Blog

Het vederlichte schuurtje (10)

IMG_0330
Zit-werkplek

Toen ik mij een beeld vormde van wat er allemaal in het tuinhuis moest passen, wist ik direct dat het niet zou lukken. We namen het hoognodige mee, maar dan nog is het een helse klus dit op 12 vierkante meter een plaats te geven.
Als je ziet hoe onze tuin is ingedeeld, krijg je een idee van wat wij eigenlijk willen op de tuin: ik tel vijf zitplekken. Omdat ik houd van comfort en ook omdat het leuk staat, kocht ik veel kussens. Die moeten allemaal opgeborgen worden. Plus de tank brandstof, de container hondenvoer, het gereedschap en ga zo maar door.

IMG_0329
Zit-relaxplek

Er moest dus een schuur komen. We vonden er een op internet. Zo eentje van gegalvaniseerd staal. Die was nog te betalen en de vorm leek ons handig. Met schuifdeuren, ook een vondst. Snel tot bestellen overgegaan, het zou immers een week duren voordat hij zou arriveren. En dan nog in elkaar zetten! Het mocht tijdens die klus niet waaien (nou ja ,een klein beetje) en ook niet regenen.
Levering binnen een week, ja m’n reet. Er ging langere tijd overheen, precies die dagen waarop het perfect weer was voor de opbouw van een stalen schuurtje.

Toen het eindelijk zo ver was, wachtte ik de vrachtwagen op bij het parkeerterrein. Wilke had mij instructies gegeven: ‘Vraag aan de vervoerder of hij het onder het afdak van het verenigingsgebouw zet, dan kom ik later met Maurice om het naar de tuin te sjouwen.’
Ik zat er al een beetje over in hoe dat nou moest als die man zou weigeren het kolossale pakket door de poort te dragen. Vroeger kreeg ik het meestal wel voor elkaar maar als je vordert in leeftijd gaan die deuren geleidelijk aan dicht.

IMG_0327
Bordes-zitplek

Ik had geluk, de chauffeur was nog ouder dan ik. Toen hij het pakket uit de auto had getild, zag ik daar een iel stukje karton staan. ‘Is dit het?’ vroeg ik. Hij keek naar de pakbon, vervolgens naar het pakket, controleerde het nummer en zei: ‘Ja, zeker weten, dit is ‘ie.’
Moest ik toch nog een tikje van mijn oude vrouwelijke charme gebruiken. ‘Ik had al niet het terrein op hoeven rijden,’ sputterde hij kort tegen. Maar al gauw reed hij zonder morren de steekkar met ons toekomstige schuurtje regelrecht naar het verenigingsgebouw.

Niet lang daarna kwam er versterking: Wilke en Maurice. ‘Is dat het?’ vroeg mijn zoon.
Ja, dat was het. Nu begreep ik waarom er bij de opbouw geen zuchtje wind aan te pas mocht komen.
Het pakket stond nog niet in de tuin of het begon te regenen. Het was het begin van de herfstachtige dagen die we in april en begin mei veelvuldig hadden. Het pakket schuur stond te schimmelen in het druivenprieel en de rommel bleef binnen….

IMG_9473
Bos hout voor de deur. Beetje moeilijk eten voor Ruby scheppen.

Toch, aan alles komt een eind dus ook aan een schuur die slechts een pakket onderdelen is. Het was even puzzelen maar toen stond hij daar. In vol ornaat. Twee stellingkastjes (ja, mini ook weer) erin, klaar.
Maar ja, toen kocht Wilke in een opgewekte bui een partijtje hout voor de plafondafwerking in het tuinhuis. ‘Was een aanbieding’, glunderde hij.
Ik schudde mij hoofd. Ik wist: aan dat karwei kwam hij van z’n lang zal ze leven nog niet toe.

Al die houten latten blokkeerden dus weken- en wekenlang de vrije toegang tot de spullen in de schuur. Weet je nog wat Kees van Kooten alias Cor van der Laak zei? ‘Van die dingen ja, van die dingen.’

 

 

 

Kikkerseks en winterkoninkjes-liefde (9)

kikkergroepsseks
Mannetjeskikkervergissing. Foto van internet.

Het is nacht. Terwijl Wilke ligt te snurken, luister ik naar de verleidelijke lokgeluiden van de kikkermannen.
Achter het tuinhuis ligt een sloot. Dat weten jullie echter al lang na mijn klaaglijke muggenverhaal. Maar er is meer tussen het kroos en het riet. Zwanen en zwaantjes, eenden en eendjes, meerkoeten en meerkoetjes. En die kikkers dus. Ze hebben zich gek gepaard in de afgelopen maanden. Het stikt dan ook van de kleine kikkertjes in de tuin.

Door dat massale kabaal dacht ik dat ze aan groepsseks doen. Maar een groot deel van het kwaken heeft te maken met het voorspel. De mannetjes schreeuwen met opgezwollen keelblazen hun paringsdrift van de daken. Een kikkerin kan daar geen nee meer tegen zeggen. Daar zou ze problemen mee krijgen. Toch zat ik er niet ver naast toen ik op de kikkerwebsite las: ` Kikkermannetjes willen zich onder invloed van de paringsdrang nog wel eens vergissen en pakken alles wat maar op een vrouwtje lijkt, zoals een ander kikkermannetje, een kikker van een andere soort of een vis. Een triootje komt ook regelmatig voor en soms ontstaat er zelfs een hele kluwen van kikkers.’
Tot zover de kikkers. En de padden. Want die doen het ook.

In het voorjaar hadden we een winterkoninkjesnest, vlak naast de deur. Voordat er van een bewoond nest gesproken kon worden, had ook hier de man zich danig uitgesloofd. Heel melodieus en hard. Ik verbaas me erover dat hij dit voor elkaar krijgt, met zo’n klein lijf.
‘Ze zijn schijn-vader & moeder,’ zei ik tegen Wilke, want ik hoorde niets vanuit het nest en zij maar aan komen vliegen met insecten. Het nestje van mos (aan de buitenzijde ziet het er zo uit) oogt heel knus. Maar wisten ze nu zelf wel dat ze hun kostbare vliegjes in een leeg huis deponeerden?

P1040261
Pa Winterkoning

Toch, op een dag hoorde ik hoge schrille geluidjes. Af en toe gluurde ik door de hedera-haag, heel voorzichtig. En ja hoor, ineens waren daar de gele bekjes. En de kraaloogjes.
Als die grote smoel van mij voor dat gat kwam, deinsden ze een beetje terug. Dat was papa niet. En mama ook niet. Ze hadden al een belangrijke les geleerd: als je iets ziet wat niet op ons lijkt, verstop je dan en houd je stil. Het was wel braaf van ze dat ze daaraan gehoorzaamden, maar ik kon naar de lieve bekjes fluiten. Het was daarom best geoorloofd om een hedera-blad tussen duim en wijsvinger te nemen en het behoedzaam een weinig opzij te trekken, alsof een zuchtje wind door de haag woei. Zo raakten ze aan mij gewend. Maar hun vader niet.
Na mijn observaties trok ik deze conclusie: ma winterkoning bleef bij de kleintjes in de buurt, zo vlak achter of op het dak van het nest. Pa ging kwetterend op jacht. Als wij dan vlak bij het kraamhuisje aan de tuintafel zaten, talmde hij vreselijk met zijn snackje voor het kroost. Protestgeluidjes uitstotend maakte hij allerlei schijnbewegingen, deed alsof hij weer wegvloog, kwam weer terug. En moeder vanaf de zijlijn maar roepen: ‘Kom op zeg, je ziet toch dat die mensen ongevaarlijk zijn! Schiet op met dat eten!’ De jonkies slaakten wanhopige gilletjes: ‘Papa, papa, we hebben honger!

Soms hadden we bezoek en zaten we met z’n allen aan de tuintafel. Voor vader winterkoning was dat te veel van het goede. Van de zenuwen vrat hij het vliegje dan zelf maar op. Ik greep dan in door een gast vriendelijk doch dwingend naar een andere plek te verwijzen.
Op een dag klapte Wilke de parasol boven de tafel open. Toen gebeurde het. Ik gluurde net langs het hederablad in het nestje, toen een vogeltje bijna mijn gezicht invloog. Ik deinsde achteruit terwijl hij een veilig heenkomen zocht. Met zijn kleine pootjes zag ik hem vastgeklampt aan de stengel van een aster hangen. Zijn hartje bonkte. Dat van mij ook.

Daarna kwam er eentje uit het dak van het nestje! Nooit eerder een gat gezien daar. Het derde kleintje kon toen niet achterblijven.
‘Dat heb jij gedaan, met die parasol!’ beschuldigde ik Wilke. ‘Nu zijn ze te vroeg uitgevlogen, van angst!’ Wilke haalde zijn schouders op en ging koffie zetten. Ik had een prachtfoto van de kleine winterkoninkjes kunnen maken. Ze zaten immers verstijfd van schrik vol in beeld. Maar ik vond dat ethisch niet verantwoord. Ik staarde ze aan en wenste dat ze er bovenop zouden komen. Waarschijnlijk kwam het samen, de parasol en de dag van het uitvliegen. Zo zie je maar, dat je het een niet altijd met het ander moet associëren.

IMG_0207
Agressief insecten stelen

Dit was het verhaal van een paar schattige vogeltjes maar ik maak ook andere dingen mee. Eksters bijvoorbeeld zijn van een heel ander slag. Of is het een grote bonte specht? Die heb ik hier ook vaker gezien. Op een ochtend, Wilke was al naar zijn werk, werd er woest op de dunne houten wand van het tuinhuis geklopt, wel zo’n twintig keer. Ik schrok me rot. Ik pakte een paraplu om Ruby en mijzelf te verdedigen en beende naar buiten. Achter het huis zag ik nog net een grote vogel wegvliegen die een staafje bamboe uit zijn snavel liet vallen. De derde verdieping van het insectenhotel dat daar hing had hij voor een deel vakkundig gemold. De staafjes bamboe lagen slordig over de grond verspreid.

Zo vernielen ze ook andere dingen in de tuin, ja echt waar, vooral van plastic bloemen gaan ze over de rooie. En zo valt er nog veel meer over te vertellen maar dan wordt deze column nog langer dan hij nu al te lang is.

Gevlucht voor de hitte (8)

IMG_8411
Gevoelstemperatuur hier niet hoger.

Een van mijn trouwe lezers van deze columns is erg benieuwd hoe wij met de verschillende weersomstandigheden omgaan in deze situatie. Wel, laat ik beginnen met het fenomeen regen:
Ik doe mezelf geen groter plezier dan bij regen mijn benen in rubberen laarzen steken en opgewekt door de plassen te stampen. Maar toen het twee maanden geleden zo buiten proporties bleef regenen, vond ik zelfs daar niets meer aan. In plaats van vrolijke spetterpasjes moest ik mij een weg banen door een rivier. Gelukkig reiken mijn laarzen tot aan mijn knie anders waren ze nu nog niet droog geweest.

Het begon met herfstachtig weer, net in die eerste weken van de tuinhuis-bewoning. Dit maakte de ellende nagenoeg compleet, want – zoals uit eerdere columns al duidelijk werd – was de organisatie nog niet rond. Het enige pluspuntje was dat we onze dikste kleren droegen, dit bespaarde ruimte in de ladenkast.
Op een pikzwarte dag deed ons oliekacheltje het niet meer. Juist toen was het slechts 8 graden, buiten 6 graden Celsius. Helaas was de brandstof op. Het duurde 24 uur voordat het Wilke lukte een nieuwe tank te bemachtigen.

IMG_9334
En zo ging het door over het tuinencomplex-pad.

Toen het ietsje warmer werd, kregen we pas echt nattigheid. In mijn herinnering gingen die hysterische regenbuien twee weken lang onafgebroken door. Mensen die een hond hebben, weten wat je dan als extraatje krijgt: in het tuinhuis werd het steeds vochtiger, modderiger en stinkeriger (dit woord bestaat vast niet maar wel in mijn beleving). En altijd struikel je dan over Ruby’s drinkbak, zet je je voet met sok in een plasje modderwater of wil je je haar of handen drogen en is die handdoek ook zeiknat.
In ons geval kunnen we echt niet denken: we gaan maar ’s een dagje niet naar buiten. Weet je nog wel: naar de wc, water halen, van die dingen. Gelijk met het water steeg het irritatieniveau in huize Tuinhuis.
Want het tuinencomplex was niet bestand tegen al die regen. Paden en tuinen liepen vol. De foto’s spreken voor zich. En dan heb ik het nog niet eens over die a-sociale slakken en mislukte oogsten.

IMG_9811
Graszoden in de bloedhitte.

Enfin, alles gaat voorbij in het leven, dus dat regenen hield ook een keer op.
In Nederland zijn de ideale zomerdagen (voor mij betekent dat zo’n 21 graden, zonnig en een lage luchtvochtigheid) zeldzaam. Meestal is het zompig en soms stijgt de temperatuur daarbij naar overdreven hoogtes. Zoiets hadden we ongeveer een maand terug.
Op het tuinencomplex moet je er altijd zo’n twee graden bijrekenen, qua gevoelstemperatuur. Gek genoeg werkt dit niet bij koude, zo lullig kan het in het leven zijn.
Op de dag dat het 34 graden werd, kwamen bij ons de bestelde graszoden aan. De regenbuien hadden namelijk ons gazonnetje rondom het tuinhuis tot een modderparadijs getransformeerd. In de voorgaande jaren hadden een paar hyperactieve mollen al het voorwerk gedaan. Vandaar nieuw gras.

Wilke – ja, dit is weer eens zo’n echte mannentaak – kon dus niet anders. Je kan die opgerolde zoden niet een dagje of twee laten liggen.
Terwijl hij de klus zwoegend en zwetend klaarde, viel ik hem ondertussen bij voortduring lastig met zonnebrandcrème en -watertoediening. Wat ons op de been hield was het vooruitzicht op de airco-kamer in het hotel. De dag ervoor – het was al dagen erg warm – had ik uitgeroepen dat de 34 graden onze dood zou kunnen worden. Daarom boekten we een nacht bij het plaatselijke hotel.

IMG_9814
De hotelkamer met douche, wc, airco en tv!

Om twee uur kwamen we daar als een stel zwervers aan: zweet en vuil op de lijven, plastic tassen meezeulend en een verlepte witte hond.
Toch kregen we de sleutel van de kamer met het vrolijke getal 10. Zo brachten we de code-rood uren koel door tot de volgende ochtend 11 uur. Brandschoon en danig verkwikt van deze korte luxe vijf-sterrenvakantie, arriveerden we vijf minuten later op de tuin. Toen moest er snel gesproeid worden want de nieuwe zoden lagen er net zo slapjes bij als wij de dag ervoor. Ons andere leven ging weer verder.

 

 

Muggen in het tuinhuis (7)

IMG_0089
Nag Champa!

Iedereen weet dat wij de dierenwereld hoog achten, maar vannacht hebben we zo’n 12 muggen om zeep geholpen. En vanmorgen liet ik er nog een stuk of zeven sissend tussen de mazen van het elektrische racket ten onder gaan. Parasieten zoals teken, vlooien en muggen, het is zij of wij. Of wat dacht je van die steek-grage horzels die nu actief zijn; met de zweep erover!

Ze breken onze nachten in vele stukken. Ze maken ons nerveus met hun bloed-irritante gezoem. Ik wilde er alles over weten en las het boek ‘Mug’ van Bart Knols.
En nu weet ik dus alles. De mug heeft door de eeuwen heen het grootste aantal slachtoffers op zijn geweten, dodelijke vooral. En de ziektes die eerst alleen in de tropen of zuidelijke landen voorkwamen, worden nu ook door in Nederland verblijvende muggen overgebracht.

Ik denk daar maar niet te veel bij na. Wat ik jammer genoeg niet meer uit mijn brein –ik beschik over een levendig voorstellingsvermogen- krijg is hoe zo’n mug te werk gaat op de huid. Knols beschrijft het met veel plezier tot in de details. Een mug (ja, de vrouwmug) is niet op zoek naar licht, maar naar koolzuurgas. Laat dat nu juist iets zijn wat wij volop uitwasemen. En dan wil zij het ook nog specifieker, qua geur. Daarom is de ene mens eerder de lul dan de andere, waar het om de muggenbeet gaat.

Ook geen fijn idee is, dat zij ons van een afstand van 30 tot 50 meter kan ruiken.
Omdat mevrouw Mug zo nodig haar vleugeltjes honderden malen per seconde op en neer moet bewegen om in de lucht te kunnen blijven, valt ze ons lastig met dat gekmakende ‘mihhhhh’. Als je dat plotsklaps niet meer hoort zonder dat je een doodklap hebt uitgedeeld, kan je er zeker van zijn dat ze is geland. Op jou.
Is je huid flink behaard, dan ben je een spekkoper. De mug houdt daar niet van. Het belemmert haar in het vinden van een geschikt haarvat in de opperhuid.

IMG_0077
Tweede muggenboek van Knols komt eraan in het najaar.

Die steeksnuit van haar, dat is nog maar het begin. Want daarachter houdt ze haar bijtende kaken verborgen. Je kan haar geen onzorgvuldigheid verwijten. Ze tast, ruikt en proeft voordat ze haar getande dolkachtige messen diep in je stoot. Geraffineerd heeft ze met haar steeksnuit zo een haarvat te pakken. Dat gaat ze vervolgens mooi versnijden en het sapje heerlijk opzuigen. En alsof dit nog niet genoeg is, vermengt ze ons bloedsapje ook nog eens met haar speeksel (zo gebeurt ook de parasietenoverdracht). Ze doet deze gekke dingen om in het onderhuidse poeltje van bloed het samentrekken en klonteren tegen te gaan. Denk je dat ze nu klaar is? Welnee, ze maakt het nog gekker en poept ook nog eens bloedplasma uit. Hierdoor wordt ze een hele dikke vette mug. Als ze zo’n 10 microgram van ons gevampierd heeft krijgt ze van haar hersenen een seintje dat ze nu echt moet stoppen. Gaat ze door, dan ontploft ze.

Helaas, mugjes zijn verstandig, laten los, vliegen weg en blijven zo’n twee dagen in de kamer hangen. Die muggen die je doodmept en een rode vlek achterlaten, die hebben hun bloedmaaltijd allang van jou betrokken. Meer kan er niet bij. Met dit maaltijdje gaat ze buiten eitjes afzetten, meestal in het water ergens in de buurt van je huis. En laten wij nu rondom tuin en tuinhuis allemaal slootwater hebben! Daarnaast controleer ik of overal het water weg is, uit gieters en bloempotten en schotels. Want een beetje is genoeg om honderden nieuwe muggekindertjes te maken.

Hoe ons tegen dit alles te beschermen? Kleine moeite om je onder te dompelen in DEET, maar wie mij kent weet dat ik eerst en langdurig naar alternatieve middelen op zoek ga. Tenslotte is de mug ook resistent geworden tegen DDT, waar de hele wereld mee platgespoten is, tientallen jaren lang.

Hoe ga ik te werk? Nag Champa wierook. Muggen houden niet van rook en zeker niet van deze sterke geuren. Ik brand dat vanaf ongeveer 7 uur in de avond. Verder maak ik een mengsel van basis- en etherische oliën: eucalyptus, citroen, ceder en geranium. Met zo’n laagje olie bedekken we iedere avond onze lijven. Naast het bed staat een bakje met hetzelfde spul. Daar walgen muggen van.

‘t Ging eigenlijk best goed. Wel muggen, maar het aantal beten viel mee. Als je maar niet buiten blijft zitten s’ avonds, de staaf wierook op tijd brandt en daarna snel de deur dichtdoet; we bevestigden in de deuropening een lamellen hor, maar dat ding stelt weinig voor. Effectiever is het horrengaas dat we voor de drie raampjes bevestigd hebben. Je bevestigt het met klittenband aan de raamomlijstingen. Daar mag geen millimeter opening te zien zijn, heb ik van Knols begrepen. De mug kan overal doorheen.
Dus o wee, als je een avond vergeet op tijd je deur dicht te doen, er een hiaat in het gaas ontstaat of je de wierookstok te laat in de fik steekt.

Zo ging het nu. Het was een helse nacht. En al die rode stippen op onze gezichten maken ons er niet mooier op.

De avond valt, ik moet snel weer aan mijn uitroken-taak. Dag!

Heen en weer (6)

IMG_9973
Wijs gezegde

‘Jouw reis begint bij GOD’, las ik op het billboard naast de rijbaan waar we met de auto voor het stoplicht stonden. Toen het sein op groen ging, bleek dat het hier over de Gemeentelijke Gezondheid Dienst gaat en dat mijn reis dus blijkbaar bij de GGD begint.

Het gekozen lettertype van de GGD-advertentie zaait verwarring. Het kan ook zijn dat het iets over mij zegt. Want we reizen wat af de laatste maanden. Weliswaar korte ritten maar het heen en weer krijg je er wel van. Vermoedelijk met God aan onze zijde, ondanks dat ik zijn naam op moeilijke momenten wel eens op zijn plat Rotterdams creatief dreig te verbuigen.

Dat ons thuis thans het tuinhuis is, mag je ondertussen een publiek geheim noemen. Ons tweede thuis is de school ‘van’ Wilke, ook dat is bekend in bredere kring. Nog niet zo bekend is dat daar sinds kort een derde mogelijkheid bij is gekomen in de vorm van een sober ingerichte eengezinswoning, een half uur reizen vanaf het tuinencomplex.

IMG_6402
Het thuisgevoel

Geconditioneerd als ik ben sinds de verhuizing (bezit verplaatsen!) schrok ik van dit aanbod. Dit lijkt ondankbaar, maar ik ben dankbaar. Het afzien combineren met minder afzien is een welkome afwisseling.
Vanmorgen pakten we spullen in voor het korte verblijf op school en het iets langere verblijf op ‘ons’ derde adres (morgen weer terug). In de zwerverstassen ging de boel al snel door elkaar lopen:
‘Waar heb jij dat gelaten? Oooo, dat moest in de groene tas! De zwarte tas is voor school!’
En er zijn van die spullen, die sleep je gewoon altijd met je mee, zoals de laptop waar ik nu riant aan zit te werken omdat wifi op school vrij voor handen is.

Ik weet dat het niet de eerste keer is dat ik over het slepen met bezit schrijf. Psychologisch gezien wil dit zeggen dat het voor ons het zwaarst weegt, fysiek en mentaal. Toch heeft het ook andere kanten: ons organisatietalent en ons vermogen tot flexibiliteit bereiken grote hoogtes.
Ik moet hierbij opmerken dat het om tijdelijke verblijfplaatsen gaat. We hebben nu geen echt thuis, zoals mensen met een huis plus een vakantiehuis. Dit is een significant verschil. Het ritme is uit ons bestaan. Dit maakt flexibel, maar ook onrustig. Het kan makkelijk zijn, maar ook moeilijk. In deze tijd waarin goedbedoelde maar uitgekauwde bevelen als ‘loslaten!’, ‘go with the flow!’ en ‘geniet ervan!’ ons om de oren vliegen, zeggen wij dan graag: we houden het hier even vast, we gooien daar een anker uit en we gaan over het geheel genomen effe flink de tering in hebben. Daarna kunnen we er weer tegen.

IMG_9977
Verplaatsbaar

Ach, het zijn de kleine dingen die ’t ‘m doen: je bezig houden met de basis van het leven, niet met hoogdravende materie. Korte reisjes met zwerverstassen in eigen land in plaats van sjouwen met koffers en afzien in verre landen waar je de GGD bij nodig hebt. Als we ons leventje van nu vrolijk en luchtig leren beheersen, reist God misschien vanzelf met ons mee. Een vloekje van mij door de vingers ziend.

De schoolwasserette (5)

Schiet nou eens op met drogen!
Het wil maar niet drogen

Op de klanken van ‘Heroes’ van David Bowie scheuren wij naar wat ik ‘de schoolwasserette’ noem.
‘Is wel toepasselijk, eigenlijk,’ zegt W.
‘Ja W.’, zeg ik terwijl ik hem een liefdesklap op zijn dij geef, ‘helden, dat zijn we. Maar niet voor 1 dag.’

Het is een van onze zwaarste taken sinds de tuinhuisbewoning: De Was Doen (DWD). Thuis vond ik het altijd wel een aardige taak, die ik geheel en al op mij nam. Nu is het vooral een bezoeking.
Als we er weer uren op school op hebben zitten en ik me voor de laatste keer die dag met pijnlijke knieën de schooltrappen ophijs, roep ik steevast uit: ‘We dragen gewoon de hele week hetzelfde hoor! Ik heb er geen zin meer in zo.’
Maar daar ben ik natuurlijk te proper voor. Mijn grenzen heb ik absoluut verlegd, mijn ijdelheid voor een groot deel afgelegd. Maar schoon goed geeft me te veel plezier om die lol overboord te gooien.

Met dat bloedhete weer waarop de hele dag het zweet van je afdruipt, zou een nudisten-tuinencomplex beter van pas komen. Maar daar meen ik niets van. Ik houd helemaal niet van openbaar naaktlopen, ga toch weg.

IMG_9793
De schoolwasserette

Goed, het wasgoed.
Wilke prijst mijn organisatietalent. Maar dit was zijn idee: vooraf voorsorteren.
Ik kocht drie stevige wastassen in grijs, zwart en wit; 60 graden, 30 graden lichte kleding, 30 graden donkere kleding. Aan nuances binnen dit schema doe ik nu niet. Ik noem die wastassen stevig omdat ze blijven staan. De vorige waszak, van het type dat naarmate hij vol raakt steeds gekkere vormen aan gaat nemen, dat moet je niet hebben in een klein tuinhuis. Ook niet in een normaal huis trouwens.
Nee, dan deze! Die kan je ook nog met een koordje discreet aansnoeren zodat je je vuile was niet buiten hoeft te hangen.

IMG_9364
Onze uitvalsbasis: de teamkamer op school. Tevens wasrek.

Zie nu niet voor je dat het kalmpjes gaat: waszakken oppakken en hup de auto in. Wij lopen als bedrijvige mieren in en om het tuinhuis om van alles in orde te maken, Ruby daar hijgend achteraan. En dan: o ja, ook die was nog, het moet nu echt.
Vooruit, op weg! Alsof we zes weken op vakantie gaan: laptoptas, voedsel, drank, Ruby en haar eten, de tassen met de vuile was. Het lange tuinpad over, naar de parkeerplaats. Twintig minuten rijden, daar zijn we dan. Ik loop rechtstreeks naar het washok om als de sodemieter de 60-gradenwas in de machine te stoppen. Die doet er wel een tijdje over. Daarna in de droger, dan zijn we al een paar uur verder. Als je je kleren nog een beetje leuk wil houden, moet je ze niet kurkdroog laten maken door de machine. Nee, die hang je daarna over alles wat er te vinden is in de school, zodat ze kunnen uitwasemen. Dit kan heel lang duren en meestal gaat driekwart vochtig mee omdat de nacht zowat intreedt. Dat moet dan ook weer opgehangen worden in het tuinhuis.

Terwijl de wasserette op volle toeren draait, zijn we ook met van alles in de weer. Je moet toch douche, eten, opruimen, of een column schrijven, zoals ik nu doe. Soms ga ik strijken. De ontdekking dat als je iets aantrekt het een uur later door je lichaamswarmte is gladgestreken, is best een spectaculaire. Ook bestaat er het gladstrijken met de handen. Dit kunnen alleen vrouwen.

IMG_8488
Alternatieve strijkplank

Op weg naar huis kijken we elkaar aan: vermoeid, maar dankbaar dat de klus weer is geklaard voor een weekje. W. zet de radio aan. Lou Reed!
‘Oh, it’s such a perfect day. I’m glad I spent it with you.’

En toen was er licht (5)

IMG_9178
Wilke controleert het zonnepaneel en maakt ‘m gelijk maar even schoon.

Er was een tijd dat wij gieters water uit de sloot moesten halen om de dorst van onze planten, fruitbomen en gewassen te lessen. Dit was een helse klus, althans dat vond ik. Toen ik dan ook ergens een emmer aan een steel zag, kocht ik die onmiddellijk. Nu kon ik slootwater binnen hengelen met de emmer en die legen in de twee gieters. Ik vond het een uitdaging om zo min mogelijk kroos de emmer in te laten glippen. Zo ging het best, maar jolig werd ik er niet van. Ik vond het vooral heel zwaar. Daarom bedacht ik toen ook al dat zoiets toch meer een karwei voor een man is. Heerlijk, om daar op terug te kunnen vallen. Je begrijpt dat ik het al snel aan Wilke overliet. Maar ja, hij was er niet altijd, de planten zieltogend en ik moest dan aan de bak.
Deze wijze van begieten duurde zomerseizoenen voort.

Hier en daar hoorden we spannende verhalen over zonnepanelen en omvormers. Wij waren al blij met de accu uit onze caravan. Buiten de vakanties namen we die mee naar het tuinhuis. Dankzij de accu scheen er vaag maar dapper licht uit twee spotjes boven het aanrecht en konden we de kraan bedienen. Maar de mogelijkheid te kunnen sproeien in plaats van gieters met dit kroosrijke vocht te sjouwen, leek ons steeds aantrekkelijker.

Je voelde het al aankomen: het duurde niet lang dat de dag aanbrak dat wij er ook aan gingen. Het zonnepaneel werd op het dak geplaatst, de omvormer in het tuinhuis en sproeien maar. Op hete dagen sloot ik er zelfs een ventilator op aan.

IMG_9258
Licht en een opgeladen laptop.

Echter, nu we het tuinhuis intensief gebruiken en de accu een beetje lullig ging doen, moesten we een nieuwe en betere. En zo geschiedde.
We twijfelden nog even of we de koelkast hier ook op zouden aansluiten of dat we ‘m op gas zouden laten lopen. We kozen voor het laatste.
Het is veiliger om een koelkast(je!) op gas te laten draaien dan op zonne-energie. Dat blijkt wel uit de vele grijze dagen die we deze zomer hebben. Regelmatig schrokken we ’s avonds op van een waarschuwingssignaal in de vorm van een irritante pieptoon.
Het is vooral een kwestie van weten wat je wel en wat je niet kan doen en er op letten dat de omvormer niet de hele dag aanstaat. Net als bij het waterverhaal geldt ook hier: je gaat niet zomaar alles gebruiken en verbruiken zonder nadenken.

Het opladen van telefoons en laptop gaf ook problemen. Sinds een paar dagen zijn die voorbij want er is een Power Bank in ons leven gekomen. Opladen op het werk (of waar elektriciteit is), meenemen naar het tuinhuis en voeden maar die batterijen!
Hebben jullie dan geen zonne-energielampen, hoor ik jullie denken. Ja, eentje, van Ikea. De oplader leg ik overdag buiten. Dan hebben we een zwak licht in de avond. Niet genoeg om bij te lezen, wel leuk als nachtlampje als we naar de La Campa Potti moeten.
Voor de muggenjacht is er de felle led-zaklamp, die in nood altijd voor licht zorgt. Ja, muggen. Daar zal ik het ook nog een keer over hebben. Maak je borst(en) maar nat.

 

 

Water naar de tuin dragen (4)

Alweer leeg!
Alweer leeg!

‘Water halen is mannenwerk,’ zeg ik tegen Wilke.
En die vrouwen dan met die kruiken op hun hoofd? Zoiets denk ik er dan zelf weer achteraan.
Maar een kruik is iets anders dan een jerrycan. Jerrycans, dat is mannenwerk. Daar blijf ik bij. Twee keer 15 liter sjouwen, ja daag.
Toch doe ik het wel hoor, als hij er niet is. En dan 1 keer 15 liter.

In het verenigingsgebouw hangt een slang aan de kraan, ik hoef ‘m niet het aanrecht op te tillen. Daarna op de bagagedrager van de fiets, hand erop en lopend terug. Kramp in arm en heupen krijgen door schuine loop. Ik zei het al: het is eigenlijk mannenwerk. Die houden ‘m gewoon vast terwijl ze fietsen, fluitend. ‘Sinds we hier permanent zijn, heb ik al ruim 2000 liter water gesjouwd,’ zegt Wilke, die vindt dat dit niet mag ontbreken in deze tekst.

Over het gebruik van water dacht ik vooral na als ik er iets over las. Dat gaat maar door, de hele dag: water uit de kraan, water uit de douchekop, water door de wc-pot.

In het tuinhuis hebben we geen stromend (warm) water. Toen we in de zomer van 2008 deze tuin begonnen en er een tuinhuis op bouwde (bouwpakket), kwam er al snel een keukenblok waar Wilke opgewekt twee jerrycans in het aanrechtkastje plaatste. Trots toonde hij mij hoe hij de situatie uit onze Kip Kompakt caravan had nagebootst: een kraan bedienen met behulp van een pompsysteem. Met dit verschil dat er hier pas water uit de kraan komt als ik op een knop druk die aan de vloer vastzit, onder het aanrecht. Voetbediening. Want ‘Het lukte niet,’ zei Wilke. Toch geniaal dat hij hier op kwam.
Ik denk dat ik straks in het appartement nog lang voetbewegingen zal maken als ik water wil tappen en tevergeefs wacht op actie uit de kraan. Dat krijg je er niet zo snel uit. Ik doe het nu al bij anderen.

Dertig liter watervoorraad, waarbij het laatste restje niet omhoog te pompen valt, is verdomd snel op. Het is dan ook een les in zuinig zijn. Als wij al niet duurzaam in gedrag waren, worden we dat nu wel.

Alweer leeg!
Alweer leeg!

Dan is er nog de wilgentenen houder met zes flessen water. Dat is ons drinkwater en water om in te koken. Het vullen van de flessen hoort dus bij het waterverhaal. Terwijl ik dit schrijf kom ik erachter dat er niet zo veel lol in te brengen valt als je schrijft over je dagelijkse waterverbruik. Misschien kan ik deze saaie materie opleuken door het te hebben over water koken. Buiten het thee en koffie zetten met het drinkwater, gaat de fluitketel op de gaspit voordat we de afwas doen. En als we onszelf wassen, beetje koud en warm in de lampetkan (weet iedereen nog wat dat is? Ik heb het zelf niet eens meegemaakt). Ook kook ik water als ik iets ga schoonmaken. De ketel staat hier dus vaak op het vuur.

En het afvoeren? Alles verdwijnt via een buis die leidt naar de grond, in de buurt van de sloot. In huize tuinhuis worden alleen volledig afbreekbare middelen gebruikt.
De kikkers varen er wel bij. Volgens mij zijn ze al aan hun derde paar-rondes bezig.

En o ja, nu we het toch over de sloot hebben: de planten in de tuin krijgen slootwater. En we hebben een regenton, dat ook nog.

Een oefening in bij de tijd blijven (3)

P1040378In de tijd waarin wij leven hebben wij nooit tijd. Altijd dat gevoel alsof de duivel je op de hielen zit. Ik deed eens een inspiratieweek. Daar leerden we dat als je met je volle bewustzijn bij het moment blijft, je genoeg tijd hebt voor alles. Het haastige gevoel verdwijnt. Bovendien draai je je hand niet meer om voor karweitjes die je voorheen bestempelde als ‘vervelend’. Met een beetje geluk kijk je zelfs uit naar de closetpot boenen of het doucheputje haarvrij maken. Ik moet er wel bij vertellen dat dit voor het tijdperk van ‘social media’ was en we nog niet gefragmenteerd bezig waren heel de dag.

Het verblijf op deze plek is een geweldig mooie oefening in ‘bij de tijd blijven’. Alles kost echt veel meer tijd als je je druk maakt over tijdgebrek. In een tuinhuis is het eind dan helemaal zoek.
Normaal gesproken sta je ’s ochtends op en loop je de badkamer in. Later schuif je misschien de gordijnen open. Dekbed terugslaan, kussen opschudden, fluitje van een cent.
Zo gaat dat hier niet.

Eerst bij ramen en deuren verduisteringsdoeken verwijderen. Op slaapbank staan, ver reiken, bijna vallen. Opvouwen en opbergen op het vlierinkje (vliering mag het echt niet heten). Voorheen werd het onderlaken afgehaald, het bed getransformeerd tot bank, de hoes omgeklapt en dichtgeritst. Sinds het dekmatras er is, zijn er minder handelingen nodig. Een mooi voorbeeld van tijdwinst door ruimtegebrek (dekmatras viel nergens op te bergen).
Het laken mag blijven, bed wordt bank en klaar.

Nee, nu maak ik het te simpel.
Eerst dikke dekbed in ruimte boven garderobe proppen, hoofdkussens op vlierinkje, daarna pas opklappen slaapbank. Serie sierkussens erop, hard nodig om de rug normaal te houden. Ziezo.

Ziezo? Dat dacht je!
In de ochtend moeten veel mensen naar de wc. Nee, nu niet de La Campa Potti, opschieten, snel snel. Rennen door de tuin, fiets van het slot halen, vuilniszak die tezamen met knijpers als regenzeil dient van zadel/fietstas verwijderen en zo snel als je kan naar de wc in het verenigingsgebouw fietsen. Fiets neerpleuren, bril op, code intikken, net op tijd.

Wacht eens, nu ga ik al te gedetailleerd op de zaken in. Dit was niet de bedoeling. Laat ik bij de tijd blijven: (warm) water uit de kraan, de wc en douche vlakbij, even een was in de machine doen, ik stond er alleen bij stil als we gingen kamperen.
Op die campings waren douches en wasmachines. Voor die luxe voorzieningen moeten we nu uitwijken naar Wilke’s school. En die ligt nu net weer niet naast het tuinencomplex.

Het zal niemand verbazen dat we onze auto niet voor het tuinhuis kunnen parkeren. Dat geeft allemaal niks, bewegen is goed.
Maar ik wil maar zeggen: alles kost je veel meer tijd. De kunst die ik dagelijks tracht onder de knie te krijgen is genoegen nemen met de tijd dat iets kost. Dat geldt voor zowel de duur van het verblijf als voor de dagelijkse bezigheden.
De valkuil ‘het is maar tijdelijk’ probeer ik te vermijden want dat is straks en nu is nu.P1040379

Laat je niets wijsmaken over het tijdelijke karakter van dingen. Niets is tijdelijk, alles is er nu en altijd. Als je er bij blijft, zit je er niet aan vast. Zo is dat.

Tuinhuis met koelkast (2)

Chaos
Chaos

Als je aan zo’n onderneming begint, moet je het goed organiseren, anders word je gek, ga je scheiden of leg je zelfs het loodje. Het is ook heel goed mogelijk dat het je allemaal overkomt, in deze volgorde.
Ik chargeer, maar laat me. We zijn ook geen twintig meer, evenmin dertig, veertig en zelfs geen vijftig. Het ergste wat mensen je aan kunnen doen is in zo’n opbouwfase zeggen: meid, voordat je het weet is het zover. Of: je moet er de lol van inzien. Daar kan allemaal wat in zitten maar ik maak zelf wel uit wanneer ik ergens de lol van inzie. Dat opbeuren maakt me treurig. Mensch, erken het leed van Uwe medemensch en U zal wonderlijke mentale genezingen verrichten!

Chaos
Chaos

Laat ik vooropstellen dat ik gruw van verkleiningswoordjes, behalve als het gegrond is ze te gebruiken. En dat is het in deze situatie.
De eerste weken werden gekenmerkt door chaos. Voor sommige mensen maakt dat niets uit maar ik word er bloednerveus van. Er moet op zijn minst enige orde in de chaos geschapen worden zodat het georganiseerde chaos wordt.
Al in het prille voorstadium had ik uitgeroepen dat ik zonder schuurtje liever op straat ging leven. Zoals ik al eerder schreef werd die besteld, een fijn rechthoekig modelletje met schuifdeuren, van gegalvaniseerd metaal.
Maar hij kwam maar niet! Het duurde en duurde. En het regende en regende. De spullen die voor de schuur bestemd waren, lagen in het druivenprieeltje, waarvan het dak lekte. Vanaf mijn plek dicht naast het Zibro Kamin-kacheltje sloeg ik door het raampje de schimmelvorming gade. Daar lag ook de schuur bij, want toen ‘ie er eenmaal was (een pakketje van niets) moest het goed weer zijn om hem op te zetten en dat werd het maar niet. Daarom begon Wilke in zijn schaarse vrije tijd maar aan de garderobe.

De meeste kleding wacht op ons in de opslagruimte van het verhuisbedrijf. Wat we denken nog nodig te hebben maar niet meer kwijt konden, ligt ongunstig opgevouwen in Wilke’s kantoorkast. Niet ieder kledingstuk verdraagt een la, soms moet het hangen, zelfs in een tuinhuis.

Mijn idee was briljant, als zeg ik het zelf: een scheidingswand met aan de ene kant een stang voor de kleding en een plank erboven waar overdag ons grote tweepersoonsdekbed in past, eronder een mand voor de schoenen en aan de andere kant, waar de accu en de omvormer staat en niet te vergeten: de La Campa Potti, waar ik misschien een apart hoofdstuk aan zal wijden.

Je hoeft geen vrouwtje Piggelmee te zijn om ook nog in je huisje een koelkastje te willen. Gelukkig vond Piggelmee zelf dat ook. Dat lauwe bier (biertje!) was hij zat. En eten kopen voor een halve dag ook.
Zowel de schuur als de koelkast (klein model, op gas) waren langdurige bevallingen. De eerste koelkast was defect, bleek toen hij op z’n plek stond. Net als John Cleese wilde ik het apparaat gaan slaan. Ik zei het al: je wordt er gek van. Voordat de niet-defecte koelkast er was, ging er weer twee weken overheen. We zwegen langdurig van geluk toen hij was aangesloten en weigerde te haperen.
IMG_9559