Blog

Vrijpostig

 

‘Ach joh, op ieder pot past een dekselse meid.’

Ik zat in de streekbus toen dit mijn oor bereikte. Dat maakte mij nieuwsgierig. Van nature ben ik vrijpostig. Er zijn van die momenten waarin ik dit in zijn geheel niet onderdruk.

Dit was zo’n situatie.
Ik hief mezelf dus op, maakte op één voet een halve draai en landde achterstevoren op de passagiersstoel. Met mijn handen omklemde ik de hoofdsteun, al glurend door de ruimte tussen de twee stoelen die ik in beslag nam.

Een travestiet grijnsde me toe. Uit zijn grote knuist stak een felroze telefoontje. Die bracht hij naar zijn oor. ‘Momentje schat, ik heb even een leuk contactje hier in de bus. Bel je straks terug. Doei scheet.’

Hij borg de telefoon op in het zijvakje van zijn witte laktas en stak zijn hand uit. ‘Menno Horspiep, aangenaam. Maar ze noemen me meestal Hors.’
‘Louise de Pompadour. Ik word doorgaans geen Pomp of zo genoemd maar een goede vriend zegt nog wel ’s Lou. Je bent trouwens prachtig gestyled. En de make-up, doe je dat zelf?’
‘Uiteraard liefje, dat is juist de lol hiervan. Waarom hang je achterstevoren in je stoel, zoals kinderen dat vaak doen?’
‘Je zei net iets over een pot en deksel. Dat intrigeert me. Het klonk origineel. Ik vroeg me af: in welke context gebruikte je dit?’
Hors dook nu in een kanjer van een Louis Vutton-tas die de hele passagiersstoel naast hem in beslag nam. Een lange zoektocht volgde.
‘Kan jij ook nooit iets vinden in een damestas?’
‘Meid, schei uit. Maar hier heb ik het.’ Triomfantelijk stak hij een foto omhoog. Daarop was een kanjer van een vrouw te zien, met een wulpse blik in haar ogen. Voor de fotograaf stak ze haar lippen vooruit.
‘Dit is Greet, maar we noemen haar Great, op z’n Engels dus. Want die vrouw is echt groots. Maar eenzaam. Mannen doen haar niets. Ze wil iemand van haar eigen geslacht.’
‘Tjeetje’, riep ik uit. ‘Kort haar, geen make-up, ANWB-kleren, zo ken ik de potten. Maar dit is andere koek.’
‘Is het wat voor je? Je zou goed bij haar passen, Lou.’
‘Mannen doen mij nét ietsje meer. Maar voor haar zou ik wel een uitzondering maken.’
Voordat ik er erg in had, hing Hors alweer aan zijn telefoon.
‘Great, dear. Luister! Ik heb hier de dekselse meid gevonden, die naadloos op jou aansluit. Van haar achternaam word je al heet, dat weet ik zeker. Pompadourtje, kom je even aan de telefoon? Hé, waar ben je nou? Lou!!! Pompadouuuur!!!’
Ik stond naast de chauffeur. ‘Excuseer mij, mag ik er alstublieft uit? Ik heb zojuist mijn halte gemist,’ verklaarde ik.
‘Tuurlijk meissie, voor jou altijd.’ Twee deuren schoven zuchtend voor me open. Ik stapte de frisse buitenlucht in. De bus reed voorbij. Hors keek ontzet uit het raam. Ik wierp hem een kushandje toe. Hij hief zijn handen, ten teken van verbazing. Het hardroze telefoontje vloog daarop sierlijk door de lucht. Ik bevochtigde mijn lippen en vervolgde mijn weg. Wat tikte mijn hakken lekker op de straat!

© 2011 Gepubliceerd op Your Wonderland

“Wij zijn gemakkelijk te conditioneren, maar even gemakkelijk te de-conditioneren’

NLP, oftewel Neuro-Linguistic-Programming, is in het bedrijfsleven geen nieuwe term meer. Maar wat is nu eigenlijk de kern van NLP? En wat kun je er mee bereiken? “NLP is een benadering, een manier van denken. NLP is niet probleemgericht maar oplossingsgericht. Je neemt een andere houding aan en daarvoor is er een hele reeks technieken,” aldus de Vlaamse psycholoog, filosoof en NLP-trainer Eric Schneider. Als adviseur en counselor had hij vaak de ervaring dat managers hun personeel ‘op cursus’ stuurden. “Dat heeft weinig zin. Zij hebben dan veelal het gevoel weer iets te moeten. Terwijl er bij mensen vaak al een gebrek aan zingeving is. Het geven van trainingen aan managers is effectiever. Zij kunnen dan op basis van samenwerking op een coachende manier hun medewerkers motiveren.”

Eric Schneider studeerde psychologie en filosofie aan de Rijks Universiteit Gent. Na het bestuderen van diverse therapeutische benaderingen kwam hij in 1983 in aanraking met NLP. Hij werd direct enthousiast en volgde een aantal opleidingen. In 1988 richtte hij Arcturus op, een van de eerste Nederlandstalige NLP-centra in Kessel/Vlaanderen waar jaarlijks opleidingen in NLP worden georganiseerd. Door zijn reputatie als internationaal erkend NLP-trainer wordt hij vaak gevraagd voor lezingen, trainingen en workshops in binnen- en buitenland. Zo doet hij ook regelmatig het Tarázát Instituut in Rotterdam aan om daar een deel van de opleidingen te verzorgen. In ons land wordt NLP al veel gepraktiseerd terwijl men in Vlaanderen nog de kat uit de boom aan het kijken is.

Imago
Schneider: “De eerste opleiding in de U.S.A ging in 1978 in New York van start. In Europa is NLP aan het begin van de jaren tachtig geïntroduceerd en wel in Nijmegen en Brussel. In Nederland is men altijd iets sneller dan hier. Als er nieuwe trainingen geïntroduceerd worden, zijn er eerst groepen mensen die het in Nederland volgen en daarna gebeurt dat pas in Vlaanderen. In het Franstalige gedeelte van België en in Frankrijk stonden ze er eerder voor open. Nu is het in Frankrijk zo, dat bedrijven verplicht zijn hun werknemers opleidingen te bieden. In Parijs en Bordeaux wordt dan vaker voor een NLP-training gekozen. NLP wordt echter zeer veel gebruikt zonder het bij de naam te noemen. Dat komt mede door het imago dat het –voornamelijk in het begin- had. NLP kreeg een slechte naam door de manier waarop het soms werd gelanceerd; dan ging het in veel gevallen vooral om geld verdienen; dat geeft een nare bijsmaak.”

Neutraal
Neuro Linguistic Programming is de studie van de structuur van de menselijke ervaring en –meer specifiek daarin- de communicatie. Het is aan het begin van de jaren zeventig in Amerika ontstaan door nauwkeurige observaties en diepgaande interviews door gestalt-therapeut en wiskundige Richard Bandler en professor in de linguïstiek John Grinder. NLP baseert zich op de studie en de analyse van het werk van niet de eerste de beste therapeuten en van mensen die ieder op hun eigen terrein succesvol zijn in hun leven en communicatie. Schneider: “Bandler en Grinder ontdekten dat elk van deze ‘meesters in communicatie’ een zelfde weg volgden in hun manier van denken en handelen. In theorie verschilden ze van elkaar, terwijl ze in het hoe van hun denken en handelen merkwaardige overeenkomsten vertoonden. De studie hiervan leidde tot een reeks principes en strategieën die de basis vormden voor een succesvolle communicatie, ongeacht het terrein of theoretische invalshoek. NLP maakt de kern uit van elk veranderingsproces. En het is neutraal, dat maakt het toegankelijk. Verder is het een voordeel dat je het makkelijk inhoudelijk kan toepassen. Bij bedrijven met een specifieke problematiek kan je een bepaalde aanpak in een NLP-vorm gieten zonder het expliciet NLP te noemen. Op die manier staan mensen er onbevangen tegenover.”

Verrijking
In het bedrijfsleven is men tegenwoordig steeds meer bezig met de identiteit en missie van een onderneming. Op vragen als ‘wie zijn we eigenlijk?’ en ‘hoe vertalen we dat naar de buitenwereld?’zoekt men een antwoord.

“Dat is puur NLP,” zegt Schneider. “Zo kan je in korte tijd grote veranderingen bewerkstellingen. Het veranderende potentieel is zeer groot. Je kan het zowel individueel als collectief in je organisatie brengen. Het meest effectief is het geven van opleidingen aan managers; medewerkers zijn vaak niet zo gemotiveerd. Logisch, want het grootste probleem binnen bedrijven is dat directie en personeel geen zingeving meer in hun leven hebben. ‘Waar zijn we mee bezig?’, vragen ze zich af. Als je geen motivatie voelt bij het werk dat je verricht, wil je ook geen moeite meer doen. Dat is een terecht gevoel. Dus moet je contact maken met jezelf en je missie. En dat wil niet zeggen dat als er weer zingeving in je leven is, er geen problemen meer zullen zijn. NLP pretendeert niet problemen altijd op te lossen, het reikt iets aan, een andere manier van denken. Als je de moeilijkheden in je leven binnen de zingevingcontext bekijkt, is dat een verrijking en een fundamentele stap naar een gezonde oplossing toe.”

Gezonde reacties
Bij negen van de tien mensen die Eric Schneider coacht, bemerkt hij dat gebrek aan zingeving. Vaak mondt dit uit in een burnout of depressie. En als je zo diep in het dal zit, ga je je wel afvragen wat je met je leven wil. Die vraag kan je niet meer voor je uitschuiven; hij ontstaat juist vanuit de leegte en de confrontatie met jezelf.

“Tot op heden heeft het bedrijfsleven geen antwoord op deze problematiek, terwijl daar een grote verantwoording ligt. Het grootste gedeelte van de tijd brengen mensen immers op hun werkplek door. Als die belangrijke tijd geen betekenis heeft, overheersen lethargie en stress. Het kan allemaal veel rendabeler worden als je werknemers het naar hun zin hebben en het gevoel hebben dat ze het ergens voor doen. Overigens begint de top daar steeds gevoeliger voor te worden, merk ik. Dat is een goede zaak.

Psychiaters zien die zingevingproblematiek heel duidelijk. Maar eigenlijk valt er therapeutisch niets aan op te lossen. Het zijn namelijk geen afwijkende maar gezónde reacties. En gezonde reacties zijn soms pijnlijker dan ziek zijn.
In het Westen zijn we er trots op dat we ons hebben losgemaakt van religieuze zaken. Maar wat is er voor in de plaats gekomen? Men voelt zich leeg. In onze huidige maatschappij gaat het om bezit, kopen en oorlog voeren. Zolang je geen nieuw antwoord hebt op zingeving, is er die leegte. Overigens is NLP niet religieus gebonden; dat maakt de drempel lager. En de taal is duidelijk. Het is gewone, Europese taal.”

Emotionele intelligentie
Volgens Schneider leert NLP ons dat succes in communicatie, zowel met jezelf als met anderen, afhankelijk is van hoe je communiceert en niet wat je communiceert. De inhoud is ondergeschikt aan de vorm. “Je bereikt eerder resultaten als je weet hoe je met de dingen om kunt gaan. Als we wijsheid definiëren als het goed kunnen omgaan met kennis en kunde, dan zouden we NLP kunnen definiëren als een moderne weg tot wijsheid. Want wat is wijsheid? Dat is een toenemend innerlijk evenwicht. Dat bereik je niet zonder een emotionele ontwikkeling. Wijsheid impliceert emotionele intelligentie, vandaar dat een gedegen NLP training leidt tot een fundamentele ontwikkeling van ons emotioneel functioneren. Het besef dat er altijd nog te leren valt en de wetenschap hoe dit te doen, is een van de belangrijkste kenmerken van wijsheid en emotionele intelligentie. Het leven gaat er heel anders uitzien als je het vermogen hebt te leven en op te treden met een gevoel van zinvolheid en doelgerichtheid. De integratie van de kennis is een belangrijk element in onze opleidingen. Zo leer je, hoe je voor jezelf een succesvol leven kan realiseren. Dan is het niet meer uitsluitend iets waarvan we dromen.”

Zeer effectief
In NLP zit niet voor niets het woord linguïstiek; het benadrukt namelijk sterk de functie van taal. Communicatie kan zo op een prettige, efficiënte manier verlopen. “Met taal kun je uitstekend uitdrukking geven aan zowel onze individuele als collectieve levenswereld”, weet Schneider. “Het helpt je je denken, voelen en ageren te verbeteren, te verdiepen en te integreren. Het is zeer effectief, mits het door een adequate communicator wordt toegepast, niet alleen door een therapeut. Daardoor wordt het interessant want je komt altijd in confrontatie met dezelfde communicatieprincipes. Kenmerkend voor een probleem is het onvermogen tot communiceren. Met intuïtie kom je er dan niet; intuïtie is abstract. Daarom is een van de belangrijkste aspecten binnen NLP het vermogen tot concretiseren. Dat werkt veel effectiever.”

Kort en inspirerend
Het geheel illustrerend met een paar voorbeelden, komt Schneider op het mission statement van een onderneming. “Het mission statement moet kort en inspirerend zijn. Het hoort iedereen in het bedrijf emotioneel aan te spreken, tot aan de poetsvrouw toe. Zo is het een rechtstreekse vertaling van de actieplannen. Het mission statement is de creativiteit van een bedrijf. Een missie heb je niet voor het bedrijf zelf, maar voor de maatschappelijke context. En dat betekent: vanuit de klant denken. Bij Black & Dekker was het niveau van de activiteiten alleen gericht op het product. Totdat ze het eens gingen bekijken vanuit het standpunt van de consument. Want waarom koopt hij een boormachine? Toen was er iemand zo slim te zeggen: ‘wij maken gaatjes. En waar maken wij gaatjes? Meestal daar, waar geen stopcontacten zijn.’ En voilá, de draadloze boormachine werd geboren. Dat nieuwe product kwam er, omdat ze in de huid van de cliënt kropen.

Er was eens een Engelse gordijnenfabriek aan het begin van de 19e eeuw met een werknemer in dienst, die begreep wat missie is. Hij zei: ‘we helpen met licht en schaduwbeheersing’ en daardoor ging hij bijvoorbeeld lampenkappen produceren en alles wat met lichtschakeringen te maken had. Het is een groot bedrijf geworden; dat is een mission statement. Honda zegt: ‘wij verpakken motoren’. Dat is een statement op vlak van identiteit. Naar de klant toe zou dat kunnen betekenen als missie: ‘we helpen u bewegen!’ Fietsen, vliegtuigen, bussen, auto’s, alles wat beweegt kan dan in principe in productie gebracht worden. Daar profileert de onderneming zich mee; het is wat het bedrijf voor het cliënteel betekent. Het ‘we make things better’ van Philips gaat in die richting. Mankement nog is dat vergelijken: better; dat is tricky.”

Manipulatie
“Jazeker, in de reclamewereld gebruikt men ook NLP. Maar dan om mensen te conditioneren, te programmeren. Je zou kunnen zeggen, dat zij daar de banale zaken van NLP hebben overgenomen. Met veel jolijt wordt dit toegepast in reclameboodschappen. Nu zijn wij makkelijk te conditioneren, maar even makkelijk te deconditioneren. Je moet er zelf greep op krijgen en de reflexie uitschakelen. Zolang er nog reflexie is, is er nog geen conditionering.”

Er wordt mij wel eens gezegd: NLP is manipulatie. Dat is juist, maar ik zeg liever: manipulatie is behandelen met voorzichtigheid. Het manipuleren is niet het probleem, het misbruik van manipulatiemogelijkheden geeft onplezierige en verwarrende situaties. NLP legt sterk het accent op de manieren van communiceren die je mogelijk kan gebruiken in het belang van de ontwikkeling van de ander. Misbruik is een populaire mentaliteit die zich vroeger of later wreekt.”

Gepubliceerd in Europoort Kringen
© Emmy Fons


 

 

 

 

“Als het aan mij lag, gingen de decibellen op de bon”

Vlieg-, weg- en waterverkeer, landbouwmachines, groenonderhoudattributen en fabrieken produceren dagelijks een enorme hoeveelheid geluid. Decibellen, voortgebracht door elektronische muziek, zijn vaak van een gewelddadig volume: discotheken, concerten met torenhoge geluidsboxwallen, de ‘boomingsystems’ die over de weg dreunen en de stereo-installatie van de buurman. Kortom: een leven, vergezeld door lawaai. Veel mensen lijden daar onder. Muzikant/zanger/componist/tekstschrijver/artiest Joost Belinfante is daar een van. Zo ontstond het idee voor zijn tiendelige serie cd’s ANTILAWAAI, een organische resonantiecompensatie.

Terwijl ik over de snelwegen raas, op weg naar de woning/studio van Belinfante, mijmer ik over stilte. Ik denk aan mijn laatste vakantie op die rustige camping in Frankrijk, waar slechts de koeien af en toe een tevreden loei lieten horen, de krekels er lustig op los tjirpten en de vogels ieder hun eigen lied zongen. Op een dag werden al deze natuurgeluiden overstemd door een hels kabaal. De grasvelden waren aan een beurt toe en dat hebben we geweten. Dagenlang. De tijd van de zeis, in een perfecte cadans voortbewogen door sterke, gebruinde armen, is voorbij. Schriele personen, getooid met levensgrote gehoorbeschermers, chaufferen het maaivoertuig.

Kwelling
Joost Belinfante (56) weet er alles van. Eens woonde hij heerlijk afgelegen op een boerderij. Totdat men er in de buurt een nieuwe weg aanlegde, toen werd het al minder fijn. Maar pas echt rustverstorend was zijn buurman, een boer die vergroeid was met zijn tractor. Nu woont hij aan een stadse laan die een paar jaar terug als doorgangsweg werd aangewezen.

Op zijn website geeft Belinfante regelmatig zijn visie op actuele zaken of is er een klein verslag van iets wat hij zojuist heeft ervaren. Het thema ‘geluid’ komt regelmatig aan bod. Zo trachtte hij onlangs een dagje bij te komen in het stiltegebied rondom het Drielandenpunt. Daar werd hij geconfronteerd met recreërende, lawaai producerende motorrijders die zich door ditzelfde stiltegebied begaven. Op zijn site vind je deze kwelling terug in een reeks foto’s van diverse motoren en het bord ‘Stiltegebied’. Zo doet hij iets creatiefs met zijn ergernis en kan hij de ervaring delen met de lezers van zijn digidagboek.

Reeks instrumenten
Als muzikant maakte hij op het podium mee hoe het geluidsniveau toenam. Belinfante richtte in de jaren zestig de akoestische band CCC Inc. op die op Nederlandse wijze folk en country muziek speelde. Tot die band behoorden onder meer Henny Vrienten en Ernst Jansz, die in de jaren tachtig Doe Maar oprichtten. Belinfante was onafhankelijk medewerker van Doe Maar. Hij schreef songs voor de groep –wie kent niet zijn ‘Nederwiedewiedewiet’-, speelde mee tijdens grote concerten en verleende zijn medewerking aan lp’s. Verder zat hij nog in diverse andere bands, speelde met bekende popmusici, trad op met theater- en dansgezelschappen –voorstellingen in de USA met goede recensies- werkt mee aan tv-programma’s als Klokhuis –waar hij muziekinstrumenten voor bouwde- , gaf masterclasses neusfluit en leverde zijn bijdrage aan kindertheater- en poppenkastvoorstellingen. Hij bespeelt een hele reeks instrumenten en is daar zeer bedreven in.

Als er dus iemand weet wat het hele spectrum aan geluiden voorstelt, ben jij het wel.
“Geluiden doen iets met een mens. Als je plotseling met lawaai te maken krijgt, heeft dat iets angstaanjagends. Wat dat betreft reageren wij net als dieren. Je hoort iets en je wilt eigenlijk wegrennen. Dus span je je spieren. En raak je gespannen omdat er niets te rennen valt.
Voor muzikanten is er op het podium nogal wat veranderd in de loop der jaren. Er zijn steeds meer decibellen bijgekomen. Vroeger had je het als band zelf in de hand; je draaide aan de knopjes van de versterker en dat was het. Het geluid wordt nu verzorgd via het public adress system. In de zaal zit een techneut en die regelt het volume. Op het podium heb je geen idee hoe het in de zaal overkomt. Techniek en muziek zijn van elkaar losgekoppeld. Vaak is het een pokkenherrie. Ikzelf ga nooit naar popconcerten en als ik op een feestje verkeer en de band gaat spelen, ben ik weg.”

Wat bracht jou tot het creëren en produceren van de ANTILAWAAI serie?
“Van al het lawaai dat in onze wereld wordt geproduceerd, heb ik veel last. Het is voor mij heel moeilijk om te werken, mij te concentreren en mijzelf te ontspannen in een omgeving waar ik met harde geluiden –voor mij lawaai- wordt geconfronteerd. Ik ben dus op zoek gegaan naar een manier om de herrie te kunnen reduceren. Daarvoor moest ik iets maken wat er gewoon is, zonder structuren, zonder dat het een emotie oproept. Het is er, meer niet.”

Dat klinkt mij niet als muziek in de oren.
“ANTILAWAAI is géén muziek. Het bevat geen structuren en het deelt noch de tijd, noch het hoorbare spectrum in afgepaste eenheden in. De serie cd’s die ik in gedachten had, moest aan een aantal eisen voldoen maar verder is het een toevalskwestie. Het eindresultaat is voor mijzelf een verrassing. Door de toets steeds iets anders aan te slaan, ontstaan er variaties. Ik maak hem zeer aanslaggevoelig en op die manier kan ik een toon hoger of lager laten klinken; dit eveneens om geen patronen te creëren. De tijdsduur van een bepaald geluid varieert ook; door hier verschuivingen in aan te brengen, klinkt het telkens anders. Ik stel de cd’s samen met speciaal geprogrammeerde elektronische geluiden op basis van de kennis der organische resonantie.”

Organische resonantie?
“Wij bestaan voor negentig procent uit water. Water geleid geluid en water wordt door geluid in trilling gebracht. Dat geldt ook voor ons. Ons lichaam, het organisme, reageert gedeeltelijk autonoom op die trillingen. Waarbij de geruststellende geluiden ontspannend werken en op geluiden die het organisme als bedreigend ervaart, reageert het lichaam met een verhoogde spierspanning. De bedoeling van ANTILAWAAI is om die spanning veroorzakende buitengeluiden op te nemen in een geruststellend geluidsdecor.”

Maar hoe kom je aan die kennis? Hoe wist je dat je het zo moest aanpakken?
“Ik heb veel nagedacht over geluid, mij daarin verdiept en erop gestudeerd. De gelijkzwevende stemming van de piano is in de tijd van Johan Sebastiaan Bach bedacht. Deze componist was de eerste die voor ‘das wohltemporierte klavier’ componeerde. Een octaaf wordt daarbij in twaalf gelijke stukjes verdeeld.

Het is zo dat iedere toon is opgebouwd uit een grondtoon en in meeklinkende boventonen. Het karakter van een toon –het verschil in klank tussen een viool en een klarinet bijvoorbeeld- wordt bepaald door het harder of zachter meeklinken van verschillende boventonen. Bij een muziekinstrument als de alpenhoorn worden alleen de boventonen tot klinken gebracht. Maar die boventonen houden zich niet aan de indeling in twaalf gelijke stukjes, de ‘mi’ en de ‘si’ zijn iets lager, de ‘fa’ is iets hoger. Een klavier dat op die manier ‘natuurlijk’ is gestemd, zweeft niet, maar je kan er maar in één toonsoort op spelen. Het menselijke lichaam resoneert net als alle andere materie op de ‘natuurlijke’ tonen. Met het gelijkzwevende klavier heeft men dus het directe resoneren, de onderbuikbewogenheid van de natuurlijke tonen, vervangen door de verstandelijke vervoering van de onbeperkte modulatie. In die zin zie ik het als het muzikale grondplan van de Verlichting.”

Dat klinkt nogal theoretisch allemaal.
“De natuurlijke tonen vond ik terug toen ik eens een stel oude mannen op de fiddle hoorde spelen. Ik dacht dat ze per ongeluk vals speelden maar toen ik er eens goed naar ging luisteren, merkte ik dat ze altijd hetzelfde doen, het hoort zo! Toen ik in een bandje zat met een Koerd en een Marokkaan, maakte ik kennis met de kwarttoon, die ze in de Arabische muziek gebruiken. De kwarttonen, die ik mij eigen heb gemaakt, ervaren wij in eerste instantie als ‘valse’ tonen.

In het Moatatal in Zwitserland zingt de bevolking volgens de préchorale traditie. Dit stamt uit de tijd van vóór Bach. Zij brengen slechts natuurlijke tonen voort met hun stembanden, één toon tegelijk. Zoals het geluid dat een alpenhoorn voortbrengt door de resonantie in deze buis. Zo’n toon is niet gelijkzwevend. Wij mensen resoneren ook niet gelijkmatig maar ‘vals’. Door natuurlijke harmonieën worden we veel dieper geraakt. Die vind je bijvoorbeeld in Russisch orthodoxe gezangen, ze spreken een mens lichámelijk aan. De twaalf grondtonen doen dat niet. Microtonaliteit is een mooi woord voor de niet gelijkgestemde geluiden die ik door middel van mijn computer maak.”

Er gaat een ontspannende werking uit van de ANTILAWAAI serie. Had je dit vooraf bedacht?
“Ik heb de cd’s ontwikkeld om mij af te kunnen sluiten voor lawaai. Het is een leuke bijkomstigheid dat het ook nog eens ontspannend blijkt te werken.”

De cd’s hebben mooie titels als ‘de kolonie’, ‘de branding’, ‘de steppe’ en ‘het oerwoud’, op de hoes vergezeld van een poëtische beschrijving. Bedenk je de thema’s vooraf?
“Nee, dat doe ik daarna. De geluiden die ontstaan inspireren mij tot een titel. ‘Het oerwoud’ bijvoorbeeld, is een algemeen warm geluidsmasker. ‘De steppe’ is goed tegen bonk- en dreunlawaai. Volume 8 is net klaar. Het is een aflevering van elektrostemmen. Het was mijn idee om geruststellend gebabbel te laten klinken. Als je het hoort, zou je zeggen dat het menselijke stemmen zijn, maar dat is het toch niet. Het was een heel gepuzzel om ze geruststellend karakter mee te geven.”

Hoeveel ANTILAWAAI’S ben je nog van plan te maken?
“Er komen er nog twee en daarna denk ik dat ik specifieke situaties ga behandelen. ANTILAWAAI speciaal tegen overlast van kraaiengekras of windmolengeraas, bijvoorbeeld.”

Denk je dat de mens zijn leef- en werkomgeving ooit weer eens stiller zal worden?
“Ik weet het niet, ik hoop het. Men heeft er niet echt belangstelling voor. Het lijkt wel alsof mensen geen stilte meer kunnen verdragen. Overal hoor je achtergrondmuziek. En als je de natuur opzoekt, is er ook altijd wel weer iets dat de stilte overstemt. Er hangt een grauwsluier over de meest idyllische plekjes. Ik ben er zeker van dat lawaai slecht is voor een mens. Als het aan mij lag, gingen de decibellen op de bon.”

Gepubliceerd in Europoort Kringen

GEEN VLUGGERTJE UIT DE AMERIKAANSE SCHOOL

 

DeVoorde, destijds in Laag-Zuthem

Jan de Dreu (bedrijfskundige) runde gedurende twintig jaar een organisatie- en adviesbureau in Rotterdam. Hij kwam in die tijd bij tal van ondernemingen waar de boel was vastgelopen en trad daar op als interim-manager, projectleider of reorganisator. Jaar in jaar uit was De Dreu bezig met het invoeren van systemen, iets waar hij op een gegeven moment niet meer achter kon staan omdat de werkende mens als individu in dit verhaal ontbrak. Aan het begin van de jaren negentig – een nieuwe tijdgeest deed voorzichtig zijn intrede- verliet hij Rotterdam om op deVoorde groepstrainingen aan particulieren te gaan geven en sinds kort ook bedrijfstrainingen.

DeVoorde is Laag Zuthem (gemeente Heilo) is een team van stafleden dat programma’s aanbiedt waarbij aan zingeving gewerkt wordt. Deze zijn ontwikkeld door oprichter en inspirator Marcel Derkse die deVoorde in 1990 in Limburg startte. In 2000 verhuisde de hele staf naar Overijsel. Op landgoed Den Alerdinck, gelegen tussen bossen en landerijen, richt men zich op ontwikkeling en ontplooiing van mensen die een hoge kwaliteit van leven willen nastreven, zowel privé als op het werk. Iets, dat het hedendaagse individu aanspreekt want de inspiratieweken en jaarprogramma’s zitten binnen de kortste keren vol. Het viel De Dreu op dat er onder de bezoekers regelmatig (personeels)managers waren die het geleerde op de werkvloer in praktijk wilden brengen. Afgelopen jaar werd de stap gezet tot het ontwikkelen van een speciaal bedrijfstrainingprogramma.

Uniek wezen
De Dreu: ‘Het is de tijdgeest. Tot voor kort floreerden de collectieve systemen. Deze trend werd na de bezettingsjaren ingezet. Ook het runnen van een bedrijf gebeurde door middel van systemen. Op zich niet zo erg, maar het begrip is men ook gaan toepassen op de mens, zodat die ook in een systeem is gestopt. Jarenlang kon je daar geen vinger tussenkrijgen. Door ergens een systeem van te maken kreeg je er meer greep op en dat is efficiënt, zo dacht men.

Het rendement valt echter heel erg tegen. Mensen zijn geen systemen en willen niet als zodanig behandeld worden. Ik sprak eens met een bedrijfsarts, nog zo’n echte oude dokter. Binnen die onderneming was alles heel modern geregeld, vonden ze zelf. Er was een enorm protocol, van het moment van ziek worden tot aan de WAO toe, alles tot in de finesses geregeld. Echt iets waar de werknemers geweldig blij mee moesten zijn. Ik zat zo te luisteren en voelde me langzaam wegzakken; het deed allemaal zo kil aan. Op een gegeven moment kon ik me niet meer inhouden. “Wat erg voor die mensen”, reageerde ik. “Hoe ziet u het dan?” vroeg de dokter. Dus ik kwam met mijn verhaal dat de mens een uniek wezen is en dat hij bij ziekte niet behandeld wil worden als ‘iets’ maar als ‘iemand’. “Want als iemand ziek wordt, zit daar meestal van alles achter en dat kan je daar niet los van zien. Er is een lichamelijke klacht, maar je voelt aan je water dat er een hele wereld achter zit”, zei ik. Ik zag de man al een beetje opklaren. Want, zoals het een echte dokter betaamt, had hij een zesde zintuig voor dit soort dingen en voelde hij aan als er meer aan de hand was met een werknemer. “Ik dacht dat je dit in deze tijd niet meer mocht gebruiken,” zei hij. Het ambachtelijke in zijn vak mocht er ineens weer zijn.
En dat is wat ik bedoel met een bepaalde tijdgeest. Op een gegeven moment kwam er de schaalvergroting, kwamen de fusies. Dat is olie op het vuur van de systemen. Nog groter en abstracter. En over drie jaar zijn ze wéér anders gefuseerd.

Ook door de invoer van flexibele arbeid werk je tegenwoordig niet meer je hele leven bij één bedrijf. Dat brengt onzekerheid met zich mee. Het werkveld is zo groot en anoniem geworden, dat er geen houvast meer is. Daardoor worden mensen erg teruggeworpen op zichzelf. Je hoort nergens meer bij. Het is de ziekte van onze tijd, kun je zeggen. Als je denkt dat je ergens bij hoort, komt er een reorganisatie.
Hoeveel mensen zien pas een leven voor zich na hun pensionering? Werken is afzien, was het idee tot voor kort. Het is nodig, maar een opgave. Maar zo willen we het niet meer ervaren. Dat is het mooie van een tijdgeest; dan is het alsof de wind plotseling keert.

Coaching
‘In Rotterdam deed ik in de jaren tachtig een omvangrijk project met het Havenbedrijf, in samenwerking met een aantal containerbedrijven. De technologie werd nu eens niet als uitgangspunt genomen.We gingen het bedrijf vanuit een sociale benadering organiseren Dat was een doorbraak van je welste Daar kon je al aan voelen dat het tij aan het keren was. Voor het management was dit een hele ommekeer. Het ‘de mens moet zich maar schikken’ werd ter discussie gesteld door die sociale benadering.

Het project is gedeeltelijk geslaagd. Uiteindelijk was het niet vol te houden want ook een sociaal systeem is weer een systeem. Op de arbeidsmarkt houdt men zich gedeisd maar dat wil niet zeggen dat de mens zo is. Wij zijn er niet om ons te schikken naar de techniek. Daar is ook geen lol aan. Men loopt dan de kantjes ervan af. Iemand, die zijn werk met spirit en creativiteit doet, is beter dan de minimumvariant

De zwakte achter het project was, dat het sociale als een ontwerpgedachte werd gebracht. ‘Social Engineering’ heette het ook. Het was echter positief dat het idee van ‘de mens moet zich maar schikken’ werd doorbroken. Dat was een eerste stap in een andere richting. De bedrijfskundige en universitair docent Friso den Hartog heeft op dat gebied veel betekend. De twee universiteiten van Rotterdam en Amsterdam waren een krachtige stimulans in deze grote projecten, die met dit sociale ontwerp in de automatisering en haven werden ingezet. Het heeft het denken in managementsferen duidelijk veranderd, maar het zette niet alles op zijn kop.
In de Europoort leeft dat heel sterk, dat zoeken naar arbeidsproductiviteit via technologie. Er is echter een groot onderzoek in de procesindustrie geweest waarbij de factoren zijn gemeten die de productiviteit verhogen. Kenmerkend is, dat het welbevinden van de mens hoog scoort, niet de technologie. Iemand die slecht in zijn vel zit, produceert minder. Zorg dus dat die persoon het naar zijn zin heeft! Het hele begrip ‘coaching’ komt nu enorm op en dat is terecht.

Delicate manoeuvres
‘Hier op deVoorde werken we met de mens als individu. En dat is echt nieuw. De tijd is er nu rijp voor. Alles, waar we de afgelopen vijftig jaar mee zijn geconfronteerd en in zijn geconditioneerd veroorzaakt grote anonimiteit. De werknemer kan zich niet meer identificeren. Dat is tegennatuurlijk. Bedrijven redden het ook niet meer met het collectieve systeem. Je moet het nu hebben van de persoon, dus moet je je werknemers anders gaan opleiden en trainen.  Omdat we het echter zo gewend zijn, is het ook weer een enorme stap om over te schakelen. Want als je als individu wordt gezien, moet je gaan nadenken over wat je wilt. Vroeger gaf het bedrijf zin aan je bestaan. Je ging met z’n allen aan module 6 werken en dat was het. Nu moet je zelf zin geven aan het bedrijf. Wat wil ik? Waar sta ik? Wat is goed voor me? Dat soort vragen moet je je zelf stellen.

Het is voor beide partijen een grote klus, vergis je daar niet in. (Personeels)managers zitten met de uitdaging dat ze moeten leren kijken naar de persoon, wat inhoudt dat ze zelf ook niet meer anoniem kunnen blijven managen. Het is een gevoelige stap om het individu als ingang te nemen, want de manager moet zelf uit zijn façade breken.  Een directeur heeft doorgaans een groot ego en neemt dat heel serieus. Ik heb daar begrip voor; het zijn hele delicate manoeuvres. Daar moet je geduld mee hebben.
Het woord ‘loopbaan’ is iets van het individu geworden. Je moet je eigen loopbaan maken. Nu is het zo dat je meestal in teamverband werkt. Niet alleen op het werk maar ook thuis is er vaak een team. Daarin kun je ‘ik’ in ‘wij’ brengen. Je komt met je eigen persoon het team binnen. Eigenlijk zijn we het andersom gewend: wij doen het zo en de restpost is voor het ‘ik’. De neuzen allemaal dezelfde kant op. Gelukkig worden de verschillen groter, in plaats van ‘één pot nat’. Mensen worden ongelukkig van ‘één pot nat’. En ziek. Het is niet meer vol te houden. Het past niet meer in de geest van onze tijd. Kenmerk van onze trainingen is dat je begint bij het ‘ik’ en vandaaruit naar ‘wij’ gaat. Dat is omgekeerde teamvorming. Een bedrijf moet het  tenslotte hebben van het individu die heel zijn ziel en zaligheid verbindt met de onderneming.

Het feit dat een mens werkt, is buitengewoon gezond. Mits hij zelf verantwoording kan dragen, initiatieven kan nemen en zijn creativiteit kan gebruiken. Het proces omkeren zal veel tijd vragen. Want het is tenslotte ook fijn om in een hokje te zitten en geen risico te lopen. Het is eng om daar uit te komen. Toch zullen werkgevers wel moeten, want werknemers die in een hokje zitten, zijn defensief. Daar verdien je geen centen mee op den duur. Het inventief zijn heeft de mens in zich. In een team heeft ieder zo zijn eigen kwaliteit waarmee je elkaar aanvult.

Therapeutische mankementen
‘Toen ik voor mijn bureau in Rotterdam werkte en diverse ondernemingen van binnen en buiten zag, miste ik telkens weer het individu. Ik kon bakken met geld verdienen door systemen in te voeren maar op een gegeven moment kon ik dat niet meer. Ik wilde dit niet nog eens twintig jaar doen. Ik zag bij managers dat ze er ook niet gelukkig van werden. Ze waren opgevoed met de kwestie van de techniek. Maar het is mensenwerk. Hun aard was eigenlijk heel anders. Daar wordt iemand ongelukkig van.
Uit de macht der gewoonte was ik de eerste jaren directeur van deVoorde. Gezien mijn achtergrond liep dat zo. Maar eigenlijk kwam ik daar niet voor. Met veel moeite heb ik mij losgewurmd uit die functie. Want het trainingsaspect, dat was en is mijn lol. Daar zit ik nu helemaal in en daar ga ik niet meer uit. Nu probeer ik mensen te leren dat je vroeg of laat moet gaan doen wat je essentiële talenten zijn.

Het idee van de lerende organisatie is zo gek nog niet. Er is veel onzin uit Amerika gekomen maar wat dit betreft is het wel okay. Omdat je uit het hele idee van leren veel winst kan halen. De macht was vroeger verdeeld vanaf de top, met allemaal een eigen territorium en altijd gezeur. Als je zelf je eigen leven gaat ondernemen, verandert er veel. Als het om veranderingen gaat, geeft het bedrijfsleven de toon aan. De politiek moet vanzelf mee.

De lerende mens heeft eveneens zijn tekortkomingen. Maar dat hoef je niet als een therapeutisch mankement te beschouwen. Want dan krijg je weer dat geforceerde, met die assertiviteitstrainingen en survivalweekenden. Een leerproces gunt iemand zijn eigen tijd, in zijn eigen tempo, om zijn eigenheid te ontdekken.

‘Hoe gaat het met je?’
Ik gaf laatst een college voor een zaal vol managers. Daar mocht ik vijftig minuten vullen met mijn ‘het gaat om de mens, niet om de functie’ praatje. Ik raakte lekker op dreef. Nu bestaat het leven van die mensen voor een groot deel uit vergaderen dus ik zei op een gegeven moment: “Houd daar nu eens mee op”. Want het is een soort rituele dans, ze kunnen bijna niet anders meer. Het kost echter een hoop tijd en moeite, zonder veel rendement. Nu begreep ik zelf ook wel dat dit een te rigoureuze maatregel zou zijn dus opperde ik om de vergadering eens te beginnen met de vraag ‘hoe gaat het met je?’ Nou, dat sloeg in als een bom. De ene helft werd kwaad. Hier en daar stond iemand op om de boze reactie te beargumenteren. Maar er was ook een manager die zei: “Wat fijn dat u dit zegt. Ik doe dat zelf al heel lang zo. Maar omdat het geen managementtool is, durfde ik er niet mee naar buiten te komen.” Ze kreeg nu het gevoel dat het gelegitimeerd was wat ze deed. Ze vertelde dat de vergaderingen sinds deze aanpak half zo lang duurden. En daar geloof ik in. Omdat iedereen dan de kans krijgt even zijn sores te ventileren, of het nou over het werk of de privé-situatie gaat. Als je dit niet doet, proberen mensen toch via andere wegen aandacht op te eisen en gaan ze bijvoorbeeld tijdens de rondvraag een heel betoog houden.’

Trainingsprogramma
De leergang die deVoorde voor ondernemingen op locatie Den Alerdinck aanbiedt, bestaat uit zeven blokken van twee dagen. De opbouw van het programma is als volgt: de situatie, de individuele mens in de situatie en samen aan de slag met de situatie. In ieder blok staan inzicht, een instrument en een vaardigheid centraal.

De Dreu: ‘Je moet daar een jaar voor uittrekken en dit werkelijk aangaan. Het is nogal een foute gedachte dat men denkt dat een training verloren tijd is. Want wie rekent die andere post uit? Al die privé-sores die iemand heeft en dan tijdens een vergadering net doet of het allemaal okay is? Die persoon blijft toch met de frustratie zitten en dat kost een hoop productiviteit. Dit trainingsprogramma is niet één van de vluggertjes uit de Amerikaanse school. Het is een leerproces, dus er is een leervorm. Het gaat om een cultuuromslag binnen een bedrijf en daar gaan een paar jaar overheen. Dat doe je niet slechts in enkele maanden, dat weten managers zelf ook wel. ’t Leuke is, dat de verandering al intreedt vanaf de eerste dag. Want input-denken is iets heel anders dan output-denken. Leerprocessen beginnen bij vragen, niet bij de conclusies.’

Gepubliceerd in Europoort Kringen© Emmy Fons 

Wortelfratsen

Door Alice

Het is wonderlijk. Ik vertrouw het zaad aan de aarde toe. Na enige tijd verschijnt daar de beloning.

Een plantje. Dat wordt steeds groter. Uiteindelijk herken ik er iets eetbaars in.
De moestuin is een bron van voortdurende verwondering. Ik loop tussen de bonenstaken door en denk ‘hoe kom ik hier weer uit’. ’t Is maar een voorbeeld. Ik zeg vaak ‘kijk nou eens naar de wereld of je haar voor het eerst ziet. Ze toont de wonderlijkste vormen. In de moestuin gaat dat soms nog een stap verder. “Potverdomme, wat heb ik nou aan m’n fiets hangen”, hoorde ik onlangs een worteltje fluisteren. Ik wist toen nog niet waar dat op sloeg. Totdat ik ‘m zachtjes uit de aarde naar boven wurmde. Als ‘ie kan praten, kan ‘ie ook geoogst worden, hanteer ik als stelregel. Verward staarde het mij aan.

‘Wat een obsceen worteltje ben jij”, begroette ik hem.
‘Vind je?” reageerde hij beledigd.
‘Nou ja, het is iets van mensen. Raar volkje. Altijd maar direct alles etiketteren.’
‘Hier heb ik geen zin in. Stop me maar weer in de grond.’
‘Ben je besodemieterd. Ik vind je juist zo geinig.
‘Eet je me niet op, dan?’
‘Niet opeten? Ik lust je rauw!’

Ik vond de dialoog een beetje te lang duren. Er was nog veel werk te doen in de tuin. Op naar de courgettes. Hopelijk geen fratsen daar.

© 2010

Toch meer fratsen: een eendcourgette