Een slag van de zweep

Als ik een beetje gek doe voor de foto moet ik altijd even scheel kijken en liefst ook nog mijn tong uitsteken.

De afgelopen twee weken strompelde ik van po-stoel naar rollator en van rollator naar douchekruk en van douchekruk naar rollator en zo tot aan de avond naast het bed weer naar de po-stoel.

Doe ik een nieuwe therapie? Heb ik een spectaculair komisch spel bedacht? Nee, ik heb een gescheurde kuitspier. Als dat je overkomt, weet je pas hoe belangrijk die spier is. Samen met de kaakspier – de kampioen – is het de allersterkste spier in je lijf.

Je zou denken dat ik een sportfanaat ben met zo’n blessure. Nou, mooi niet. Ik houd helemaal niet van sport! Daarom lukte het misschien niet met de krukken. Waar ik wel van houd is dansen, yoga en wandelen maar dan heb je het wel gehad. Niemand ook die gelooft dat je zoiets in bed kan oplopen, terwijl je slaapt. Dat moet ik er wel even bijzeggen. Want als je met je bedpartner een beetje ruig doet in de sponde, kan het natuurlijk ook zomaar gebeuren. Maar ik sliep en kreeg kramp. Dat gebeurt wel vaker. Blijkbaar rek ik mijn been en hup, daar neemt die spier ineens een spurt. En wel zo, dat het uit bed komen nooit sneller gaat dan op zo’n moment.
Ook deze keer ging het zo. Ik strekte mijn been en probeerde de spier, die blijkbaar zin had in een grandioze verkrampingsactie, weer tot bedaren te brengen. Dit had een averechts effect want het werd nog erger. Een paar seconden later stond Wilke naast mij en riep ik uit: ‘Nok mij neer! Dit is niet te verdragen!’
En toen werd het rustiger, maar de pijn was niet weg en mijn linkerbeen liet het afweten. Ik kon er niet op staan. De kuit reageerde met in omvang zo’n tien centimeter toe te nemen en keihard te worden. Vier dagen later manifesteerde dit alles zich in een gigantische bloeduitstorting. Met een echografie bij de fysiotherapeut werd de spierscheur, ook wel zweepslag genoemd, duidelijk. Gelukkig was hij 4,5 cm in de lengte gescheurd, niet in de breedte. Dat geneest makkelijker.

Ik heb mij nu kunnen inleven in mensen die afhankelijk zijn van een rollator en/of rolstoel. Natuurlijk zijn dit reuze handige hulpmiddelen maar leuk is anders. Met een rollator voel je je gelijk minstens dertig jaar ouder. Maar wat zeg ik, over dertig jaar ben ik eenennegentig en ik hoop dat ik ‘m dan nog steeds niet nodig heb. Nooit bij nagedacht dat je het buiten in een niet zelfbedienende rolstoel zo snel koud hebt. Ook niet dat je stuit op rolstoelonvriendelijke kuilen en richels. Ik voelde mij piepklein.
Als je altijd doorslaapt, ben je een gelukkig mens. Ik moet er meerdere malen uit per nacht. Als je dan eerst die vreselijke stuwing in je been uit moet laten werken, kan je lang wachten voordat je met je rollatortje bij de wc ben. De po-stoel brengt redding. Hij heeft iets van een troon. Een troon met een hele goede deksel, niet onbelangrijk.
Zittend douchen? Ik kon mij er niets bij voorstellen. Nu wel. Al vraag ik mij nog steeds af of die uitsparing aan de voorzijde nu speciaal voor mannen is of dat ik iets gemist heb.

En dan ook dit nog. Wat een mens allemaal niet doet om pijn te ontlopen! Het vraagt de hele dag door – en vooral de nacht – om een scherpe oplettendheid want iedere verkeerde beweging kan gevolgen hebben.
Het tekort aan nachtrust, beweging en buitenlucht kan van een vitaal mens binnen twee weken een sombermans maken. Voeg daarbij de kwestie van afhankelijkheid en veel moeten vragen en je begrijpt dat het een ware les is in nederigheid, loslaten van controle en creativiteit in communiceren. Wilke hield ondertussen toch maar mooi de verschillende borden op de stokken draaiende.

Je hoort het, ik spreek al in de verleden tijd. Het kan echter zes weken duren voordat de scheur niet meer een scheur is. De fysiotherapeut zei vandaag dat het nu toch echt tijd was om die hiel weer ’s permanent op de grond te zetten bij het lopen. Nee, dat kan echt geen kwaad. Wil ik soms een eeuwig verkorte kuitspier? Nee? Nou dan. Zei hij terwijl hij de grote bloeduitstorting masseerde en ik mij beheerste hem een hijs te verkopen. En oefeningen doen, Emmy, strekoefeningen. Daarna bracht hij zorgvuldig rode en zwarte tape aan op mijn onderbeen en voet. Het doet mij denken aan zestiende-eeuwse kostuums. Dat heeft Wilke nog niet gezien. Ik toon hem dat straks schalks, in de beslotenheid van de slaapkamer.

16 maart 2018

Een halve psycholoog

Generated by IJG JPEG Library

Sport. Voetballen. Het zegt mij niet zoveel. Louis van Gaal. Tegendraads, grof, keihard, dat soort kwalificaties waren mij bijgebleven. En dat hij een eigen soort Engels sprak. Gewoon, zonder schroom. Verder wist ik niets. Ik had de klok horen luiden, maar de klepel was zoek.

Maar nu las ik in het VK magazine een interview met hem. Wat een originele man. En origineel, daar houd ik van. Mensen doen elkaar zo vaak na. Gaap.
Van Gaal wijst de interviewer er direct op als hij overdrijft. Of als hij vermoedt dat hij het anders gaat formuleren in het verhaal. Dat moet je bij de oud-voetbaltrainer niet doen. Als hij het verhaal voordat het gepubliceerd wordt te zien krijgt, gaat Van Gaal het wel eens herschrijven. Ze laten hem geen keus, als ze letterlijk optekenen wat hij heeft gezegd. Ze moeten de strekking van het verhaal weergeven. Duidelijk.
Toen ik wekelijks interviews afnam, ging het vaak net andersom. Dan had ik de strekking goed weergegeven, want wat moet je met al die woorden. En dan ging zo’n betweter er met z’n rode pen overheen.

Enfin, bij Van Gaal moet je als journalist aanvoelen hoe hij het bedoelt. En als jij daar jouw interpretatie van maakt, ben je gewoon een slechte journalist.* Dat zou Van Gaal zelf niet gebeuren, foute interpretaties. Hij heeft inlevingsvermogen en hij luistert. Hij gaat met iedereen die hij ontmoet een relatie aan. Of dat nu voor een half uur is of voor een paar jaar, je krijgt ‘m voor honderd procent.
Dit was het moment dat ik Van Gaal als een leermeester ging zien. Ik herinner mij ineens Hugo Borst. Had die niet een heel boek aan hem gewijd, de man die hij vreest en bemint? O, Louis!
Of hij een soort psycholoog voor zijn spelers was, wilde de VK-interviewer weten. Want hij wilde toch eens een studie psychologie gaan doen? Van Gaal: “Een mens die empathisch is, is een halve psycholoog. Daarvoor hoef je niet gestudeerd te hebben.” Geniaal. En waar.

De pers? Als een journalist het allemaal beter weet, ja, dan kan je hem wel eens kwaad krijgen. Ze moeten geen meningen geven, maar open vragen stellen. Net zoals Van Gaal zelf doet, nu hij voor Voetbal International collega’s interviewt.
En ook al vindt hij dat je altijd controle moet hebben over je emoties, je bent mens en dan lukt dit niet altijd, weet hij uit ervaring. Hij zal er overigens niet minder om slapen. Alleen als hij zelf in de fout is gegaan, dat tast zijn nachtrust aan. Zelfreflectie houd je alert, dat is een ellendig bijverschijnsel. Weet ik uit ervaring.

Van Gaal typeert zichzelf als een rationeel persoon. Maar als zijn gevoel zegt dat het anders is, krijgt dat voorrang. Want met het gevoel moet hij leven, niet met de ratio, zijn z’n woorden.
Kijk, zo’n man heeft het begrepen. Die kluwen met hersenen leven zo hun eigen egoïstische Swaab-leven, maar het hart blijft betrokken, het hart kent liefde en het heeft een geweten.
Nee, Louis van Gaal kan niet meer stuk bij mij, serieus waar.

* Dit heeft Louis niet gezegd, maar ik heb het opgeschreven zoals hij het eigenlijk bedoelt.:)

 

Facebook

Ja, ik kom zo. Even op Facebook kijken. Ah, 54 nieuwe berichten, sjonge. Ah, daar heeft Frances een punt. Goed dat ze dit plaatst. Oooo, wat een mooie foto weer van Dirk Karreman! Heb ik zijn vorige vogelfoto’s gemist? Even kijken hoor… Prachtig! Daar moet ik op reageren. Doe ik een smiley erbij, of nee, weet je wat, ik kies een sticker. Zo. Hee, Dirk vindt het leuk. Mooi. Eer van zijn werk. Dat doet me eraan denken dat ik die foto van Ruby nog niet heb geplaatst. Even doen, want dat vinden mensen altijd schattig, Ruby. Zal ik ‘m gelijk ook op de Erijane puppies pagina zetten? Ja, doe ik, waarom niet. Een net even ander tekstje erbij dan die van mijn eigen pagina. Ziezo. Nog even kijken bij de berichten die gepost zijn. Hee, hoe kan dat nou? Ik heb bij haar pagina ‘meldingen ontvangen’ aangevinkt en toch zie ik die posts niet op de meldingenlijst. Gemist. Nou, dan doe ik het anders. Ik ga even naar Hilde’s pagina. Zie je wel, vijf berichten inmiddels. Heb ik bij meer fb-vrienden. Begrijp ik niet van Facebook. Alsof ze zelf selecteren van wie ik ze wel en niet mag zien. Wat zie ik daar nu staan? Eigenaardig! Even helemaal lezen dan maar? Vooruit, snel dan. Goh. Zal ik het delen? Nee, dit lezen ze toch niet. Is te lang. Partij van de Dieren, een discussie! Nee toch, vallen ze zo’n man aan. Terwijl die Femke toch in haar rode strakke jurk met de stringslip erdoor schemerend…. Bah, wat een humorloze vrouwen. Ik moet daar even op reageren. Die man helpen. Even kijken naar zijn foto’s en laatste berichten. Altijd een check doen of iemand wel bij je past, als fb-vriend. Zie je wel, blijkt een leuk persoon te zijn. Ik stuur ‘m een vriendschapsverzoek.

Messenger. Even zwaaien naar Daniel. Ja, dag, dat doe ik niet hoor. Raaaar.

Een chat van Jacqueline! Even reageren. Terwijl zij op mij reageert, kijk ik gelijk nog even bij de berichten. Kijk nou eens, wat een leuk dier! Schattig. Even delen. Oh! En dat lied van Herman Finkers, o, wat is die toch goed in zijn teksten. Die zet ik er ook op. Zou op problemen kunnen stuiten na de MeToo-toestand, maar kan mij het schelen. Hij ramt er ‘m dan gewoon in. Laat hem. Hee, daar is Jacq weer. Ja, we gaan afsluiten. Bye. Walter! Ook even chatten. Altijd gezellig met hem. Zal straks ook even een bericht naar die en die zenden, moest ik nog even op de hoogte brengen van zus en zo. Goh wat leuk, die foto van Ruby wordt gewaardeerd. Reacties ook. Vind ik leuk, vind ik leuk, vind ik leuk. Geweldig zelfs. Smiley, kusje, dansende poppetjes. Dat bericht over vuurwerk en lawaai niet. Ik moet ineens denken aan dat nummer van Jimi Hendrix. Heb ik die lp nog? Even kijken op You tube. Ja! O man, wat was ‘ie toch goed. Deel ik.

Nu kan ik gelijk wel even die laatste Kralingse bos-foto’s in het album erbij voegen. He? Waarom doet ie dat nu niet? O, moet ik het vanaf fb doen, zo gaat het niet. He verd.. wat omslachtig. Daar wil ik helemaal niet zo lang mee bezig zijn. Wat krijgen we nu? Voegen ze die IOS foto’s ook samen? Ja, zo komt ie niet over zoals ik het bedoel. Kijken of het anders kan. Nee. Nou, laat dan maar.

Paar berichten erbij. Ben ik niemand vergeten? Sociaal tot in het bot. Niet te doen, eigenlijk. Wilke! Wat heb je dat weer mooi gestyled het eten! Ik dek de tafel en maak een foto. Zet ‘m gelijk even op fb. Moet wel de tekst erbij. Welke ingrediënten heb je ook alweer gebruikt? Jaha, ik kom eten. Alleen dit er nog even op plaatsen, dat vinden mensen leuk, zo’n menu. Misschien inspirerend.

Zo, nu leg ik ‘m weg hoor. Nee, ik doe ‘m helemaal uit. En leg ‘m weg, in de la van mijn bureau. Lekker zeg, die pasta. Wat? Is het al half zeven? Hoe laat ging ik dit doen? Vijf uur? Nee joh, tering, nee toch.

Vrolijk kijkend kindje Jezus

Kerstmis begin jaren zestig in Rotterdam-Schiebroek

Ja, en dan stond hij daar, kaarsrecht. Een grote dennenboom in een kleine huiskamer. Zo recht als de Euromast (toen nog zonder extra torentje), want zo was mijn vader, een perfectionist zoals je die in de jaren vijftig-zestig nog kon hebben. Dus de kaarslampjes stonden ook honderd procent verticaal op de takjes. Er zijn meerdere foto’s van onze kerstboom. Daarom weet ik dat deze absolute herhaling van de opwaartse lijnen werkelijk bestond.
Graag had ik die intens gerichte aandacht van toen behouden. Langdurig bekeek ik alles wat er hing te pronken. Vooral de schittering van de materialen, versterkt door het magnifieke licht erin. Ik mocht mijn eigen kerstversiering in de boom hangen. Al denk ik dat mijn hand door een van mijn oudere zussen werd geleid. Zo bleef het perfect in orde, daar in die boom.
Ik kan mij niet herinneren dat wij een kerststal in huis hadden. Religie speelde bij ons thuis nagenoeg geen rol.

Omdat wij met zeven personen in een klein huisje in Rotterdam woonden en soms grootouders en tantes ook nog een plek aan de eettafel moesten krijgen, werden mijn jongste zus en ik aan een apart tafeltje gezet. Ik heb daar niet onder geleden want wij hadden een eerste rangs-plek, namelijk naast de boom. Ieder aan een hoofdeinde van de salon-kloostertafel, heel feestelijk en chique. Zodra ik kon schrijven, maakte ik de menukaartjes, voor ieder persoon een andere en met illustraties.
En dat doe ik nu nog steeds, al zijn we met zijn tweeën. Ook bij ons staat er een boom in huis. Daarin horizontale en verticale lijnen en diagonale ook nog. Ik heb de perfectie van mijn vader slechts gedeeltelijk geërfd. De geur van mandarijnen brengt mij altijd terug naar vroeger en ik kan het nog steeds niet laten bij een kaarsvlam een schilletje te vouwen. Na al die jaren vind ik het wederom leuk als het dan knettert en schittert.

De kamer is rianter, aan de tafel zitten niet meer zoveel mensen, laat staan dat er een bijzetter nodig is. Maar de magie van Kerstmis is gebleven. Niet helemaal, maar een fractie is er zeker van over. In ons huis maak ik plaats voor een bescheiden kerststalletje, met een vrolijk kijkend kindje Jezus. Want ja, ik geloof wel in hem.

Wilke Vos: Het lerarentekort is nooit opgelost

Nog steeds is er een lerarentekort. In 2001 schreven 7 Rotterdamse schooldirecteuren een nota met aanbevelingen hoe dit tekort aangepakt kon worden. Nu ruim 16 jaar later zijn we niets opgeschoten en is het lerarentekort groter dan ooit tevoren. De aanbevelingen uit de nota van 2001 zijn actueler dan ooit.

nota7mrt

 

Arbeid adelt

12309643_883457348419462_2365038522047366613_oSoms moet je weer eens wat schrijven omdat je maar niet toekomt aan schrijven. Ik heb zoveel ‘op de plank’ liggen dat nog voltooid moet worden. Alice & Willem III bij voorbeeld, de verhalen van Mozart en Ruby en ga zo maar door. En dan zit er nog van alles in mijn hoofd, zelfs een hele roman.

Ik heb nooit gebrek aan inspiratie, dat is het niet. Er is een drempel, een heel raar soort drempel. Daarom schrijf ik nu zomaar ineens een column. Eentje die gaat over schrijven en over niet verder gaan met schrijven. Of dat een stimulans is, weet ik nu nog niet.

Er is altijd zoveel te doen. Ook triviale dingen, die ik liever niet als triviaal zie. Bijvoorbeeld het huis schoon, opgeruimd en gezellig houden. Met een grote hond met volle vacht die graag buiten door de modder struint, is dat geen lullig klusje. En wisten jullie dat er in een nieuwbouwhuis een gigantische hoeveelheid stofdeeltjes overal op neerdaalt, dagelijks? Dat blijft voorlopig nog zo, bouwstof heb ik mij laten vertellen. Bouwstof, een woord om een tijdje mee bezig te zijn.

Alles wat je met aandacht doet is helemaal niet erg om te doen, leerde ik ooit tijdens een inspiratieweek. Of je nu een wortel raspt of aan het afwassen ben, als je aandacht volledig op de wortel of de vaat gericht is, voelt niets als corvee.
Het is nog waar ook. Ik weet dat, omdat ik hier al jaren mee oefen. Want die inspiratieweek, die was in het jaar 1999.

Toch is het een beetje halfslachtig focussen geworden. Doorgaans kan ik helemaal geen twee dingen tegelijk doen, maar denken en toch weten waar ik mee bezig ben, kan ik nu juist wel. Ik verdwijn niet helemaal in mijn gedachten, maar wortel of vaatwerk hangen er toch ook maar zo’n beetje bij. Ze trekken aan me en willen mij voor honderd procent. Daarom ga ik door met oefenen. Omdat het waar is wat ik tijdens die inspiratieweek leerde.

En nu komt het mooie: als ik schrijf denk ik natuurlijk ook, maar toch ligt het anders. Niets kan mij echt afleiden als ik er eenmaal goed inzit.
Aha! Ben ik daar soms bang voor? Hecht ik aan mijn tweeslachtigheid van aandacht op het karwei en wegdromen naar andere werelden of het dwangmatig bedenken wat ik allemaal nog moet doen? Daar ben ik nog niet uit.

Waar ik wel uit ben is dat de momenten van werken met de handen en ondertussen op ideeën komen voor het schrijven eigenlijk heel vruchtbaar zijn. Arbeid stimuleert de geest in expressieve richting.
Zo is het wel genoeg. Ik weet nu dat zomaar in het wilde weg een column schrijven om te schrijven aan kan zetten tot schrijven. Meer woorden zijn er nu niet nodig.

Warm stromend water (slot)

P1040161
Een klavertje met vier bladen is eigenlijk een mislukt klavertje en toch ervaren wij het als een geluksklaver.

Soms is er redding.
Het moment dat we het huis dat we nu huren konden betrekken, kwam samen met het begin van de bomenmoord rondom het tuinencomplex. Twee maanden lang zal het vreselijke geluid te horen zijn van elektrische zagen, machines en bomen die na de executie dood neervallen. Het bos huilt. En als ik makkelijk zou kunnen huilen, deed ik mee.

IMG_9140
Een douche!

‘Wat vreselijk dat ze dit allemaal ten gronde richten,’ gromde ik. Dat vond Wilke ook. Maar hij had goed nieuws zei hij en vertelde van het heuse huis dat ons zou verwelkomen als we dat wilden.
Ik aarzelde. Weer slepen met spullen? Nee toch! De tuin alleen laten? Maar al snel was ik om. Die massale bomenkap had mij het laatste zetje gegeven.
Toen we twee dagen lang hadden meegemaakt hoe het ook alweer was om een wc in de buurt te hebben en een badkamer en warm stromend water, werd het opvallend ontspannen. Vooral tussen Wilke en mij. De vijf weken vakantie waarin nog van alles gedaan en geregeld moest worden plus het verblijf in een kleine ruimte, hadden toch een beetje in het huwelijkse geluk gehakt. Zouden we maar gaan scheiden? En zie, twee dagen samenleven in een normaal huis later zaten we weer als tortelduiven op de bank. ‘Darling, zet jij even de vaat in de afwasser? Dan neem ik ondertussen een douche.’

Alleen het gebruik van de schoolwasserette gaat tot op heden door maar daar komt nog deze week verandering in. Dan is mijn geluk compleet.
En zo kom ik er achter dat ik wel in primitieve omstandigheden kan leven, maar dat ik een vrouw ben voor comfort en ruimte. Wilke ook trouwens. Om over Ruby maar te zwijgen. Die schattige tiny houses? Leuk als je jong, verliefd of alleenstaand bent of voor een vakantie.

P1040380
Bezieling.

Het is wel een beetje zielig voor het tuinhuis en de tuin. Een mens zorgt voor bezieling. Niet dat het nu zielloos is, maar dat we het als woonplek hebben verlaten is duidelijk te voelen.

‘Hoe heb je dit alles ervaren?’ vroeg iemand mij.
‘Wel, het was een ervaring.’
‘Was het een mooie ervaring? Een leerzame ervaring? Een bijzondere ervaring?’
Ik dacht een tijdje na.
‘Van alles wat.’
Daar moest hij het mee doen.

Misschien verwoordde een goede tuinvriendin van mij het wel het beste. Daarom citeer ik haar hier:

Lieve Emmy, wat een enig verslag. Ik heb er van genoten. Vooral ook omdat ik er af en toe getuige van ben geweest. Het lijkt me al met al toch een hele goede ervaring voor jullie. Van een (bekende en betrouwbare) arts vernam ik onlangs dat het heel gezond is om flexibel te zijn. Ook stress is, met mate, nodig voor ons welzijn. Het is heel goed voor onze geestelijke gezondheid. Dementie blijft achterwege. Wie weet kunnen jullie later, als hele vitale en alerte 100-jarigen, nog  van het leven genieten. Misschien hebben jullie dat voor een deel te danken aan het jaar 2016 en aan de gezonde onbespoten groenten en fruit van jullie volkstuin. Het verblijf daar levert jullie in de toekomst waarschijnlijk nog veel levensgeluk en plezier op. Op dit moment echter is het vooral een mooie geschiedenis en schreef jij er een uniek en boeiend verhaal over.’

P1040415
Het eenzame tuinhuis (misschien een nieuw verhaal?)

Eind goed al goed.

 

 

Mede-volkstuinders en medeleven (12)

IMG_0047
De rust is wedergekeerd op het tuinencomplex.

Heimelijk begonnen we ons avontuur. Want als je het zuiver op de regel bekijkt, doen we iets wat niet mag. ‘Verblijven op dit terrein mag slechts voor zonsondergang en na zonsopgang.’
Slechts een paar mensen wisten ervan. Het was toen eigenlijk nog zowat winter, gezien de kou. Dat maakte dat het nog illegaler voelde. Wat doe je in godsnaam zo vaak op een volkstuin bij herfstachtig weer?

In het begin waren we heel strikt in alles. In de avond ontweken we mede-volkstuinders die nog even wat tuinwerk kwamen doen. Door de verduisteringsgordijnen vallen we ’s avonds in het tuinhuis niet op. Als Wilke Ruby ging uitlaten, reed hij op de heenweg de auto naar een andere parkeerplaats. Niets kon onze aanwezigheid verraden. Of toch?

Het is natuurlijk niet vol te houden. En dat wilde ik ook niet. Juist ik, met mijn open karakter. Hoe kon ik doen alsof? Ik kwam erachter dat iedereen zo zijn eigen tuingedrag heeft. De een komt ‘s ochtends, de ander ‘s avonds. Er zijn mensen die iedere dag komen, of volkstuinders die om de dag of eens per week hun tuin induiken. Sommige blijven weken of zelfs maanden weg. Als je afwijkt van het tuingedrag dat je normaliter vertoont, valt dat eigenlijk wel op.

IMG_9255-1
Mede-volkstuinder met een deeltje (!!) van de slakkenopbrengst van die dag.

Gaandeweg werd het een publiek geheim. Wilke en Emmy wonen op de tuin! Er werd met ons meegeleefd. Er kwamen hartverwarmende reacties en iedereen was geïnteresseerd in hoe wij dat nu doen. Ik vond het al gezellig op ons tuinencomplex, maar nu ik de mensen van de andere tuinen beter heb leren kennen, geeft dat toch een extra dimensie aan het geheel. Ogenschijnlijk komt ieder voor zijn tuin en voor niets anders. Maar als het erop aankomt, deelt men toch lief en leed.
Je praat vooral over planten en gewassen met elkaar met als speerpunt ‘hoe slakken uit te roeien’. Tussen de regels door komt er echter wel eens iets anders naar voren. Buiten in de natuur is de mens vaak toegankelijker dan in andere situaties.

Als je je ergens thuis gaat voelen, vergroot je gevoelsmatig je gebied. Denk maar aan een camping. Als je daar arriveert als nieuwkomer, neem je – als je een niet al te bombastisch persoon bent – alleen die plek in die je net hebt gekozen of die je is toebedeeld. Anderen kijken de kat uit de boom, zelf doe je dat ook. De camping verkennen, de omgeving verkennen, dat hoort er allemaal bij om je daar ‘thuis’ te voelen.

De tuinbibliotheek
De tuinbibliotheek

Zo is dat met ons ook gegaan. Wij waren de bewakers van het tuinencomplex. We hielden goed in de gaten dat ‘s avonds de poort op slot ging. Ik maakte het verenigingsgebouw gezelliger, begon een piepklein bibliotheekje.
Je hebt het al een beetje door. Het klinkt verleden-tijd-achtig, deze column. Ze worden ook korter mijn schrijfsels, ik lijk minder gemotiveerd.
Dat klopt ook. Maar daar gaat mijn laatste verhaal over…

Ruby en haar tuincomplex (11)

IMG_9538
M. in de gaten houden

Leuk voor de hond, een tuin. Je zou het wel denken. En ik had het ook gedacht, want Mozart – onze vorige witte herder- kon je geen groter plezier doen. Maar Ruby, nu ruim anderhalf jaar oud, heeft een tuincomplex. Daarom is ze hier meestal onrustig. Dit heeft ze al van kleins af aan.

Voor een sensitieve hond zijn er veel prikkels in een tuin. Alles beweegt en maakt geluid. Toch is dit niet de hoofdoorzaak van haar onrust. Het grootste probleem is dat Ruby onze tuin-overbuurvrouw M. eng vindt.

Dat Ruby de bloemen van de stelen eet, regelmatig ontsnapt uit de tuin om achter de tuincomplex-kat aan te gaan en wild om het tuinhuis rent en zo Baas zijn nieuwe grasveld in de staat van ouwe trouwe modderpoel terugbrengt, dit alles is deels een kwestie van puberteit.

IMG_9450Echter, als M. in de buurt is zijn de rapen past echt gaar. M. is er bijna dagelijks. Zodra zij eraan komt, gaat Ruby op de alert-stand. M. houdt van dieren, dat is het niet. En wij staan op goede voet met haar, dat kan het ook niet zijn.
Omdat we ons geneerden naar M. toe, sloegen we aan het therapieën. We probeerden van alles (dus adviezen geven hoeft niet meer), maar tevergeefs. Het is een gegeven dat we moeten accepteren.

Ruby kijkt voortdurend ongerust de kant op waar M. verblijft en gebruikt hierbij ook haar reukorgaan. Met haar neus in de lucht snuffelt ze in één richting. Ze ruikt de hele tijd onraad. Ze deinst terug en wil er toch naar toe. Ze moet het in de gaten houden.
Wij hebben compassie met Ruby, maar ook wel met onszelf. Als je hond maar onrustig heen en weer blijft rennen en hijgen, krijg je daar ook wel eens genoeg van. Regelmatig moeten we haar uit een groentebed plukken, daar staat ze dan te blaffen. Overigens blaft ze verder bijna nooit.

P1040674Pas als de meeste mensen huiswaarts gaan en Ruby weet dat vooral M. uit de snuffelzone is verdwenen, keert de rust langzaam terug. ’s Avonds en ’s nachts is ze het meest op haar gemak, in de veilige beslotenheid van het tuinhuis. Ruby heeft begrenzing nodig.
Maar ook daar heeft ze geen rust. Een klein vertrek brengt met zich mee dat een grote hond doorgaans in de weg ligt. We moeten vaak iets verschuiven, een la opentrekken of ’s nachts naar de La Campa Potti. Als je dan als hond in de vrije doorgang ligt, ben je de klos. Voor zover je kan spreken van een vrije doorgang.

IMG_9141
Laat maar liggen.

En als die schat van een hond van je dan eindelijk rustig is en lief ligt te slapen, tja, dan maak je haar maar niet wakker. Dan poets je je tanden in wijdbeense houding voor het keukenblokje. Met Ruby tussen je voeten.