuurlijk meissie, voor jou altijd.’ Twee deuren schoven zuchtend voor me open. Ik stapte de frisse buitenlucht in. De bus reed voorbij. Hors keek ontzet uit het raam. Ik wierp hem een kushandje toe. Hij hief zijn handen, ten teken van verbazing. Het hardroze telefoontje vloog daarop sierlijk door de lucht. Ik bevochtigde mijn lippen en vervolgde mijn weg. Wat tikte mijn hakken lekker op de straat!

© 2011 Gepubliceerd op Your Wonderland